Schrijven is soms zingen

Marguerite Duras: C'est tout. Uitg. P.O.L., 55 blz., ƒ 22,40.

Met C'est tout neemt Marguerite Duras (1914) afscheid van haar geliefde, van haar lezers en, bijna, van het leven zelf. Het 55 pagina's tellende, spaarzaam bedrukte boekje bevat een prachtige, tragische liefdesbrief, 'Pour Yann', die begint op 20 november 1994 en op 1 augustus van het jaar daarop eindigt. Yann Andréa is de jonge levensgezel van de schrijfster, die niet alleen als personage in veel romans een rol speelt, maar ook zijn naam aan een van haar recente boeken heeft gegeven, namelijk Yann Andréa Steiner (1992).

C'est tout begint met enkele vragen die Y.A. stelt aan M.D. 'Bent u bang voor de dood?' 'Ik weet het niet.' 'Van welk boek houdt u het meest?' 'Le Barrage, de jeugd.' 'Gaat u naar de hemel?' 'Nee, dat maakt me aan het lachen.' 'Waarom?' 'Ik geloof er niet in.' 'Wie zal zich u herinneren?' 'Jonge lezers.' 'Waar dient het schrijven toe?' 'Het is tegelijkertijd zwijgen en spreken. Schrijven. Het is soms ook zingen.'

De korte, afgemeten dialogen grijpen terug op bekende thema's en personages uit Duras' oeuvre, dat meer dan zeventig titels telt. Ze schreef niet alleen romans en toneelstukken, maar maakte ook een groot aantal films, waaronder Le navire night (1978), Aurélia Steiner, dit Aurélis Melbourne (1979), L'homme atlantique (1981), en, wellicht het meest bekend, Les enfants (1985). Door haar omvangrijke oeuvre en haar moeilijke thematiek geldt Duras als de auteur die aan de Franse universiteiten het meest wordt bestudeerd.

Het bovengenoemde Un barrage contre le pacifique (1960), Duras' derde roman, gaat over haar jeugd in Indo-China, waar haar moeder, bedrogen door de autoriteiten, tenonder ging aan een hopeloze strijd tegen het water. Andere boeken waarnaar verwezen wordt zijn bijvoorbeeld La maladie de la mort (1982) en L'amant (1984, prix Goncourt), een deels autobiografische roman over de onmogelijke liefde tussen een arm, Europees meisje en een rijke Chinees. In C'est tout heeft een van de elkaar schijnbaar willekeurig opvolgende gedachten betrekking op deze man. 'De Chinese naam van mijn geliefde. Ik heb nooit in zijn taal met hem gesproken'

De dialoogjes tussen Y.A. en M.D. worden gevolgd door onzekere gedachten over lichamelijke aftakeling, de dood en de angst ervoor. 'Ik weet niet waar ik heen ga. Ik ben bang... Ik geloof dat het uit is. Dat mijn leven afgelopen is. Ik ben niets meer. Ik ben afschrikwekkend geworden... Kom gauw.' Langzaam verliest de ik-persoon haar identiteit. Ze lost als het ware op in de leegte van het papier waar ze nog maar enkele woorden neerschrijft. Doodgaan betekent voor de ik-persoon vooral niet meer kunnen schrijven en ze zegt bij herhaling aan een nieuwe tekst of aan brieven te willen beginnen.

Wat ze ook verliest, niet haar zelfvertrouwen. 'Ik ben toevallig uitzonderlijk begaafd. Ik ben er inmiddels aan gewend.' Of de lezer het daar nu mee eens is of niet, Duras heeft met dit boekje de boodschap overgebracht die zij voor ogen moet hebben gehad:

“J'ai voulu vous dire

que je vous amais.

Le crier.

C'est tout.''