Vier scenario's voor groei én een beter milieu

Op verzoek van het kabinet presenteerde professor H. Verbruggen vanmiddag zijn antwoord op de vraag of een schoner milieu hand-in-hand kan gaan met economische groei. “Uiteindelijk moet je zelf kiezen: hardlopen in het bos of meer geld in je loonzakje.”

Droog somt prof. Ver bruggen (internationale milieu-economie) zijn agenda van de voorbije weken op: “De SER, de top van VROM, Wiardi Beckmanstichting, minister De Boer, het kabinet.” Verbruggen heeft het er druk mee: iedereen wil van hem horen hoe we het voor elkaar gaan krijgen, economische groei en nog een beter milieu ook.

Verbruggen (45) is plaatsvervangend directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Met een team economen heeft hij het afgelopen jaar gewerkt aan vier scenario's die op verschillende manieren de spanning weergeven tussen economische groei en milieudruk. “De scenario's vormen, wat ze in Den Haag noemen, de hoeken van het speelveld, voor een maatschappelijke discussie die op onze studie moet volgen”, legt Verbrugggen uit. “VROM wilde flink ver vooruit kijken.” Dus het ijkpunt werd 2030: duurzame ontwikkeling kost immers tijd.

Wat zijn de verschillende scenario's?

“Essentieel is dat er verschillende mogelijkheden zijn om het milieu in te zetten voor economische ontwikkeling. We hebben twee scenario's ontwikkeld waarin men daar heel huiverig voor is: 'sterke duurzaamheid tezamen' en 'sterke duurzaamheid alleen'. In het tezamen-scenario wordt in de hele wereld een sterk duurzaam economisch beleid gevoerd, in 'sterk alleen' loopt Nederland voor op de rest van de wereld. In beide scenario's hecht men meer aan niet-materiële waarden in het leven. Dus vrije tijd, hoge kwaliteit van produkten en dat soort zaken. Het milieubeleid wordt op een andere leest geschoeid dan nu het geval is. Want de overheid regelt niet meer de bronnen van vervuiling, maar beheert de voorraden 'milieukapitaal'. Dus dan zeg je als overheid: 'Ik wil zoveel grondwater bewaren van een bepaalde kwaliteit, zoveel bos en niet meer dan zoveel parkeerplaatsen'. Die voorraden deelt de overheid toe aan verschillende economische sectoren, bijvoorbeeld via verhandelbare emissierechten of vergunningen. Zoals dat nu al in de Verenigde Staten gebeurt. Het is dus de overheid die om te beginnen de kaders vaststelt en het vervolgens verder aan de markt overlaat.”

Kan een vuilverwerkend bedrijf zo'n vergunning dan op zijn balans zetten?

“Die heeft dan een zekere waarde. Wat de overheid nu doet is gratis vergunningen uitdelen waardoor de vergunninghouder niet voor het milieu betaalt. Maar als je een vergunning verhandelbaar maakt, krijg je de meest krachtige impulsen voor milieutechnologische ontwikkeling. Want dan is het milieu echt schaars gemaakt: je hebt er een prijs voor betaald en dus zal men via technologische ontwikkeling proberen steeds effeciënter om te gaan met milieugoederen. Het besef dat milieu een waarde heeft wordt in de twee 'sterke' scenario's ontzettend duidelijk, daarin wordt dan ook een forse milieutechnologische vooruitgang geboekt.”

Wat geven de andere twee scenario's weer?

“Die heten 'afgewogen duurzaamheid' en 'zwakke duurzaamheid'. 'Afgewogen' gaat ervan uit dat de industrie wel ten koste van het milieu mag produceren, omdat men met een verdergaande technologische ontwikkeling veel kan herstellen. Men weegt economische doelstellingen af tegen het milieu. Overheidsbeleid is natuurlijk wel nodig, maar de technologische ontwikkeling zal zich niet alléén richten op het milieu, maar ook op de verbetering van de arbeidsproduktiviteit.

“Het 'zwakke duurzaamheid'-scenario tenslotte gaat uit van de 'onzichtbare groene hand'. Men benadert het milieu vanuit die markt. 'Overheid, bemoei je er alsjeblieft niet mee', geldt daar. De markt zoekt zelf wel een oplossing.”

Wat gebeurt er als alles bij het oude blijft?

“Dan blijven de CO-emissies stijgen, houden we het mestprobleem, wordt de verzuring onvoldoende teruggedrongen, zal de afvalberg toenemen en krijgen we een ruimteprobleem. Dus het is volstrekt duidelijk dat we zo niet door kunnen gaan.”

Heeft u een voorkeur voor een van de scenario's?

“Ik denk dat de disussie zal gaan tussen 'afgewogen' en 'sterke duurzaamheid samen'. De laatste heeft mijn voorkeur. Het gaat er om dat de overheid het milieu een prijs geeft. Mensen passen zich het beste aan als ze weten dat iets schaars is en een prijs heeft. Zolang parkeerplaatsen gratis zijn, is er een tekort aan parkeerplaatsen. Moet je er een paar gulden voor betalen, dan heb je plotseling een heleboel vrije parkeerplaatsen.”

“Wat uit de studie blijkt is dat economische groei èn verbetering van het milieu mogelijk is. Maar onder twee cruciale voorwaarden: verregaande milieutechnologische ontwikkeling èn structuurverandering van de economie. Naar de derde mogelijkheid, verandering van het consumptiegedrag, wordt nog onderzoek gedaan.

“Om met milieutechnologie te beginnen: daarmee kun je een hoop problemen oplossen, maar dat heeft ook zijn prijs. Die kosten kan een ontwikkeld land als Nederland terugverdienen als we er in slagen met die technologie internationaal te scoren, omdat het onze specialisatie is. Kijk maar naar het water: omdat we leven in een waterrijk gebied en voor lozingen strenge normen stellen, zijn we in Nederland goed in waterzuivering. Dus die techniek verkopen we ook aan het buitenland. Kijk naar Japan: daar was een tijd geleden enorme luchtverontreiniging in de steden, waarna er er in Japan hele strenge uitlaatgasnormen kwamen. Daar moesten ze in investeren en uiteindelijk zijn de Japanse auto's nu de schoonste ter wereld.

Voor de sectoren waar technologische oplossingen weinig perspectief bieden, komt de tweede voorwaarde in beeld: structuurwijziging. Dat betekent dat economische sectoren zouden moeten krimpen die vervuilend zijn en groot in omvang.''

Welke sectoren?

“Er zijn er vijf die in het in alle scenario's moeilijk hebben: voedings- en genotmiddelen, chemische industrie, openbare nutsbedrijven, de vervoerssector en de agrarische sector. Vooral de laatste is nu een grote vervuiler, neemt daarbij enorm veel ruimte in beslag, maar heeft daaraan gerelateerd een geringe toegevoegde waarde. Ik ben er echter van overtuigd dat die sector het op een of andere manier zal redden en met 'groene' produkten de internationale positie van de Nederlandse landbouw zullen behouden. Alleen, groene landbouw vraagt meer ruimte.”

Is er genoeg ruimte in 2030, of is landwinning nodig?

“Het is natuurlijk evident dat je via landwinning voor de kust of in de Markerwaard, ook de druk op het Groene Hart kunt verlichten. Maar echt nodig is het alleen als je op de huidige voet doorgaat. Niet als je gaat herstructureren.

Groei en milieu gaan hand-in-hand zegt u, dus iedereen gaat meer verdienen?

“In de vier scenario's blijft de welvaart min of meer gelijk en welvaart is natuurlijk veel meer dan inkomen en goederen. Het bestaat ook uit vrije tijd, de afwezigheid van verkeerslawaai, milieukwaliteit en ga zo maar door. In het 'zwak'-scenario heb je een jaarlijkse inkomensstijging van 2,1 procent, terwijl dat in het 'sterk'-scenario maar 1,3 procent is. Maar in dat scenario heb je er 255.000 hectare natuurgebied bij gekregen, terwijl er in 'zwak' geen boom bijkomt. Uiteindelijk komt het aan op een persoonlijke keuze. Wat vind je belangrijker: hardlopen in het bos of iets meer geld in je loonzakje.”

    • Robert Giebels