Crisis om Egeïsche eilandjes rommelt door in Athene

ATHENE, 16 FEBR. Zoiets is nog nooit vertoond, waar ook ter wereld, verkondigt de Griekse oppositie. De regering-Simitis laat openlijk blijken af te willen van de opperbevelhebber van de strijdkrachten Christos Libèris, maar deze weigert af te treden, terwijl ontslag om technische redenen onmogelijk is. Hij zal nu worden vervangen bij de jaarlijkse roulering van legerleiders die op 18 februari plaatsheeft. Maar deze hele week was hij nog in functie, een week waarin Turkije èn Griekenland een vlootmanoeuvre met scherpe munitie in de Egeïsche Zee hebben gehouden. Stel dat de Turken weer een Grieks eilandje bedreigen, wat moet er dan gebeuren, vraagt de oppositie zich af.

De regering is van mening dat Libèris, overigens indertijd als trouw partijman door Andreas Papandreou benoemd, fouten heeft gemaakt tijdens de crisis om de rotseilanden Imia die ruim twee weken geleden op een fiasco voor de Grieken uitliep. Hij had één van deze eilandjes, waarop de Turken landden, onbeschermd gelaten en stuurde later bij nacht en ontij een helikopter om de situatie daar te observeren, met onverantwoordelijk grote risico's. Drie Griekse officieren kwamen bij het neerstorten van de helikopter om het leven. Maar de officiële reden van het uit de gunst raken van Libèris is dat deze een gesprek heeft laten uitlekken dat hij met premier Simitis had gehad over de kansen voor een Griekse tegenactie, waaruit zou moeten blijken dat de opperbevelhebber daarvan een voorstander was. Volgens de regering is zo'n indiscretie te enen male ontoelaatbaar. Libèris is, zegt hij van zijn kant, vooral begaan met de reputatie van de strijdkrachten. Maar ook binnen de regering smeult, zeventien dagen na de crisis, de schuldvraag nog steeds voort, vooral binnen de driehoek van de premier, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie. De enorme goodwill waarmee Simitis onlangs als premier aantrad is in één nacht verdwenen. Degenen die bij zijn machtsaanvaarding op een zijspoor zijn gezet, met voorop de vertrouwelingen van Andreas Papandreou van wie zij de 'hovelingen' werden genoemd, komen nu terug onder de scheldnaam 'revanchisten' - en het is symbolisch dat de eens afgeschreven Papandreou zelfs nog deze maand het ziekenhuis lijkt te kunnen verlaten. Simitis ziet zich evenzeer geconfronteerd met het oude partij-apparaat, waarvan de minister van Binnenlandse Zaken, Tsochatzòpoulos, de belichaming is. Deze werd bij de premierverkiezing in de parlementsfractie door Simitis verslagen, maar blijft stevig greep houden op het partij-apparaat, dat komende zomer een partijcongres wil houden waarop een nieuwe partijvoorzitter moet worden gekozen, of vice-voorzitter in het geval dat Papandreou deze functie wil blijven waarnemen. Gisteren meldde Tsochatzòpoulos triomfantelijk dat Papandreou hem - en dus niet de premier - uit het ziekenhuis had opgebeld met de waarschuwing: “Pas op de nationale kwesties, er komt een storm.”

Vanzelfsprekend zou het meest voor de hand liggen als Simitis ook het partijvoorzitterschap ten deel zou vallen, maar Tsochatzòpolous vlast op een revanche, en waarschijnlijk komen er nog meer 'anti-Simitis'-kandidaten. Dit brengt met zich mee dat Simitis de komende maanden moet regeren als een soort gijzelaar van de partij en onder de schaduw van het naderende congres. Al dit binnenlands geharrewar is des te fnuikender omdat de houding jegens het Griekse standpunt in het buitenland de laatste dagen wèl steeds vriendelijker is geworden. Het Europese Parlement heeft gisteren met grote meerderheid een voor Athene gunstige uitspraak gedaan, al kwam het niet tot de door de Grieken gehoopte veroordeling van de Turkse operatie. Tevoren was de Europese Commissie, die volgens Holbrooke in de bewuste nacht had geslapen, gekomen met een soort solidariteitsbetuiging aan Griekenland en een waarschuwing aan Turkije, die in Ankara de nodige ontstemming heeft teweeggebracht. In de Griekse pers ontbrak het overigens niet aan stekelige humor: het dagblad Ethnos bevatte een spotprent waarop een Griekse minister van een boodschapper te horen krijgt: de heer Van den Broek heeft voor Griekenland partij gekozen! Waarop de minister reageert: o jee, dan moeten wij een fout hebben gemaakt. Tevoren was het satirische weekblad Pondiki gekomen met de ernstig bedoelde onthulling dat de turkofiele EU-commissaris voor buitenlandse zaken alle voor Griekenland gunstige land- en zeekaarten had zoekgemaakt, zodat voorzitter Santer uit Athene nieuwe moest opvragen. De Amerikaanse president Clinton heeft in Griekeland verwarring gewekt met zijn positieve waardering voor het feit dat Athene de zaak van de eilandjes zou willen voorleggen aan het Internationale Gerechtshof in Den Haag. Van Griekse zijde werd meteen tegengesproken dat dit het geval was. Er bestond voor Athene inzake de eilandjes geen probleem, dus komt men ook niet naar Den Haag. Het probleem was door de Turken opgeworpen, dus moesten zij naar Den Haag, waarna Athene zich zou bezinnen op een reactie. In Ankara werd verklaard dat men zich zeker niet tot het hof in Den Haag zou wenden. Het Internationale Gerechtshof in Den Haag neemt overigens alleen zaken in overweging nadat door beide partijen een 'compromissum' is opgesteld, een gemeenschappelijk geformuleerde vraag. Athene zou alleen al over zo'n compromissum nooit met Ankara willen onderhandelen, dus Den Haag blijft in deze affaire een theoretische aangelegenheid.