'Ik denk dat er geen weg terug is naar het verleden'; Euro-commissaris Van Miert over een nieuw sportkanaal

BRUSSEL, 16 FEBR. Hoog in het gebouw van de Europese Commissie in Brussel waakt sinds 1993 de socialist K. van Miert (1942) over de vrije markt van Europa. In het begin kwam er praktisch nooit een mediazaak op zijn bureau, inmiddels gaat er geen week voorbij of er ligt weer een nieuwe kwestie. Met moeite heeft hij, vlak voor een haastige lunch, een gat in zijn agenda kunnen maken voor een interview.

Elders in Brussel verschijnt op dat moment de HMG-directeur H. Boermans voor de 'merchand task force' van de euro-commisaris. Het dossier van de “dominante” Holland Media Groep is nog steeds niet gesloten.

Een dag eerder reed de KNVB de auto in Brussel voor. De voetbalbond is zelf aandeelhouder geworden in een sportkanaal waaraan het de televisierechten heeft verkocht. De mannen van de KNVB hebben nu wat uit te leggen.

Telkens als in Nederland de publieke opwinding en de politieke onmacht groot is, zingt de naam 'Van Miert' rond. Als een geest uit de lamp moet hij het land weer tot rust brengen en de commerciëlen verdrijven. Maar: “Er is geen weg terug naar het verleden.” Voetbal is volgens Van Miert niet langer meer het cultuurgoed waarvoor de publieke omroep het nog altijd houdt. “Die tijden zijn voorbij. Voetbal is big business.”

Waarom heeft u een onderzoek ingesteld naar het sportkanaal?

“Dit is een nieuwe zaak die grensoverschrijdende consequenties kan hebben. Bij mijn weten hebben we niet eerder meegemaakt dat een eigenaar van televisierechten, die bovendien een monopolie heeft op die rechten, direct gaat participeren in een zender. Als die lijn zich voortzet, kunnen we voor rare toestanden komen te staan. Stel dat morgen de UEFA zegt: 'Dit zijn onze televisierechten. We beginnen een eigen kanaal'. Is er dan sprake van misbruik van een monopoliepositie? Onder welke voorwaarden kun je dat gedogen? Daar moeten spelregels voor zijn.”

Waar zal het onderzoek zich vooral op richten?

“De sublicenties die de KNVB aan andere omroepen wil geven. Die zullen we goed onder de loep nemen. Onder welke voorwaarden worden die verstrekt? Dat is een heel wezenlijk punt.”

Zijn sommige belangrijke voetbalwedstrijden volgens u aan te merken als 'nationaal evenement', zoals bijvoorbeeld Koninginnedag?

“Nee, dat zie ik niet zitten. We mogen onze ogen niet sluiten en net doen alsof voetbal nog steeds enkel en alleen een culturele aangelegenheid is. We hebben inmiddels te maken met voetbalrechten en professionele clubs. Het gaat om een markt waar concurrentie een rol speelt. Ik denk niet dat er een weg terug is naar het verleden.”

De NOS meent wegens het maatschappelijke en culturele belang van voetbal aanspraak te kunnen maken op een voorkeursbehandeling.

“Rechtuit gezegd, dat kan niet meer. Ik heb het ook nog allemaal gekend, de missionarismentaliteit van de publieke omroep. Maar die tijden zijn voorbij. Voetbal is een commerciële zaak geworden. En of je dat nou leuk vindt of niet, ook de publieke omroep moet die logica aanvaarden.”

Ziet u de media als een bedrijfstak als alle anderen?

“In de mediawereld kun je niet enkel de economische logica laten spelen. Daar is toch ook een meer fundamentele democratische bekommernis mee gemoeid. We moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat de toegang tot software is gegarandeerd.

“Je mag ook niet vergeten dat in het verdrag van Maastricht is opgenomen dat overheidshulp op het gebied van cultuur is toegestaan. We moeten nu proberen die overheidshulp in concrete spelregels vast te leggen. We kijken namelijk al een tijdje aan tegen een aantal moeilijke zaken die hier op onze tafel zijn gelegd. Het commerciële kanaal TF1 in Frankrijk heeft bijvoorbeeld een klacht ingediend tegen de publieke zenders. TF1 meent dat er sprake is van oneerlijke concurrentie, omdat de publieke zenders overheidshulp krijgen. Datzelfde verhaal geldt voor twee commerciële televisiezenders in Portugal. En twee Spaanse nationale zenders hebben om dezelfde reden weer een klacht ingediend tegen regionale zenders.”

Een meerderheid van het Europees Parlement is nu juist voor verregaande overheidsbemoeienis en wil televisiezenders binden aan quota voor Europese produkties. Wat vindt u daarvan?

“Voor een overgangsperiode is het verdedigbaar dat je je eigen produkten beschermt. Maar ik geloof niet dat het op termijn een oplossing is. We zouden valse hoop wekken door te denken dat we met quota's de Amerikanen buiten kunnen houden.

“Maar we worden in Europa momenteel overspoeld met Amerikaans produkten. Niet alleen omdat ze zo aantrekkelijk zijn voor de kijker. Op de Amerikaanse markt zijn die produkten meestal afgeschreven en hier gaan ze voor een habbekrats in de aanbieding. Dan mag je toch wel stellen dat de concurrentieverhoudingen niet helemaal gelijk zijn. Het is een zwaargewicht tegen een lichtgewicht. Daar moeten we oog voor hebben. We moeten de producenten in Europa de mogelijkheid geven bij te benen. Tijdelijk.”

De Europese programmaproducent Endemol klaagt nou juist dat hij van de Europese Commissie niet mag groeien.

“Nonsens. Ze zijn volop bezig zich ook elders in Europa te ontwikkelen. Dat moedigen wij ook aan. En mochten andere landen daarover klagen, dan zullen we hen beschermen. Dat is onze taak. Maar als men zich - vanuit een dominante positie - nog eens wil gaan versterken in een grote nieuwe groep, dan zitten we gezien de mededinging toch in een bedenkelijke situatie. Endemol zou in de HMG-groep een essentiële positie bekleden en had ook nog eens bedongen dat ze zeventig procent van de programma's zou produceren.”

Inmiddels is Endemol uit de HMG-groep en in het nieuwe sportkanaal. Moet de HMG-zender RTL5 nog wel worden verkocht?

“Wij zijn uiteraard bereid aan de hand van de meest recente toestand de zaken nog eens na te lopen. De overeenkomst was dat RTL5 zou worden verkocht, zodat er een concurrent bij zou komen. Nu is er een ander idee om RTL5 van de markt te nemen. Misschien is het dan het beste om het bij die optie te laten.”

Zouden voor kleine landen geen andere fusieregels moeten gelden? In Nederland bereik je al snel een monopoliepositie.

“Dat is een fundamenteel misverstand. In Nederland hoor ik vaak zeggen: 'We moeten wel sterk staan op onze eigen markt. We zijn maar een klein land.' Met andere woorden: de commissie moet haar ogen maar dichtdoen. Maar de spelregel kan niet zijn: Laat mij groeien in mijn markt, en zorg ervoor dat ik anderen wel kan beconcurreren in hun markt. Als iedereen zo redeneert, dan blijven de markten gesloten.”

Wanneer komt u als euro-commisaris concurrentiezaken eigenlijk in actie?

“Wij moeten erop toezien dat ondernemingen via afspraken of joint ventures geen anti-concurrentiële praktijken ontwikkelen. Dat is natuurlijk een notie die voor interpretatie vatbaar is. Die voetbalzaak is bijvoorbeeld een nieuwsoortig probleem. Daar moeten we specifiek naar gaan kijken.

“Maar als het om fusiewetgeving gaat, dan hebben we wel klaar omlijnde regels. Als een fusie bijvoorbeeld een omvang heeft van meer dan vijf miljard ecu dan moet de Europese Commissie die beoordelen. Overigens gaan we in de loop van de volgende maand een voorstel neerleggen om die bestaande criteria te versoepelen. In sommige sectoren ontsnappen een aantal fusies aan onze controle, terwijl ze wel grensoverschrijdende belangen hebben. Dan gaat het om een niche-markt. Daarin kan men, zelfs zonder hoge zakencijfers, toch een dominante positie bekleden. Dat heb je bijvoorbeeld bij farmaceutische produkten. Als de huidige criteria zijn versoepeld, dan kunnen we ons over meer fusiezaken buigen.”

Zou u dan wel de overname van de Dagbladunie door PCM Uitgevers onderzoeken?

“Luister, we willen ons enkel bezighouden met zaken die grensoverschrijdend zijn. Voor de rest zeggen we altijd tegen de nationale overheden: Probeer zoveel mogelijk zaken zelf te doen. Zeker als men een eigen concurrentie-wetgeving heeft.”

    • Monique Snoeijen