Injecties met Franse manieren van denken; Verhalen over Britten in Frankrijk van Julian Barnes

Julian Barnes: Cross Channel. Uitg. Jonathan Cape, 211 blz. Prijs ƒ 44,10.

Julian Barnes heeft in de afgelopen tien jaar Lawrence Durrells oude rol overgenomen van meest geprezen Engelse romanschrijver in Frankrijk. Durrell verkreeg die status zonder zich in eerste instantie op Fransen te concentreren; hij hield van een levenshouding die Mediterranees genoemd zou kunnen worden, waar hij diepere kleur en emotie in zag dan in de Engelse. Barnes richt meer van zijn aandacht op Frankrijk, zonder de overtuiging uit te dragen dat Fransen rijker leven. Wat hij zou aanbevelen als het kon, denk ik, zouden injecties met Franse manieren van denken en kijken zijn voor Engelsen om hun mentaliteit te kruiden en toe te spitsen. 'I am sentimental about clarity of thought, emotional about rationality,' zegt een Engelse schrijver die hem niet vreemd is in een van de verhalen van zijn nieuwe verhalenbundel Cross Channel.

Barnes is vaak in eigen persoon aanwezig, niet ronduit als verteller maar herkenbaar aan zijn kijk op het landschap en de mensen. Al de verhalen spelen in Frankrijk, en bijna al de hoofdpersonen zijn Engels, vandaar de titel. Eén keer gaat het anders. In 'Dragons' is de hoofdpersoon een achttiende-eeuwse meubelmaker bij wie soldaten des Konings ingekwartierd worden die hem ruïneren met de opzet om hem van zijn protestantse geloof af te brengen. Deze onbuigzame man is Frans, de soldaten zijn Ierse huurlingen en de auteur is nergens te bespeuren. De wending aan het slot is zo geraffineerd dat het geheel doet denken aan een gepolijst meubelstuk; maar het is met meesterhand gemaakt en glanst een tijd na in de herinnering.

Dat verhaal is het meest spannende, doordat het de lezer verleidt tot vereenzelviging met de Hugenoot. De rest houdt afstand, beschrijvend, beschouwend, herinnerend, ironiserend, stilerend. Als sommige zich sterker laten gelden dan andere komt het minder door wat de personen beleven dan door het plezier van de schrijver dat er in klinkt.

'Melon' is een doordacht en elegant verhaal over een generaal die aftakelt in luxe-krijgsgevangenschap onder Napoleon nadat wij hem jong en ondernemend bezig hebben gezien in twee eerdere levensfasen. 'Hermitage' gaat over twee Engelse vrouwen die omstreeks 1890 een château bij Pauillac kopen en eigenwijs in de wijnbouw gaan; alle details zijn licht en scherp getekend, tot een bekoorlijke kleine slotscène met een lesbische inslag toe. 'Evermore' vertelt van een vrouw die na een kort huwelijk haar echtgenoot verstoot om zich te wijden aan de nagedachtenis van haar broer die gesneuveld is in de Eerste Wereldoorlog; telkens rijdt zij in haar vakanties door Noord-Frankrijk in een grijze Morris met rode bekleding.

Tegen het eind bewijst Barnes nog eens in nieuwe termen dat hij door de ware Fransgezindheid bezield wordt: 'Brambilla' gaat over wielrennen. Het is het enige van de verhalen waar hij niet genoeg heeft aan variaties op de burgerlijke en intellectuele verteltrant. Hij neemt de toon aan van een jonge renner Andy die in Frankrijk als hulpje mee mag doen; of beter gezegd, hij kruist zijn eigen stijl met die van de renner, wat een tweestemmig geluid oplevert. Weten jullie wat Sean Kelly kreeg in Spanje? 'He had ...there's a medical name for it but I've forgotten, but basically it's a sort of ingrowing hair in your arse. They used to get it in the war, called it Jeep Arse, you got it from riding round on the hard seat of a Jeep all day.' Onderzoekopdracht voor een ongehaaste lezer: probeer in zulke zinnen Andy en Barnes van elkaar te onderscheiden.

Daarna is het laatste verhaal, 'Tunnel', het meest consequent herinnerende van alle, ook al speelt het in 2015, in de gedachten van een schrijver die de lezer bekend voorkomt, per Eurostar onder het Kanaal op weg naar Parijs. Is hij het? Inderdaad, het is Barnes, zoals hij aan het slot toegeeft, alleen gekruist met zichzelf van over twintig jaar.

Het zou geen wonder zijn als sommige lezers denken: ik had iets meer van de drijvende kracht van 'Dragons' willen aantreffen. Die wens blijft onvervuld. Wat Barnes te bieden heeft zijn schetsen van Engelsen tegen een Franse achtergrond. Sommige gaan zo vernuftig over onvoorstelbare situaties dat er geen levende oogopslag in te herkennen is; dat geeft niet, het kan heel onderhoudend zijn, maar de beste hebben meer substantie.

Als eenmaal het jaar 2015 werkelijk bereikt is en het wordt tijd voor een ordening van Barnes' hele oevre zal Cross Channel niet verzekerd zijn van een plaats op de eerste rang. Wel zal het nog steeds lezers animeren om te ontdekken hoe emotional zij zelf over rationality kunnen worden en om hun innerlijk oog op Franse landschappen te richten; en als zij zelf Fransen zijn, zich af te vragen hoe het komt dat het gedempte dubbelzinnige geluid van het perfide Albion hun in deze versie zo innemend in de oren klinkt.

    • J.J. Peereboom