Rechter: begrip 'onfatsoen' telecomwet VS verduidelijken

NEW YORK, 16 FEBR. Een federale rechter in Philadelphia heeft de afdeling over obsceniteit in de nieuwe Amerikaanse telecommunicatiewet buiten werking gesteld. Volgens de rechter moet eerst nader worden bepaald wat de inhoud van de wet is.

Rechter Ronald Buckwalter verklaarde dat zijn uitspraak het toezicht op de naleving van de wet tegenhoudt. Volgens de rechter is het wetsonderdeel in kwestie, de Communications Decency Act, te vaag. De term 'onfatsoenlijk' die in de formulering wordt gebruikt, moet eerst nader worden omschreven want hij zou in strijd kunnen zijn met de grondwet, die recht geeft op vrijheid van meningsuiting.

De rechtszaak was vorige week aangespannen door de Amerikaanse Unie voor Burgerrechten (ACLU) en negentien andere groepen, onmiddellijk nadat president Clinton met het zetten van zijn handtekening de nieuwe telecommunicatiewet op 8 februari in werking had gesteld. De obsceniteitssectie maakt daarvan deel uit. De volgende fase is nu een hoorzitting met een panel van drie federale rechters die dezelfde aanklacht behandelen en deze daarna via de kortste weg naar het Amerikaanse Hooggerechtshof kunnen doorsturen.

De Communications Decency Act verbiedt het verspreiden van onfatsoenlijk materiaal dat in handen zou kunnen komen van minderjarigen. Voorstanders van de wet zeggen dat kinderen op het Internet met een paar klikken van een muis het meest expliciete pornografische materiaal onder ogen kunnen krijgen. Daartegen is de wet gericht en iedereen die met goede bedoelingen Internet gebruikt zal niet worden vervolgd.

De tegenstanders wijzen er echter op dat de term 'onfatsoenlijk' straks ook kan worden gebruikt om allerlei discussies - bijvoorbeeld over abortus - en zelfs klassieke romanteksten op Internet te verbieden. De vrijheid van meningsuiting wordt daarmee diepgaand aangetast. De rechter heeft zich nu aangesloten bij die opvatting en is het ermee eens dat 'onfatsoenlijk' een te ruim begrip is. Wat betreft het gevaar voor kinderen wijzen de tegenstanders op softwareprogramma's als CyberPatrol waarmee ouders voor hun kinderen sommige 'gebieden' op het Internet kunnen uitfilteren.

Analisten wijzen er ook op dat de Verenigde Staten geen eiland zijn en dat met name op Internet geografische grenzen wegvallen: voor een Amerikaanse 'netsurfer' maakt het geen principieel verschil of hij informatie opvraagt in zijn eigen land of, bijvoorbeeld, in Japan of Australië. Volgens de wet is de verspreider van pornografisch materiaal strafbaar. In hoeverre de VS denken ook buiten de eigen grenzen te kunnen optreden tegen overtreders is niet duidelijk. Aanbieders van in de VS verboden of omstreden materiaal kunnen zich buiten de VS bevinden. Evenmin is in de wet duidelijk in welke gevallen een instantie die optreedt als doorgeefluik van elektronisch verkeer aansprakelijk kan worden gesteld voor de inhoud ervan.