Drum-, tokkel- en strijkrobotten; Het meccano-orkest van Pierre Bastien

Pierre Bastien's Mecanium is nog tot 3 maart te zien en te horen in Het Apollohuis in Eindhoven, Tongelresestraat 81, geopend do. t/m zo., 14-18 uur. Op 3 maart geeft Bastien om 15.30 uur een speciaal slotconcert waarbij hij zelf meespeelt op zijn cornet. Reserveringen 040-2440393.

De trompettist Pierre Bastien is dol op vreemde muziekinstrumenten. In zijn huis in Rotterdam heeft hij er al meer dan vijftig verzameld: trommels uit Afrika en Azië, harpen, blokjes waarop ijzeren pennetjes zitten die geluid maken, rammelaars en luiten. Het liefste zou hij al die instrumenten tegelijkertijd laten klinken, maar dat lukte nooit. Want voor vijftig muziekinstrumenten heb je vijftig muzikanten nodig en daarvoor was in zijn huis geen plaats.

Op een dag werd hij opgebeld door zijn moeder. Ze ging verhuizen en was de zolder aan het opruimen. Ze had Pierres oude meccano-dozen gevonden. Meccano is oud technisch speelgoed: ijzeren plaatjes met gaatjes en schroefjes, waarmee je bouwerken en machines kunt knutselen. Zijn moeder vroeg hem of hij zijn oude speelgoed niet terug wilde hebben en dat bracht hem op een idee. Pierre haalde de meccano-dozen op en begon er net als vroeger machines mee te maken. Hij schroefde ijzeren strippen, haken en wieltjes aan elkaar en verbond deze met de elektrische motortjes die bij de meccano horen.

De machines die zo ontstonden maakte Pierre voorzichtig vast aan zijn muziekinstrumenten. Een trommeltje dat je snel heen en weer moest draaien zette hij op een wieltje dat heen en weer kon schudden. Aan een stangetje maakte hij plastic stokjes vast die langs de snaren van een Afrikaanse gitaar konden tokkelen en aan een groot wiel bevestigde hij dopjes die op de knoppen van een kapotte accordeon konden drukken.

Nu had Pierre niet alleen veel muziekinstrumenten, hij had een echt groot orkest. Een orkest van meccano-robotten dat hij in zijn eentje kon laten spelen.

Maar er was nog één probleem. Hoe moesten de robotten nu weten wanneer ze moesten spelen en wanneer ze weer stil moesten zijn? Hoe voorkwam dat alles door elkaar speelde? Bij een echt orkest zien de muzikanten op hun muziekblad wanneer ze iets mogen doen. Bovendien is daar altijd een dirigent die met zijn dirigeerstok aangeeft wanneer iedereen beginnen moet.

Ook daar vond Pierre Bastien wat op. Met de meccano-onderdelen die hij overhad maakte hij nog een paar machientjes die op knopjes konden drukken. Als hij zo'n machientje aanzette, drukte een draaiend wieltje nu eens op het knopje van de automatische trom, dan weer op het knopje van de gitaar-robot.

Zo had Pierre twee soorten robotten in zijn kamer: muziekrobotten en dirigeerrobotten. Zijn meccano-orkest was af en hij noemde het zijn Mecanium.

In een huis in Eindhoven kun je de komende weken zien hoe de orkesten die Pierre Bastien zo de afgelopen tien jaar in elkaar heeft geknutseld er uit zien. En wat belangrijker is: je kunt ook horen hoe ze klinken. In drie kamers staan zijn allermooiste orkesten te ratelen en te pronken, compleet met drumrobots, de paukenrobot en de robots die op snaarinstrumenten kunnen tokkelen. Er is een aparte kist met twee door motoren bediende accordeons en een babymuziekmolentje. En in een half verduisterd zijzaaltje zit een volledig automatisch strijksextet op een seintje van de dirigent te wachten. Vijf meccanobouwsels bedienen strijkstokken die langs de violen gaan, een zesde kan de cello laten klinken, en op de grond ligt, klaar voor de start, de dirigeerrobot.

Wie het huis binnen gaat, kan de meeste orkesten zelf laten spelen. Met één druk op de knop gaan de dirigeer-robotten aan het werk. Ze laten de muzikantenrobotten losbarsten, er klinkt vrolijk gepiep en en geknars, bij elk instrument dat speelt gaat wel een lampje branden, en terwijl er grote schaduwen op de muur bewegen, komt een van de door Pierre Bastien uitgedachte orkestwerken tot stand.

Of het mooi klinkt? Het orkest van Pierre klinkt in ieder geval heel anders dan gewone orkesten. En er is veel meer aan te zien. Wie alleen muziek wil horen, kan ook wel bij de radio gaan zitten, of bij een draaiorgel, of een walkman op zijn hoofd zetten. En wie in zijn eentje een heel orkest wil laten klinken, kan misschien wel ergens een keyboard lenen. Maar in Eindhoven zie je heel precies waar de muziek vandaan komt. Je ziet de wieltjes en stangetjes bewegen. En je begrijpt wat je nog met een oude meccano-doos kunt doen.

    • Reinjan Mulder