'Overbrengen officieren naar tribunaal onwettig'

ROTTERDAM, 16 FEBR. De snelle overbrenging van twee officieren van het Bosnisch-Servische leger naar de cellen van het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië in Den Haag is niet wettelijk en tast de geloofwaardigheid en het gezag van het tribunaal op lange termijn aan.

Dat zegt prof.mr. Th.C. van Boven, hoogleraar internationaal recht en voormalig griffier van het VN-tribunaal, in een vraaggesprek met deze krant. Volgens Van Boven is de 'afvoer' van de twee officieren in strijd met de regels van het tribunaal en in elk geval met artikel 9 van het VN-verdrag voor burgerlijke en politieke rechten. Volgens dit artikel moet een verdachte die is aangehouden voor een rechter worden voorgeleid. Dit is in het geval van de officieren niet gebeurd.

Volgens Van Boven ziet het er naar uit dat het tribunaal heeft meegewerkt met een korte-termijnoplossing van een politiek probleem in Bosnië. Hij zegt het te betreuren dat hij dat moet constateren. “Ik steun het tribunaal van harte en ben ervan overtuigd dat voor een duurzame vrede de berechting van oorlogsmisdadigers noodzakelijk is, maar het doel heiligt niet alle middelen.” Volgens Van Boven speelt de huidige gang van zaken de tegenstanders van het tribunaal in de kaart.

Volgens een woordvoerder is het tribunaal ervan overtuigd dat de overbrenging van de twee officieren in overeenstemming is met de regels van het tribunaal en de internationale verdragen. Hij zegt dat de overbrenging is gebaseerd op regel 39 van het tribunaal (verdachten mogen in een onderzoek worden ontboden en ondervraagd) en de regels 59 bis en 90 bis over getuigen, die in hechtenis mogen worden genomen door het tribunaal. Hij wijst er op dat in Bosnië rechtspraak op dit moment nagenoeg afwezig is.