'Stap naar één interne markt'; Europees Hof: parallel-import auto's mogelijk

LUXEMBURG, 16 FEBR. Onafhankelijke autohandelaren hebben het recht buiten de gebruikelijke distributie-kanalen om in andere lidstaten auto's te kopen en deze tegen sterk concurrerende prijzen op hun thuismarkt te verkopen.

Het Europees Hof in Luxemburg heeft dat gisteren bepaald in een procedure die was aangespannen door een groep officiële Franse dealers van de merken Nissan, Ford, Peugeot, Citroën, Honda en Renault, die last hebben van handelaren die buiten de reguliere netwerken om handelen. Tegen de uitspraak over deze zogenoemde parallel-import is geen beroep mogelijk. Volgens een woordvoerder van de Unie betekent de uitspraak een regelrechte stap voorwaarts in de richting van één markt binnen Europa.

Het Hof is van mening dat de regelgeving binnen de Europese Unie weliswaar enkele bepalingen kent die de handel in auto's beschermen, maar die voorzien niet in een verbod op het kopen van auto's buiten de officiële dealernetten. De beslissing zal vooral lastig zijn voor dealers in landen als Frankrijk, waar een bloeiende parallel-import bestaat. Een woordvoerder van de autobranche-vereniging RAI in Amsterdam zegt dat deze handel ook in Nederland voorkomt, maar over de afgelopen jaren is de omvang daarvan gering gebleven. “De uitspraak zal hier dus nauwelijks invloed hebben,” aldus een woordvoerder.

Tijdens de behandeling van de zaak werd een onderzoek van de Europese Commissie gepresenteerd, dat grote prijsverschillen tussen de diverse landen laat zien. In lidstaten met de zwakste valtuta blijken auto's het goedkoopst te zijn, omgekeerd zijn auto's in landen met harde valuta het duurst. Zo is Italië over het algemeen het goedkoopste land is voor auto's.

De nieuwe bepaling van het Hof zal vrijwel zeker leiden tot verzoeken aan de Europese Commissie om compensatie voor de eventuele schade die de 'echte' dealers oplopen als gevolg van valuta-schommelingen. Daardoor komen zij immers buiten hun schuld op een concurrentie-achterstand. Volgens James Rosenstein van de associatie van Europese autofabrikanten (Acea) zullen er tussen de lidstaten altijd prijsverschillen voor auto's blijven bestaan, zolang er geen sprake is van belasting- en muntharmonisatie.