In het teken van iets groots; Jeugdwerk van Paustovskij vertaald

Konstantin Paustovskij: De romantici Vert. Wim Hartog, Uitg. De Arbeiderspers, 208 blz. Prijs ƒ 29,90

Romantiek is wat het groepje studenten dat de titel gaf aan Paustovskij's eerste prozawerk, het meest kenmerkt. Maksimov en zijn studievrienden koesteren minachting voor de werkelijkheid van alledag en staan op gespannen voet met de gemiddelde burger. Hun leven staat in het teken van literatuur, kunst of iets anders groots, zoals vrijheid of liefde. Voor hen is de mensheid onderverdeeld in twee ongelijke delen: de massa van de grauwe middelmaat en een klein groepje uitverkorenen.

Helaas wordt dit gegeven in De romantici niet veel genuanceerder gepresenteerd dan ik het hier doe. De roman vertoont precies die gebreken die Paustovskij (1892-1968) in zijn autobiografische schets Een paar losse gedachten - in 1993 bij wijze van voorwoord opgenomen in de verhalenbundel Afscheid van de zomer - signaleerde in zijn jeugdige 'exotisme': geëxalteerdheid en verhevenheid. Zo begrepen verwordt romantiek tot - het zijn weer Paustovskij's eigen woorden - een uiterlijk omhulsel zonder zelfstandige inhoud.

De jonge Maksimov, het alter ego van de auteur, is een beginnend schrijver. Behalve door het schrijverschap wordt hij vooral in beslag genomen door de liefde en de natuur, en de roman bestaat voor een groot deel uit mijmeringen hierover. Dat Paustovskij de Russische natuur kon beschrijven zoals maar weinig anderen, weten we uit het vele dat inmiddels van hem vertaald is. Ook in De romantici zijn de natuurbeschrijvingen de passages waar hij de grootste zeggingskracht bereikt. Maar verder is het hele romantische arsenaal aan motieven en stemmingen hier in nog tamelijk onbewerkte vorm aanwezig. Paustovskij was 24 toen hij aan de roman begon, het is hem dus vergeven dat veel de toets van de oorspronkelijkheid niet kan doorstaan. Maar het neemt de lichte ergernis die soms opkomt tijdens het lezen van De romantici niet weg.

Aan de vage nostalgie waar Maksimov aan lijdt worden veel woorden gewijd. Meestal overstijgen ze het niveau van het sjabloonmatige niet, zoals in de vergelijking met de mens die opkomt bij Maksimov wanneer hij luistert naar het ruisen van een schelp: 'Ieder hunkert naar zijn eigen zee, waaraan het hart herinneringen heeft. Ik luister dikwijls heel scherp naar mezelf en wanneer het rondom heel stil is, hoor ik de weemoed als een onduidelijk gezang opstijgen.'

Gedroom en gemijmer bepalen de sfeer. Af en toe wordt er een discussie zonder veel kop of staart gevoerd, en veel wordt er gekoketteerd met de eigen onaangepastheid aan de dorre werkelijkheid van alledag. Verder gebeurt er niet zoveel in de roman, waarvan de hoofdstukjes als los zand aan elkaar hangen. Een vage verhaallijn vormen de ontluikende liefde voor het meisje Chatidzje en de verwikkelingen wanneer zich nog een andere liefde aandient. Maar ook hier is weinig eigens te bespeuren: de twee vrouwen in Maksimovs jeugd komen grofweg overeen met de twee types heldin die de romantische literatuur kent: de een is een zuiver en kuis natuurkind, de ander een mondaine, grillige femme fatale .

In het derde en laatste deel van de roman wordt die verhaaldraad weer vrijwel losgelaten. De eerste wereldoorlog is inmiddels uitgebroken en Maksimov komt als ziekenbroeder terecht aan aan het oostfront. Volledig gewijd aan een beschrijving van de gruwelen die hij daar ziet, mist dit deel iedere innerlijke samenhang met de beide voorafgaande delen.

Met al zijn structurele en inhoudelijke gebreken heeft De romantici vooral documentaire waarde. Het is sterk autobiografisch en geeft dus informatie over Paustovskij's jeugd, informatie die gretig aftrek zal vinden bij de vele Paustovskij-adepten die ons land rijk is. Wanneer het naast Paustovskij's rijpere werk wordt gelegd laat het de literaire ontwikkeling van de schrijver zien. En vooral toont het zijn moed, die hem deed weigeren te schrijven over in zijn tijd verplichte onderwerpen als revolutie en socialisme, en die hem vaak op scherpe kritieken kwam te staan.

    • Helen Saelman