Drilpudding met kalk

Het ijs smelt sneller dan de bij het schaatsen gebroken armen en benen weer aan elkaar groeien. Gebroken botten doen er meestal minstens vier weken over voor ze weer goed zijn.

Er zitten 206 botten en botjes in je lichaam en veel ervan kunnen breken. Maar bij schaatsers die hard vallen breekt vaak een bot in hun arm of schouder. Als je valt steek je automatisch je armen uit om de klap op te vangen. Een arm op het ijs waar je zelf nog bovenop valt breekt sneller dan wanneer je op gras valt, want ijs is hard en veert niet zo lekker als een grasveld. Bovendien heeft een schaatser meestal meer vaart dan een hardloper.

Bot bestaat uit een hele stevige, elastische drilpudding waar een flinke hoeveelheid van een soort gemalen schoolkrijt in zit. De drilpudding heet collageen en het krijt heet calciumfosfaat. Collageen zit niet alleen in onze botten. Het is een veelgebruikte veerkrachtige bouwstof in ons lichaam. Je oorschelp is van collageen en de voorkant van je neus ook. Botten zijn hard door het calciumfosfaat dat er in zit. Calciumfosfaat is keihard. Er zijn ook rotsen van calciumfosfaat. Het bestaat uit kalk, fosfor en zuurstof.

In kinderbotten zit meer collageen en minder calciumfosfaat dan in botten van oude mensen. Kinderbotten zijn daardoor nog wat buigzamer. Daardoor kunnen kinderen vaker vallen voor ze wat breken dan volwassenen. Bij een volwassene breekt een bot vaak zoals een droge tak knapt. Krak, doormidden. Kinderbotten breken meer zoals een rietstengel knakt. Zo'n stengel is niet doormidden maar is toch zo kapot dat hij niet meer uit zichzelf rechtop kan staan.

Meestal zie je aan de buitenkant niet eens dat iemand een arm heeft gebroken. De arm is er niet af en is niet scheef. Rond de breuk is de arm vaak flink gezwollen, maar dat gebeurt ook als alleen de spieren gekneusd zijn en het bot niet kapot is. In het ziekenhuis maakt de dokter een röntgenfoto en ziet dan wat er kapot is. Om de gebroken helften weer netjes aan elkaar te laten groeien moet de dokter het bot vaak zetten. Hij trekt en duwt het dan in de goede vorm. Daarna gaat er meestal gips omheen. Gips zorgt ervoor dat een gebroken bot in de goede vorm aan elkaar groeit, zodat je niet een kromme arm overhoudt. Het vervelendste aan gips is dat het eronder vreselijk kan jeuken en dat je er niet bij kunt om te krabben. Sommige mensen gebruiken een breipen om te krabben. Als een bot vlak bij zijn uiteinde, bij een gewricht is gebroken, of als het op meerdere plaatsen is gebroken, moet de arts vaak opereren om kleine afgebroken stukken met een metalen pin, plaat of schroef weer aan elkaar te zetten.

In een paar weken tijd groeit het bot weer aan elkaar, ook bij volwassenen die niet meer groeien. Het lijkt vreemd dat bot kan groeien, want als je een skelet ziet lijken de botten wel van steen. Maar in levende mensen leeft het bot ook. Er zitten cellen in die voortdurend bot afbreken en weer opbouwen. Er zijn twee soorten botcellen die de taken hebben verdeeld. De osteoblasten zijn de cellen die bot maken, de osteoclasten breken het weer af. Op de plaatsen waar een bot is gebroken werken de osteoblasten een tijdje wat harder dan de osteoclasten.

    • Wim Köhler