Knuffeldier met pleisters; Rudi van Dantzig beschrijft weelderig bijzaken

Rudi van Dantzig: Afgrond. Uitg. Atlas, 317 blz. Prijs ƒ 39,90.

In Rudi van Dantzig, zo blijkt uit zijn verhalenbundel Afgrond, zitten twee schrijvers. De ene zet persoonlijke herinneringen op een rijtje, legt even persoonlijk verdriet en onbehagen vast en vereeuwigt mensen die hem dierbaar zijn. Deze Van Dantzig gaat strikt autobiografisch te werk. De tweede heeft meer literaire aspiraties. Niet alleen neemt die met fictieve personages afstand van de eigen ervaring, hij hanteert ook een gekunstelde literaire stijl die sterk afwijkt van die van de autobiografische verhalen, die zonder veel omhaal van woorden zijn geschreven.

In Van Dantzigs bekroonde debuutroman Voor een verloren soldaat (1986) waren, constateer je achteraf, beide schrijvers één. De literator zorgde ervoor dat deze autobiografische geschiedenis meer betekenis had dan alleen een particuliere, en de autobiograaf hield de mooi-schrijver in toom. Na lezing van Afgrond heb je de neiging te zeggen: dat was een mooie tweeëenheid, die nu - helaas - uit elkaar is gehaald.

De bundel bevat verhalen die Van Dantzig de afgelopen tien jaar heeft geschreven en kent een strikte scheiding tussen 'literair' en 'autobiografisch'. Met de laatste categorie besluit de bundel. De afdeling 'Vleugels' is een drieluik over de dood van Van Dantzigs ouders, gelardeerd met herinneringen waarin ook de gebeurtenissen in Voor een verloren soldaat even voorbij komen - alleen héét Rudi van Dantzig nu ook Rudi van Dantzig.

De overige verhalen zijn fictioneel. Aan de hand van oude en (heel) jonge, mannelijke en vrouwelijke, homo- en heteroseksuele, Britse en Nederlandse personages onderzoekt Van Dantzig de duistere kant van menselijke betrekkingen, met al zijn spannende èn benauwende aspecten. Vooral erotische verhoudingen gaan op de snijtafel, waarbij Van Dantzig in de eerste plaats geobsedeerd is door iets wat je de erotiek van het verschil zou kunnen noemen.

Machtsverschil en leeftijdsverschil bijvoorbeeld, maar ook subtielere vormen van verschil - eenzijdig verdriet, zieligheid, pijn - zijn voor de personages een bron van wellust en liefde. In het langste verhaal van de bundel, 'Vanavond kalf, morgen lam?', wordt ambtenaar Kotmann verliefd op de jongen die hij - misschien met opzet - heeft aangereden. Hij neemt hem in huis, in de hoop er een fijn knuffeldiertje bij te hebben als de pleisters verwijderd zijn.

Maar het loopt anders. Het verhaal eindigt met de twee mannen in een akelige pat-stelling, beiden in stilte vechtend met nauwelijks met elkaar te verenigen gevoelens: (machts)wellust, liefde, afhankelijkheid en afkeer. De 'meest beschamende, stevig weggemoffelde oerdriften', zoals Kotmann dat noemt, hebben in het verhaal dan waarlijk een 'stem' gekregen. 'Een illegale, hese stem.'

'Vanavond kalf, morgen lam,' is niet alleen het langste verhaal in de bundel, het is ook het beste. Het is met veel vaart geschreven, heeft een mooie harde, 'directe' toon en verzandt niet, zoals de rest van dit deel van de bundel, in mooischrijverij. Want dat is wat me in Afgrond het meest verbaasde: dat een auteur, die in zijn debuut onopgesmukt en goed gedoseerd schreef, zich hier zo te buiten gaat aan weelderige beschrijvingen van bijzaken. Geen verwaarloosd parkje, geen treurige flat, geen stedelijk vergezicht en geen sombere wolkenpartij die niet uitvoerig in zware woorden beschreven wordt, om er - volledig overbodig - het gemoed van de personages op te projecteren.

Als Van Dantzigs drang om vast te leggen sterker is dan het verlangen naar welluidend proza, staan er meteen zinnen die mooi zijn door hun eenvoud. 'Een kuil zoals een jongen hem zou scheppen', noteert hij als de urnen van de ouders worden bijgezet. Zo beeldend kom je ze in de 'literaire' verhalen niet tegen.