Studies: groei en beter milieu kunnen samengaan

DEN HAAG, 16 FEBR. Economische groei en verbetering van het milieu kunnen gelijktijdig worden gerealiseerd. Dat is de conclusie van de studie 'duurzame economische ontwikkelingsscenario's voor Nederland in 2030' van het Instituut voor Milieuvraagstukken, die vandaag samen met een studie over duurzaamheid van het Centraal Planbureau (CPB) aan de ministers Wijers (economische zaken) en De Boer (VROM) wordt aangeboden. Beide studies zijn uitgevoerd in opdracht van het kabinet. Ze vormen het startsein voor een maatschappelijke discussie over duurzaamheid, die na een conferentie in mei op gang moet komen. De CPB-studie, 'economie en milieu: op zoek naar duurzaamheid', trekt een minder verregaande conclusie over de relatie tussen economie en milieu: het oplossen van milieuproblemen hoeft geen al te grote gevolgen te hebben voor economische groei, meent het CPB. Het kabinet zegt eerst de uitkomst van de discussie af te willen wachten voordat het een duurzaamheidsbeleid formuleert.

Het onderzoek van het aan de Vrije Universiteit in Amsterdam verbonden Instituut voor Milieuvraagstukken geeft vier mogelijke toekomstschetsen van Nederland in 2030. De verschillen tussen de vier scenario's worden vooral bepaald door het toelaten van marktwerking en overheidsbemoeienis. De studie van het CPB is met name gericht op de betekenis van het begrip duurzaamheid.

Volgens professor H. Verbruggen, onderzoeksleider van het Instituut voor Milieuvraagstukken, gaan milieu en groei alleen hand-in-hand als aan twee voorwaarden wordt voldaan. Nederland moet zich, aldus de milieu-econoom, ten eerste “ernstig gaan bezighouden” met de ontwikkeling van technologie die specifiek op milieuverbetering is gericht.

Ten tweede moeten economische sectoren worden gesaneerd die onvoldoende van betere milieutechnologie kunnen profiteren. Verbruggen wijst in zijn studie vijf sectoren aan “die het moeilijk zullen krijgen”: transport, voedingsindustrie, chemische industrie, openbare nutsbedrijven en de agrarische sector. “Vooral de laatste sector vervuilt veel, neemt veel ruimte in beslag, maar levert daaraan gerelateerd weinig extra op”, vindt Verbruggen.

H. Stolwijk, auteur van de CPB-studie, concludeert eveneens dat “aanpassingsprocessen noodzakelijk zijn”. Specifieke groepen bedrijven en burgers zullen daarvan “pijn” ondervinden. “Maar de veehouderij gaat echt niet failliet van milieumaatregelen en de automobilist zou er in een breder begrip van welvaart wel eens op vooruit kunen gaan”, aldus Stolwijk.

Zowel Verbruggen als Stolwijk zien in overheidsingrijpen de voornaamste oplossing om tot 'duurzaam gedrag' te komen.