Fundamenteel onbetrouwbaar; De zwarte kijk van scenarioschrijver Joe Eszterhas

Niemand is wie hij lijkt in de filmscripts van de Amerikaan Joe Eszterhas, die in tien jaar tijd de populairste scenarioschrijver ter wereld is geworden. In zijn werk, zoals Basic Instinct, Showgirls en Betrayed, komt telkens opnieuw plotselinge neiging tot moorddadigheid voor. “Eszterhasz is een misantroop, een moralist in de traditie van schrijvers als Nathaniel Hawthorne en John Irving, die niet alleen wil aantonen dat de mens tot alle kwaad geneigd is, maar ook dat seks en lust daarbij de doorslaggevende factoren zijn.”

Showgirls (regie Paul Verhoeven) draait in 58 bioscopen. De meeste andere films naar scripts van Joe Eszterhas (zie kader) zijn te huur in de videotheek.

Vlak voor het einde van Basic Instinct, wanneer de charmante politiepsychologe is ontmaskerd als een moordlustige psychopaat, praten de rechercheurs op het bureau in San Francisco nog even na. “You just can't tell about people, can you?” zegt een van hen, vol onbegrip over de collega die met ijspriemen en revolvers een half dozijn mensen gruwelijk vermoord heeft. “Even the ones you think you know inside out.”

De woorden van de rechercheur - bijfiguur in een film die wordt gedragen door Michael Douglas en Sharon Stone - vormen het credo van Joe Eszterhas, scenarioschrijver in Hollywood en specialist in thrillers met een dubbele bodem. In de meeste films waarvoor hij het scenario schreef is er wel een variatie op terug te vinden. “Wat weten we nou eigenlijk van onze ouders?” vraagt iemand in Music Box aan de advocate die haar vader verdedigt tegen een aanklacht wegens oorlogsmisdaden. “Hoe kon ik me zo vergissen?” zegt de undercover agente in Betrayed, wanneer ze heeft ontdekt dat haar nieuwe geliefde een neo-fascistisch beest is. “Waarom heb je dit met je laten doen?” sist de echtgenoot in Jade tegen zijn vrouw, die hij net op een videotape in tal van sado-masochistische posities bezig heeft gezien. En alleen in dit laatste geval wordt de vraag beantwoord. “Ik vond het lekker,” zegt de vrouw met een afwezig glimlachje.

In de scripts van Joe Eszterhas is niemand wat hij lijkt. De aan haar man verknochte echtgenote werkt als eersteklas prostituée voor de jetset. Een innemende playboy blijkt een satanische moordenaar die zijn slachtoffer openritst met een jachtmes. Politie-inspecteurs met wie de bioscoopbezoeker zich identificeert, hebben een twijfelachtig verleden en dito moraal; rocksterren die om hun warme persoonlijkheid bewonderd worden, ontpoppen zich als brute verkrachters; en zelfs engelachtige kinderen houden er de meest abjecte denkbeelden op na. Wee degenen die zich aan anderen hechten! Tien tegen een dat het lijdend voorwerp van hun liefde de duivel in vermomming blijkt. Emoties zijn levensgevaarlijk, prent Eszterhas ons in. Of, zoals een van zijn personages in Music Box het formuleert, 'wie zijn hart volgt, komt bedrogen uit.'

Totempaal

Esterhasz' sombere mensbeeld, en vooral zijn vermogen om dat op een spannende manier te verwerken in succesvolle scripts, heeft hem tot de populairste scenarioschrijver ter wereld gemaakt. In de afgelopen tien jaar werd zijn werk niet alleen verfilmd door een politiek geëngageerde regisseur als Costa-Gavras maar ook door commerciële Hollywood-filmers als Paul Verhoeven en Adrian Lyne. De bedragen die hij ontvangt voor de output van zijn Olivetti zijn legendarisch. Verkocht hij in 1992 het original screenplay van Basic Instinct al voor 3 miljoen dollar, in 1995 haalde hij het nieuws met nog astronomischer sommen. Eerst brak hij zijn eigen financiële records door 3,5 miljoen te vragen voor het 'rock'n'roll murder mystery' Foreplay; in december kreeg hij zelfs 1,5 miljoen voor de vier pagina's tellende synopsis van een nieuwe thriller. Net als bijvoorbeeld Jack Nicholson of Tom Cruise bedingt Eszterhas tegenwoordig vooraf een percentage van de opbrengst van de film aan de kassa. En dat terwijl de drie recentste verfilmingen van zijn scripts (Sliver, Jade en het nu in Nederland uitgebrachte Showgirls) in Amerika geflopt zijn.

Zelf zegt Eszterhas niet erg onder de indruk te zijn van zijn status en verdiensten. “Op de totempaal van Hollywood sta je als schrijver nog steeds onderaan,” zei hij onlangs in een interview, om vervolgens te verwijzen naar de bekkentrekker Jim Carrey, die na één succesvolle film 10 miljoen voor zijn volgende rol kon vragen. Maar als iemand er voor gezorgd heeft dat er überhaupt scenaristen op de totempaal staan, dan is het Joe Eszterhas. Zijn persoonlijk succes heeft de hele beroepsgroep meer aanzien gegeven. Van het pispaaltje van de filmindustrie - gekoeioneerd door producenten, regisseurs en script doctors die niets van zijn originele werk heel lieten - is de scenarioschrijver geëmancipeerd tot een potentiële ster; hij of zij is niet langer de loser die zich, zoals in Robert Altmans Hollywoodsatire The Player (1992), in de modder moet laten verzuipen.

Niet dat Eszterhas een modderloos bestaan leidt. Integendeel, er zijn weinig Hollywoodsterren die zoveel controverse oproepen als hij. Dat ligt in de eerste plaats aan de grote hoeveelheid seks die hij in zijn scenario's stopt. 'Rated R for nudity, profanity, en implied sex' luidde in 1983 de waarschuwing bij zijn tweede film Flashdance, een achteraf bezien in-braaf verhaaltje over een metaalarbeidster met balletaspiraties. Sindsdien is het bloot en het gevloek in de Eszterhas-scripts exponentieel toegenomen, terwijl de seks steeds minder impliciet werd.

'Pushing the envelope', heet dat in Hollywoodjargon: de grenzen van de censuur aftasten. Showgirls, de haat-en-nijdmusical over naaktdansers in Las Vegas die nogal saai werd verfilmd door Paul Verhoeven, bewijst dat het Eszterhas gelukt is. Tien jaar geleden had de film in Amerika alleen vertoond mogen worden in geselecteerde pornobioscopen; nu men gewend is aan de unverfroren seks van Sliver en Jade, mag iedereen boven de 17 gaan kijken naar de full frontal nudity van hoofdrolspeelster Elizabeth Berkley, het prachtig uitgelichte gerampetamp in zwembaden en hotelsuites, en de eindeloze parade van billen & borsten in de chorus lines.

Biseksueel

De meeste protesten riep Eszterhas op met zijn vermeende homofobie en vrouwenhaat. Vooral de première van Basic Instinct, waarin de slechte, moordzuchtige vrouwen lesbisch of ten minste biseksueel zijn, leidde in Amerika tot demonstraties van de homobeweging, die vond dat hier een bedenkelijk verband werd gelegd tussen psychopathie en homoseksualiteit. Hoewel die beschuldiging nogal ver gezocht was - de lesbische wendingen in Basic Instinct zijn eerder irrelevant en lachwekkend dan kwetsend - haalde Eszterhas bakzeil: hij suggereerde in het openbaar dat Paul Verhoeven de verkeerde accenten bij de verfilming van zijn scenario had gelegd, en maakte de slechteriken in zijn volgende scripts keurig heteroseksueel. Alleen Gina Gershon in Showgirls speelt nog een bitchy bisexual, maar het is vast geen toeval dat zij aan het eind van de film een van de minst onsympathieke bewoners van Las Vegas blijkt.

Vrouwen komen er bij Eszterhas in het algemeen niet best af. Ze zijn bloeddorstig, meer op seks belust dan op gevoel en fundamenteel onbetrouwbaar; tegelijkertijd worden ze bedrogen, mishandeld, verkracht of vermoord. Toch kun je Eszterhas geen vrouwenhater noemen. Allereerst heeft hij ook een aantal prachtige, compleet andere vrouwenrollen op papier gezet: de door schuldgevoel geteisterde advocate in Jagged Edge bijvoorbeeld, of de dochter in Music Box die tegen beter weten in wil blijven geloven in de onschuld van haar vader.

En de mannen in de Eszterhas-scripts zijn ook geen lieverdjes; zij zijn even nietsontziend en moreel corrupt als hun vrouwelijke tegenspeelsters. Ik weet niet wie ik liever in een donker flatgebouw zou tegenkomen: de door Jeanne Tripplehorn gespeelde ijspriempsychopate uit Basic Instinct, of de machtswellustige slachter (Chazz Palminteri) uit Jade.

Eszterhas is veel meer een misantroop dan een vrouwenhater. In zijn scripts toont hij zich een moralist in de traditie van schrijvers als Nathaniel Hawthorne en John Irving, een puritein die niet alleen wil aantonen dat de mens tot alle kwaad geneigd is, maar ook dat seks en lust daarbij de doorslaggevende factoren zijn. Daarbij lijkt zijn kijk op Amerika met de jaren steeds zwarter te worden. Flashdance is nog een ode aan de Amerikaanse Droom - en net als Jagged Edge en Music Box gestructureerd rondom een integere hoofdpersoon. In de laatste Eszterhas-films zijn niet alleen de misdadigers verdorven maar ook hun tegenstanders. De door Michael Douglas gespeelde rechercheur in Basic Instinct (bijnaam: 'Shooter') gaat veel te nonchalant om met vuurwapens, snuift coke, heeft een drankprobleem, en is misschien zelfs verantwoordelijk voor de dood van zijn vrouw. En de vriendin van de hoofdpersoon van Showgirls, het enige integere personage in de film, verraadt uiteindelijk al haar principes voor een ontmoeting met haar favoriete popster - een ontmoeting die in de beste moralistische traditie uitloopt op een nachtmerrie.

Hell's Angels

Joe Eszterhas, geboren in 1944 en op zijn zesde geëmigreerd vanuit Hongarije naar Ohio, is altijd gefascineerd geweest door de donkere kant van de mens en de donkere kant van de Amerikaanse samenleving. Eer hij in 1978 als scenarioschrijver debuteerde met F.I.S.T., een verhaal over vakbondscorruptie, had hij jarenlang gewerkt als onderzoeksjournalist voor de Cleveland Plain Dealer en Rolling Stone. Hij schreef artikelen over Hell's Angels, sekteleiders en corruptiezaken. Maar het stuk waarmee hij tot in Hollywood naam maakte was 'Charlie Simpson's Apocalypse', een in de stijl van Truman Capote's In Cold Blood geschreven reconstructie van een geruchtmakende massamoord in Missouri.

In 'Charlie Simpson's Apocalypse', dat later in Tom Wolfe's verzamelbundel The New Journalism werd opgenomen, verdiepte Eszterhas zich in de achtergronden en de motieven van een jonge hippie die in Harrisonville een bloedbad aanrichtte. Het artikel laat zich lezen als de eerste uitwerking van een van Esterhasz' terugkerende thema's: het verlies van controle. Charlie Simpson is een schijnbaar doodgewoon iemand die van de ene op de andere dag doorslaat en een massamoord pleegt. Hij geeft zich over aan wat in Basic Instinct wordt aangeduid als de 'homicidal impulse'.

Alle grote Eszterhas-films bevatten Charlie Simpsons. In Basic Instinct is het Sharon Stone-personage bevriend met een meisje dat haar twee broertjes vermoord heeft en een vrouw die op een kwade dag haar eigen gezin afslachtte ('said she didn't even know why she'd done it', luidt het commentaar van een rechercheur). In Music Box speelt Armin Müller-Stahl de brave Hongaars-Amerikaanse burgerman die zich als jonge man in de Tweede Wereldoorlog heeft gedragen als een monster. En in Jade is het de jeugdvriend van de politie-inspecteur in de hoofdrol die - zij het niet zonder motief - twee brute moorden pleegt.

'Hysterical blindness' noemt de door Linda Fiorentino gespeelde psychologe in Jade het plotselinge toegeven aan een 'onbeheersbare drift'. Ze weet waarover ze praat, want als ze terugkomt van haar geleerde lezingen in gerenommeerde instituten pleegt ze zich af te reageren in het privé-bordeeltje van de gouverneur van Californië. Een verklaring voor dit soort Jekyll & Hyde-gedrag is er niet; de drift 'sluipt op je af en overvalt je ineens', net als de Hongaarse Stierebloed-wijn waar de hoofdpersoon uit Music Box zo dol op is. Geen wonder dat je zelfs je dierbaren nooit voor honderd procent kunt kennen, en dat eigenlijk niemand te vertrouwen is.

Film noir

Meer dan enig andere Hollywood-scenarist is Joe Eszterhas trouw aan zijn thema's en obsessies. Het heeft hem het verwijt opgeleverd dat hij in herhalingen vervalt en zichzelf plagieert - iets wat kennelijk alleen puur literaire schrijvers is toegestaan. Vooral in de Amerikaanse en Engelse pers kan Eszterhas de laatste tijd geen goed meer doen. Bij het uitkomen van Jade, dat in sfeer en plot doet denken aan Basic Instinct, waren maar weinig critici enthousiast. Ten onrechte, want Jade is - mede dankzij de inventieve regie van William Friedkin - niet alleen een spannende film noir, maar ook een moedeloos makende verbeelding van politieke en morele corruptie. Je zou bijna denken dat de criticasters zich hebben laten verblinden door de (voor een mainstreamfilm) taboe-doorbrekende seks waarmee Eszterhas zijn script doorspekte.

Showgirls is een ander verhaal. Het is moeilijk om in het dunne plotje over ambitie in Las Vegas de hand van de meester te herkennen (al zou je de film kunnen karakteriseren als een cynische remake van Flashdance). Nergens etaleert Eszterhas zijn vermogen om personages te laten intrigeren of de kijker op het verkeerde been te zetten. Zelfs de flitsende, van seksuele toespelingen wemelende dialogen - gewoonlijk Eszterhas' specialiteit - klinken plat en grof, en dat ligt niet alleen aan de slechte timing van de acteurs. Wie Elizabeth Berkley clichés als 'Shit happens' en 'We are all whores' hoort uitbrengen, snakt naar de onheilszwangere woordenduels van Sharon Stone en Michael Douglas (“Do you have something against icecubes” - “I just like rough edges.”).

Toch is het onzin om Eszterhas op basis van één slecht script meteen maar af te schrijven. Ook beroemde scenaristen uit het verleden produceerden niet alleen maar goud, zelfs al heetten ze Raymond Chandler of Herman Mankiewicz. Op dit moment worden er vier films naar scenario's van zijn hand gemaakt: een biopic van de soulkoning Otis Redding (die zijn laatste interview in 1967 aan de journalist Joe Eszterhas gaf), en de drie thrillers Trapped, Foreplay en One Night Stand. Vooral de laatste, die geregisseerd zal worden door Mike Figgis (Leaving Las Vegas), wekt grote verwachtingen.

De 51-jarige Eszterhas is nog lang niet uitgeschreven. Te meer daar hij, anders dan succesvolle scenarioschrijvers als Billy Wilder, Lawrence Kasdan en John Sayles, geen ambities heeft om zelf te gaan regisseren. Het waarom legde hij vorig jaar uit in een interview: “De mensen denken altijd dat scenarioschrijvers regisseur willen worden om hun materiaal te beschermen. Maar het eind van het liedje is dat ze hun scenario's alleen maar geweld aandoen.”

Films naar scenario's van Joe Eszterhas

F.I.S.T. (1978, regie Norman Jewison). Melodrama over een corrupte vakbondsbaas (Sylvester Stallone, die meeschreef aan het scenario). Ook met Rod Steiger.

Flashdance (1983, regie Adrian Lyne). Commercieel succesvolle muziek- en dansfilm. Jennifer Beals speelt een lasser met balletaspiraties.

Jagged Edge (1985, regie Richard Marquand). Jeff Bridges en Glenn Close als een moordenaar en zijn verliefde advocate in een geslaagde rechtbankthriller.

Betrayed (1987, regie Constantin Costa-Gravas). Politieke thriller over een FBI-agente (Debra Winger) die infiltreert in de neo-fascistische beweging en verliefd wordt op een van de kopstukken (Tom Berenger).

The Music Box (1990, Constantin Costa-Gravas). Advocate (Jessica Lange) verdedigt haar van oorlogsmisdaden beschuldigde vader. Psychologisch rechtbankdrama, won de Gouden Beer in Berlijn.

Basic Instinct (1992, Paul Verhoeven). Geruchtmakende erotische thriller met Michael Douglas als groezelige politie-inspecteur en Sharon Stone als van moord verdachte schrijfster.

Sliver (1993, Adrian Lyne). Matige rip-off van Basic Instinct (met opnieuw Sharon Stone in de hoofdrol), op basis van een roman van Ira Levin.

Jade (1995, William Friedkin). David Caruso, Linda Fiorentino en Chazz Palmenteri in een stijlvolle film noir over seks, macht en morele corruptie. Eerste verliesgevende film naar een scenario van Eszterhas.

Showgirls (1995, Paul Verhoeven). Melodrama over naaktdanseressen in Las Vegas. Controversieel maar saai.