Banktopman: 'Belgen te snel moe van werken'; Beeld van Belgische economie toch bemoedigend

BRUSSEL, 16 FEBR. Gouverneur Alfons Verplaetse van de Nationale Bank van België trekt andermaal aan de alarmbel. Niet omdat hij twijfelt of België, met verreweg de grootste staatschuld van alle EU-lidstaten, over drie jaar zal worden toegelaten tot de selecte kopgroep van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Gezien de verrichte prestaties om de overheidsfinanciën gezond te maken, heeft België het EMU-brevet al bijna op zak, zo betoogt Verplaetse. Een EMU zonder België is eenvoudigweg ondenkbaar, meent hij.

Nee, de diepe zorgen van gouverneur Verplaetse betreffen niet de Belgische staatsschuld of het Belgische financieringstekort, maar wel het steeds pijnlijker wordend gebrek aan banen. Heel Europa kampt met een hoge werkloosheid, maar in België, waar het werkloosheidscijfer vorig jaar opliep tot 10,3 procent, is het probleem “scherper” dan in Nederland, Duitsland en Frankrijk, aldus Verplaetse. De bankgouverneur schrijft dat in het vandaag verschenen jaarverslag van de Nationale Bank. Vandaag ook zit premier Jean-Luc Dehaene opnieuw om de tafel met werkgevers en werknemers om te praten over een Belgisch 'toekomstkontrakt voor de werkgelegenheid'. Verplaetse doet een dringend beroep op de sociale partners om “serieus” te gaan onderhandelen over sociale akkoorden die (via loonmatiging) meer werkgelegenheid opleveren. Voor vorig jaar en dit jaar heeft de regering een loonstop afgekondigd. Nu is het volgens Verplaetse de beurt aan de sociale partners zelf om via “duurzame overlegprocedures” te zorgen voor “een bevredigende ontwikkeling van zowel loonkosten als werkgelegenheid”.

Het kernprobleem is dat elk procent economische groei in België minder nieuwe banen oplevert dan in de omringende landen. Kapitaal vervangt arbeid en “we moeten voorkomen dat we doorgaan van België de kampioen van de herstructuringen te maken”, , zei zei Verplaetse eerder deze week op een persconferentie. Meer nog dan in de buurlanden moeten in België steeds minder werkenden voor steeds meer niet- werkenden zorgen. De participatiegraad - het aantal werkenden in verhouding tot de totale bevolking - ligt in België op 38 procent, zo'n zeven procent lager dan in Nederand. “De Belgen werken hard tussen hun 21-ste en 55-ste jaar, maar op een bepaald moment worden ze kennelijk moe. Dan wordt er helemaal niet meer gewerkt. Ik heb daar geen oordeel over. Ik zeg alleen maar dat dat heel erg veel kost”, aldus Verplaetse. De bezorgheid over de werkgelegenheid steekt schril af tegen het optimisme dat België zich zal kwalificeren voor de EMU. Vorig jaar groeide de Belgische economie met 1,9 procent (in plaats van de voorspelde 2,2 procent) en dit jaar zal het groeicijfer uitkomen in de buurt van 1,6 procent, zo voorspelde premier Dehaene gisteren in het parlement. Ondanks die tegenvaller staat België er fundamenteel goed voor, aldus bankgouverneur Verplaetse. “Zonder al te grote conjuncturele- of rente-tegenvallers zal het totale overheidstekort in 1996 niet boven de 3 procent uikomen, een solide basis voor duurzaam gezondere overheidsfinanciën en voor een geleidelijke maar continue afbouw van de overscheidsschuld”, aldus het jaarverslag. “We gaan het met die drie procent (de EMU-norm die in het Verdrag van Maastricht wordt genoemd) beter doen dan Duitsland”, voegde hij er op de persconferentie aan toe.

Volgens de bankgouverneur moet men zich niet blindstaren op de absolute hoogte van cijfers, maar moet men naar de achterliggende ontwikkelingen kijken. En dan onstaat er plotseling voor België een heel bemoedigend beeld. Het finacieringstekort (in 1995 4,5 procent) zal tussen 1994 en 1996 met bijna 4 procentpunt zijn gedaald, terwijl de totale staatsschuld (vorig jaar 133,8 procent) in die periode van drie jaar met bijna 6 procentpunt zal zijn verminderd. “Samen met Ierland, Denemarken en in mindere mate Nederland, behoort België tot de weinige EU-lidstaten waar in die periode sprake is van een significante en volgehouden afbouw van de schuldquote”, aldus Verplaetse. Voorwaarde om die ambitie waar te maken is dat de regering ervoor zorgt dat tegenvallers worden opgevangen, ook al is het maar door middel van eenmalige maatregelen. Er is “vooral behoefte aan een rigoureus budgettair bewakingsbeleid dat er voor moet zorgen dat het op gang gebrachte consolidatieproces voldoende lang in het goede spoor blijft”, zo laat gouverneur Verplaetse voor alle zekerheid nog eens weten aan premier Dehaene.