'Omlijsting' Museumplein ingewijd, maar nog niet af

AMSTERDAM, 16 FEBR. Het Rembrandt-Mondriaan-project, de 'omlijsting' van het Museumplein, is getroffen door tegenslag. Hoewel gisteravond in Amsterdam de geplande feestelijke opening gewoon doorging, stond het kunstwerk waarom het gaat, een ruimtelijke installatie van de Vlaamse kunstenaar Bert de Keyser, er nog maar half afgewerkt bij. Een videoprojectie voor het Rijksmuseum met bewegende beelden uit de Nachtwacht draaide op volle toeren, maar van twee enorme kaders over de Museumstraat stonden alleen nog de verticale delen overeind. De komende dagen zal hard worden doorgewerkt, zodat het project in de loop van volgende week in volle glorie te zien is. Het blijft staan tot 13 maart.

“Vooral het koude weer heeft ons parten gespeeld,” zegt De Keyser, die de laatste dagen nauwelijks zijn bed heeft gezien, “maar ook het uitblijven van de benodigde toestemmingen. De grootste problemen leverden de blokken beton die moesten worden geplaatst om een brug en een ronddraaiende kubus op te laten rusten. Daardoor zijn we veel later dan gepland aan de slag gegaan.”

De kaders worden opgebouwd uit enorme stalen geraamten. Daaraan moeten met linnen tape latjes worden vastgemaakt, waartegen geel gespoten panelen worden geschroefd. De Keyser wordt bijgestaan door dertig tot veertig vrijwilligers uit Nederland en België, niet genoeg om het karwei in drie dagen te klaren.

Het Rembrandt-Mondriaan-project bestaat uit vier kaders over de Museumstraat, die loopt tussen het Concertgebouw en het Rijksmuseum. Het grootste is 23 bij 13 meter, het kleinste 16 bij 9 meter.

Gezien vanaf het Concertgebouw moet het lijken alsof het Rijksmuseum als een schilderij in een lijst is gevat. De Keyser wil zo een soort tableau vivant doen ontstaan dat beweegt en voortdurend verandert.

Op een 37 meter lange, zilvergrijs gespoten loopbrug die op twee vrachtwagens is geplaatst, komt een tentoonstelling over het plein en de nieuwe plannen van de Deense landschapsarchitect Sven Ingvar Andersson. Ter hoogte van het Rijksmuseum staat een kubus met ronddraaiende vlakken, geschilderd in de kleuren van Mondriaan.

De Keyser wil ook hiermee beweging uitdrukken en heden en verleden tegenover elkaar plaatsen.

's Avonds worden de gele lijsten verlicht door halogeenspots. Vrijwilligers zijn ingezet om het kunstwerk te behoeden voor vandalen en ook de camera's van het Rijksmuseum houden het in de gaten.

De kosten, in eerste instantie begroot op zo'n zes ton, zijn opgelopen omdat er door de kou bijna niet ter plekke kon worden gewerkt. De Keyser schat ze nu op ongeveer acht ton. Zeven ton daarvan is door bedrijven in natura ter beschikking gesteld. De Keyser probeert voor het resterende bedrag nog meer sponsors aan te trekken. Verder hoopt hij op inkomsten uit de expositie, en uit de verkoop van posters.

De Keyser ontwerpt al meer dan tien jaar ruimtelijke projecten. In 1993 ontwierp hij voor Antwerpen Culturele Hoofdstad een spiegelobject. Hij is uitgenodigd om in 1998 een project uit te voeren in Stockholm, dat dan culturele hoofdstad van Europa is. Volgend jaar heeft hij plannen voor een installatie in Wenen. “Ik wil grote boren van vijf meter hoog neerzetten op een plaats waar archeologische opgravingen zijn gedaan. Die verwijzen naar het boren naar het verleden. Daarbij zullen beelden van wat zich beneden afspeelt boven de grond worden geprojecteerd.” Het wachten is ook in Wenen nog op definitieve toestemming, maar De Keyser heeft geduld. Ook met zijn idee voor het Museumplein liep hij tien jaar rond voor het werd verwezenlijkt.

    • Gerda Telgenhof