Achteruitgang Duitse economie sijpelt door in ramingen voor groei en werk; Nederland niet immuun voor recessie

ROTTERDAM, 16 FEBR. Philips voerde vier jaar geleden het reddingsplan Centurion door, het Duitse Daimler begon vorig jaar pas met Dolores.

Nederlandse werknemers nemen al jarenlang genoegen met structurele loonsverhogingen die de inflatie niet bijhouden, de Duitse bonden drukten er nog vorig jaar verhogingen door van tussen vier en zes procent. Flexibilisering van de arbeidsmarkt en de hervorming van het sociale stelsel zijn in Nederland in de jaren negentig met horten en stoten doorgevoerd, in Duitsland is pas in januari goed aan de alarmbel getrokken met een door bondskanselier Kohl gepresenteerd hervormings- en stimuleringsplan. Volgens het Amerikaanse ministerie van Arbeid ligt de looncomponent van de produktiekosten per uur in de Nederlandse industrie nu dertig procent lager dan in Duitsland. Een Fokker-werknemer kost zijn bedrijf 140 gulden per uur, een DASA-medewerker 165 mark.

Geen wonder dat Nederland van de OESO eind vorig jaar een pluim kreeg voor de vorderingen bij de modernisering van de economie en het sociale stelsel. Zelfs de aartskapitalistische Wall Street Journal stelde Nederland onlangs in een hoofdredactioneel commentaar ten voorbeeld aan de rest van Europa. Het resultaat van het Nederlandse Wirtschaftswunder mag er zijn: terwijl Frankrijk, België en Duitsland nu lijken te zijn beland in de tweede recessie in drie jaar tijd stoomt de Nederlandse economie komend jaar op kruissnelheid door. Dachten we.

Nederland blijkt toch niet immuun voor de dramatische verslechtering van de economie direct buiten de landsgrenzen. Gisteren bleek dat het Centraal Planbureau (CPB) de raming voor de economische groei in 1996 intern heeft verlaagd van 2,5 procent naar 2 procent. Dat is een cijfer dat op dit moment gemeengoed is bij economen in de bancaire sector. Maar ING, dat begin deze week alle recente economische signalen in een nieuwe raming onderbracht, komt met een zwaarmoediger boodschap. De economische groei in Nederland zal het lopende jaar slechts 1,3 procent bedragen. Dat is nog maar de helft van de CPB-raming waarop de rijksbegroting voor dit jaar is gebaseerd, en het ligt onder het jaarlijkse gemiddelde van 1,75 procent waar het kabinet in het regeerakkoord van uit gaat.

Met een groei van 1,3 procent ontsnapt ons land nog ruimschoots aan een recessie, maar daar is het meeste wel mee gezegd. 1,3 procent groei betekent een onvermijdelijke lastenverzwaring om het begrotingstekort onder de 'Maastricht'-norm van 3 procent te houden en betekent dat de vereiste daling van de staatsschuldquote - nu 78,8 procent - niet plaatsheeft. Het betekent volgens ING-econoom F. Pallada ook dat de werkloosheid weer zal oplopen.

Pag.14: Nederlandse uitvoer fungeert als stootkussen tegen recessie

Nader beschouwd blijkt het Nederlandse Wirtschaftswunder niet zo spectaculair als gehoopt. Het aantal banen dat vorig jaar werd geschapen is voor een deel afkomstig uit werkgelegenheidsprojecten van het type Melkert. En de definitie van de banengroei maskeert volgens ING-econoom F. Pallada het effect van de doorgevoerde arbeidsduurverkorting: er zijn wel meer mensen aan het werk, maar in uren gerekend is de Nederlandse werkgelegenheid vorig jaar nauwelijks toegenomen.

Dat Nederland een economische terugslag beter doorkomt dan bijvoorbeeld Duitsland, was in 1992-1993 ook al het geval, toen de nu geroemde hervormingen nog halverwege hun uitvoering waren. Destijds heeft de Nederlandse economie, in tegenstelling tot de meeste andere Europese landen, geen negatieve economische groei doorgemaakt van twee kwartalen achtereen - de gangbare definitie voor een recessie. Dat is voor een belangrijk deel te danken aan de samenstelling van het exportpakket, waarin voedingsmiddelen en landbouwprodukten een veel belangrijker rol spelen dan in de Duitse export, die door kapitaalgoederen wordt gedomineerd. De Nederlandse export is daarmee veel minder conjunctuurgevoelig dan bijvoorbeeld de Duitse. Als het slecht gaat wordt de aanschaf van een Volkswagen uitgesteld, maar de Westland-tomaat komt altijd wel op tafel.

Dat betekent niet dat alle verbeteringen in Nederland tevergeefs zijn geweest. De vooruitzichten voor Duitsland zijn dramatisch verslechterd, en Nederland, dat dertig procent van de export naar in Duitsland afzet, is daar niet ongevoelig voor. De officiële raming van de regering- Kohl is 1,5 procent groei voor de Duitse economie in 1996. Maar woensdag kwam het Duitse economische instituut DIW met de prognose voor een krimp van de Duitse economie in het eerste halfjaar. ING gaat er zelfs van uit dat de Duitse economie de eerste drie kwartalen op jaarbasis zal krimpen, en door een herstel in het vierde kwartaal per saldo zal uitkomen op een nulgroei in 1996.

Econoom Konrad Aigner van Deutsche Bank, de grootste bank van Duitsland, meldt vanuit Frankfurt een prognose van 2,1 procent voor Nederland. Aigner verwacht dat Nederland boven het Europese gemiddelde zal blijven groeien - hoezeer dat gemiddelde ook verslechtert. “Nederland heeft zijn huiswerk goed gedaan, terwijl Duitsland worstelde met de gevolgen van de hereniging.”