Vierde kwartaal domper op rendementsverhoging Shell

ROTTERDAM, 16 FEBR. “Een vermoeiend jaar” ,noemde topman C. Herkströter van de Koninklijke/Shell Groep het verslagjaar 1995 waarover hij gisteren de cijfers presenteerde. Dat geldt niet alleen voor het Shell-management, dat naast de herstructurering van de besluitvorming bij het concern en de hervormingen bij de centrale stafafdelingen kampte met de affaires rond de Brent Spar en Nigeria. Het geldt ook voor de Shell-watchers buiten het concern. De recordwinst van 4,375 miljard pond (11 miljard gulden) die Shell over het gehele jaar 1995 rapporteerde, werd overschaduwd door slechter dan verwachte resultaten in het vierde kwartaal. Dat de Groep het dividend extra opschroefde tot 9,50 gulden, om zo het vertrouwen in de toekomst te etaleren en de aandeelhouders gerust te stellen, hielp maar weinig: na bekendmaking van de resultaten daalde de koers van aandelen Koninklijke Olie 10,70 gulden tot 232,10 gulden. Die koers was, door hooggespannen verwachtingen over juist dat vierde kwartaal, sinds de verslaggeving over het derde kwartaal vorig jaar opgelopen van minder dan 200 gulden naar een hoogtepunt van 244 gulden.

Wat ging er mis in het vierde kwartaal? Allereerst werd een aantal bijzondere lasten in die periode ten laste van het resultaat gebracht. De voornaamste daarvan betreft een verandering in de waardering van activa, die nodig is geworden door nieuwe Amerikaanse boekhoudregels. Kort gezegd komt die verandering er op neer dat de waarde waarvoor het bezit in de boeken staat moet worden berekend op basis van het totaal van de toekomstige kasstroom die dat bezit zal opleveren. Zo wordt, naar Amerikaanse smaak, een beter beeld gegeven van de werkelijke waarde van activa. Bij Shell bleek die waardering lager dan het bedrag waarvoor sommige activa, met name de raffinaderijen, in de boeken stonden, zodat de overgang naar de nieuwe methodiek bijdroeg tot een afwaardering van 369 miljoen pond. Aangevuld met extra herstructureringslasten van 168 miljoen pond bleek dat niet op te wegen tegen buitengewone baten van 327 miljoen pond, zodat per saldo een buitengewone last van 210 miljoen pond resulteerde. Zonder meetelling van buitengewone baten en lasten zou de winst over geheel 1995 24 procent hoger zijn geweest.

Los van de boekhoudkundige ingrepen gaf het vierde kwartaal van vorig jaar echter ook op operationeel gebied een verslechtering te zien. De chemie, die bij de groep een spectaculaire verbetering te zien gaf in de eerste drie kwartalen, blijkt in het vierde kwartaal op de weg naar beneden. Buiten de Verenigde Staten maakte de sector bij Shell zelfs verlies. Ook hier spelen buitengewone lasten een rol, maar ook de vorig jaar begonnen samenwerking met het Italiaanse Montedison in Montell bleek in het laatste kwartaal van vorig jaar verliesgevend. Nu is de gehele chemiesector sterk conjunctuurgevoelig, maar de chemie bij Shell deed het vergeleken met de branche zonder meer slecht, met een wereldwijde winstdaling van 72 procent voor buitengewone lasten.

Daarbij komt dat de gehoopte verbetering van de raffinagemarges, ondergebracht in de sector verwerking, zeetransport en verkoop, niet opwoog tegen een druk op de prijzen. De winst ging omlaag met 18 procent, maar omdat de vereiste boekhoudkundige afwaardering juist bij de raffinaderijen viel, daalde winst na bijzondere lasten zelfs met 67 procent. Daarmee was het aan de upstream-sector - exploratie en productie - om het vierde kwartaal te redden. Dat lukte ondanks een winststijging met 21 procent (voor buitengewone lasten) niet.

Het vierde kwartaal zette per saldo een dikke streep door de opmars van het rendement op gemiddeld geïnvesteerd vermogen (roace), waarvoor het Shell-management een cijfer van 12 procent als streefdoel heeft. Dat roace was in het derde kwartaal juist geklommen naar 12,66 procent (als lopend gemiddelde over vier kwartalen). Door een rendement van slechts 7,2 procent in het vierde kwartaal wordt het gemiddelde over geheel 1995 volgens eigen berekening omlaag getrokken tot 10,4 procent (in tegenstelling tot de 10,6 procent die Shell gisteren presenteerde). Daarmee is de verbetering van het Shell-rendement, dat ook in 1994 10,4 procent bedroeg, in 1995 gestagneerd.

    • Maarten Schinkel