Gynaecoloog moet zelf kosten cassatie betalen

DEN HAAG, 16 FEBR. Minister Sorgdrager (Justitie) is niet van plan de kosten te betalen voor het cassatieberoep van de Purmerendse gynaecoloog H. Prins. Dit heeft een woordvoerder van minister Sorgdrager vanochtend desgevraagd gezegd.

In een open brief aan Sorgdrager en minister Borst (Volksgezondheid) dreigt Prins, die in 1993 het leven beëindigde van een ernstig gehandicapte baby, de cassatie in te trekken als de ministers de kosten niet vergoeden.

Vorig jaar ontsloegen de rechtbank in Alkmaar en het hof in Amsterdam de arts van rechtsvervolging, omdat hij zorgvuldig had gehandeld bij de levensbeëindigende handelingen. Voor minister Sorgdrager is de zaak van groot belang omdat zij jurisprudentie wil over dergelijke handelingen op wilsonbekwamen. Daarover bestaat regelgeving noch jurisprudentie. Prins is het er niet mee eens dat hij het initiatief heeft moeten nemen in het proefproces, en dat de minister hem voor het kostenrisico laat opdraaien.

Sorgdrager gaf het openbaar ministerie zelf de opdracht Prins te laten vervolgen. De Amsterdamse procureur-generaal Korvinus besloot vorig jaar geen cassatie in te stellen bij de Hoge Raad omdat zij daarvoor geen redenen zag. Sorgdrager wilde een uitspraak van de Hoge Raad hebben 'in het belang der wet'. Of de Hoge Raad de zaak dan ook in behandeling neemt, is echter niet aan de minister van Justitie, maar aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

Volgens de woordvoerder van Sorgdrager heeft de minister in september vorig jaar al laten weten dat zij het onjuist vindt dat de overheid rechtsbijstand bekostigt, tenzij het gaat om de reguliere gefinancierde rechtshulp. “Het bezwaar van de minister is van principiële aard”, aldus Justitie.