Commissie: strijdig met wet; Salaris binnen onderwijs voor vrouwen nadelig

UTRECHT, 16 FEBR. Het systeem van beloning in het onderwijs benadeelt vrouwen en is in strijd met de Algemene Wet Gelijke Behandeling.

Vrouwen die een paar jaar stoppen met werken om voor kinderen te zorgen en daarna opnieuw voor de klas staan, worden door de salarisregeling financieel achtergesteld ten opzichte van collega's die wel door blijven werken.

Tot deze conclusie komt de Commissie gelijke behandeling na een klacht van een docente van een basisschool in Den Haag. De hoogte van het salaris van werknemers in het onderwijs wordt bepaald door het aantal dienstjaren. Een docent krijgt automatisch elk jaar salarisverhoging. Als een docent na een aantal jaren te zijn gestopt, weer gaat werken, is het nieuwe salaris even hoog als het laatst verdiende salaris. Alleen als een 'herintredende' leerkracht 'relevant' werk buiten het onderwijs heeft gedaan, wordt de hoogte van het salaris niet bepaald door het laatst verdiende salaris in het onderwijs, maar door de werkervaring en het laatste verdiende salaris in de andere functie.

De docente die de klacht bij de commissie indiende, werkte van 1977 tot 1982 op een basisschool. Daarna stopte ze vijf jaar met werken om voor haar twee kinderen te zorgen. In die periode werkte ze ook in een kantoorboekhandel en als gastouder. Toen ze in 1987 weer ging werken, kreeg ze hetzelfde salaris als toen ze stopte. Met haar ervaring als gastouder werd geen rekening gehouden. Omdat alleen het aantal dienstjaren de hoogte van het salaris bepaalt, verdient ze nu, na weer acht jaar te hebben gewerkt, nog steeds minder dan haar collega's die zijn blijven werken. Het gaat om enkele honderden guldens bruto per maand. Pas als de vrouw de hoogste salarisschaal zou bereiken, vervalt het verschil.

Dit is volgens de commissie onrechtvaardig, omdat niet alleen werkervaring de hoogte van het salaris zou moeten bepalen. Meer dienstjaren betekent niet automatisch dat iemand een betere docent is, aldus de commissie. Bovendien vindt de commissie het onrechtvaardig dat tijdelijk stoppen met werken blijvend voor een lager salaris zorgt.

Het ministerie van Onderwijs stelt in haar verweer in de zaak dat er de laatste jaren al voldoende maatregelen zijn genomen om 'herintreedsters' in het basis- en voortgezet onderwijs financieel te compenseren. Elke drie jaar die een docent niet werkt, telt bij herintreden als één jaar werkervaring. Bovendien krijgt een docent die weer gaat werken ook een toeslag die ook beginnende docenten krijgen. Salarisverschillen tussen docenten die stoppen met werken en docenten die blijven werken zijn volgens het ministerie niet geheel te vermijden. De financiële benadeling van de docente in Den Haag is bovendien veroorzaakt door haar persoonlijke beslissing om te stoppen met werken. Het salarissysteem is daarom niet discriminerend voor vrouwen.

Niet bekend