Nog een keer

Welk paard heb je gekozen, dat witte vlak vooraan of liever zo'n bruine? Weinig tijd om te kiezen, de rit gaat zo weer beginnen en toch wil je de mooiste. Vlug, ga zitten, nu is niemand je nog voor. Daar gaat de bel, die klingelende bel die vlak voor het laatste rondje weer zal klinken. Daar denk je nog lang niet aan. Eeuwig moet het duren, in de rondte, in de rondte, nooit mag er een eind aan komen.

Wat doe je tijdens het draaien? Tel je de bomen? Lukt nooit, het zijn er veel te veel. Of tel je alle kinderen die op de paarden zitten? Gaat ook niet, je kunt ze niet eens allemaal zien. Wat zweeft het in je buik, ook dat mag nooit meer stoppen. Of je vliegt en toch niet van de aarde loskomt. Veilig en wild is het, of je nooit meer een hoek om hoeft, de hele wereld is een bocht geworden.

Je weet niet hoeveel rondjes en je wilt het ook niet weten. Denk anders nu maar dat het al de laatste is dan krijg je er toch nog een stuk of wat cadeau. Dan voel je dat het minder gaat waaien. De wind van de molen gaat uit je haren. Niet willen uitstappen, nu nog niet, straks. En als je er dan uit moet is het nog niet afgelopen. Je weet dat er nog iets zal komen.

Van het paard, je kunt het alleen, niemand hoeft je te helpen. Nu vlug doorlopen, het hindert niet welke kant op. En dit is net zo heerlijk als de hele draaimolen. 't Zweeft nog zo in je hele lijf dat je geen vaste kant op kunt stappen. Je wilt naar die ene boom lopen en je zwaait uit je eigen richting. Nog een paar passen, het lukt niet, je wankelt uit je eigen stap. Al die draaien zijn in je lijf gaan zitten, de hele wereld tolt, nooit kom je nog ergens aan.

Je loopt al weer gewoon. De pas van naar school of naar een vriendin. Je loopt al weer bijna recht naar huis. Hoeveel kost het, een paar kwartjes? Je draait je om. De paarden wachten. Overal is plaats en natuurlijk loop je al terug voor je het hebt beslist.

Nog een keer, nog een keer!