Radicalen in Tabasco ondermijnen macht Pemex en overheid; Oppositie Mexico spint garen bij olieruzie

MEXICO-STAD, 16 FEBR. Milieuproblemen lijken de aanleiding voor de protestactie van indiaanse boeren in de zuidelijke Mexicaanse staat Tabasco tegen de staatsoliemaatschappij Pemex, die nu bijna een maand duurt. Maar op de achtergrond speelt een bittere politieke strijd tegen corruptie, verkiezingsfraude en de dreigende marginalisering van de linkse oppositie.

Boeren en vissers blokkeren de toegang tot meer dan vijftig olieputten van Pemex in Tabasco, omdat zij vinden dat de maatschappij grote schade heeft toegebracht aan hun oogsten en vangsten. Maar de woede van de boeren, overwegend Chontal-indianen, wordt gekanaliseerd door de links-oppositionele Partij van de Democratische Revolutie (PRD); de acties tegen Pemex hebben plaats onder PRD-vlag.

De blokkades kosten Pemex naar schatting 700.000 dollar per dag. Het bedrijf beweert ook dat PRD-aanhangers bronnen hebben gesaboteerd en dat daardoor een milieuramp dreigt. Maar de leiding van de PRD in Tabasco zegt de demonstranten juist de opdracht te hebben gegeven technici van Pemex tot de bronnen toe te laten voor het noodzakelijke onderhoudswerk. De autoriteiten hebben in de afgelopen weken al verschillende keren ingegrepen. Gesteund door het leger heeft de politie enkele blokkades met geweld verwijderd. Maar meestal keerden de demonstranten na korte tijd terug.

De man die leiding geeft aan het protest in Tabasco is Andrés Manuel López Obrador, een van de meest vooraanstaande landelijke PRD-politici en kandidaat voor de opvolging van partijvoorzitter Porfirio Muñoz Ledo. In tegenstelling tot 'hervormer' Muñoz Ledo, een gematigde en behendig opererende politicus, vertegenwoordigt López Obrador de radicale vleugel van de partij. Op nationaal niveau hebben de gematigden onder partijleider Cuauhtémoc Cardenas en Muñoz Ledo de PRD - tien jaar geleden afgesplitst van de regerende Institutionele Revolutionaire Partij (PRI) - weinig successen bezorgd. Bij de presidentsverkiezingen in 1994 eindigde de PRD met een gering percentage stemmen op de derde plaats, terwijl de rechtse Partij van Nationale Actie (PAN) het oppositievaandel overnam. De kritiek binnen de linkse oppositie in Mexico op het duo Cárdenas/ Muñoz Ledo is dus groeiende.

Ook bij lokale verkiezingen boekt de PRD onder gematigde leiding geen geweldige resultaten. Dat gold eveneens voor de verloren gouverneursverkiezingen in 1994 in Tabasco. Maar het grote verschil tussen elke andere verkiezing en die in Tabasco is de figuur van Andrés Manuel López Obrador. Als verliezer van de gouverneursverkiezingen weigerde hij zich neer te leggen bij zijn nederlaag tegen PRI-kandidaat Roberto Madrazo. López Obrador beschuldigde Madrazo ervan de maximale limiet van campagnegelden honderden malen te hebben overschreden. Uit openbaar geworden documenten blijkt bovendien dat Madrazo volgens aloude PRI-traditie vrijwel iedereen had omgekocht die maar iets te betekenen heeft in Tabasco.

De PRD heeft over de kwestie van de campagnegelden een klacht ingediend bij de - hiervoor verrassend genoeg ontvankelijke - federale procureur-generaal, die prompt zijn eigen klacht deponeerde bij het Constitutionele Hof en zowel de procureur-generaal als de president van de republiek beschuldigde van inmenging in aangelegenheden van één van de staten. Vorige week verwierp het Hof de klacht van Madrazo, die zelf nog steeds kan worden vervolgd wegens de zaak van de campagnegelden.

López Obrador intussen heeft zijn guerrilla tegen Madrazo verlegd van het justitiële proces naar de olievelden van Tabasco. Op zichzelf is dat opmerkelijk, gezien de emotionele en politieke betekenis van Pemex voor de PRD. Het was immers de vader van PRD-partijleider Cárdenas, de legendarische president Lázaro Cárdenas, die in 1938 de olierechten afpakte van Amerikaanse, Britse en Nederlandse maatschappijen (onder andere Shell) onder de inmiddels gevleugelde uitroep “El petroleo es nuestro” [de olie is van ons]. Pemex wil uiteraard niets van de PRD-acties weten en heeft al tweemaal een strafklacht ingediend tegen López Obrador en de zijnen.

Pemex zegt al tientallen miljoenen dollars aan compensatie te hebben betaald aan benadeelde Tabasceños. Waarheen dat geld precies is uitgegeven, is onduidelijk. De gedachten gaan uiteraard uit naar de regering van de vrijgevige gouverneur Madrazo. Zo heeft Pemex weliswaar asfalt gekocht waarmee in Tabasco zo'n vijfhonderd kilometer autoweg kan worden geasfalteerd, maar het enige waarneembare asfalt ligt in een wijk van de hoofdstad Villahermosa waar de elite van Tabasco en van de lokale PRI woont.

De federale overheid heeft tot nu toe gezegd zich niet met het conflict in Tabasco te willen bemoeien omdat de deelstaten autonoom zijn. Het optreden van het (federale) leger is terughoudend. Soldaten vormen een tweede linie als de politie een blokkade ontruimt, maar onthouden zich doorgaans van het duwen, trekken, schoppen en slaan waarmee de agenten op de betogers afkomen. De vraag is hoelang president Ernesto Zedillo zich nog afzijdig kan houden. Eerder zei de president dat “niemand het recht heeft de energiebronnen [...] voor eigen doelen aan te wenden of als politiek drukmiddel te gebruiken”. Dat leek in antwoord te zijn op dreigementen van de PRD om naar aanleiding van de situatie in Tabasco en de gewelddadige repressie van de betogers weg te blijven bij de nationale onderhandelingen over de cruciale politieke hervormingen.

Een oplossing voor de situatie in Tabasco lijkt juist te worden bemoeilijkt door de verschillende politieke problemen. Aanhoudende blokkades leiden niet alleen tot financiële verliezen bij Pemex, maar zullen ook negatieve gevolgen hebben voor het programma van beperkte privatiseringen in de olie-industrie. Na de opstand in de eveneens olierijke buurstaat Chiapas kan de rebellie in Tabasco potentiële investeerders in deze sector afschrikken.

Eén persoon lijkt duidelijk garen te spinnen bij de crisis in Tabasco: López Obrador. Deze week staat hij afgebeeld op de omslag van het linkse weekblad Proceso. De PRD-leider draagt een shirt met bloedspatten, afkomstig uit een wond aan zijn oor, opgelopen tijdens een ontruimingsactie van de politie. Zulke publiciteit werkt. Zelfs subcomandante Marcos, de legendarische guerrillaleider in Chiapas, is nog nooit gewond geraakt in zijn strijd tegen het Mexicaanse systeem.

    • Reinoud Roscam Abbing