Wegwijs onder de grond; Software Rijks Geologische Dienst opent terra incognita

De halfwaardetijd van informatie is kort: kranten waaien weg en zijn verouderd, zoals Hoornik al vaststelde in zijn gedicht over Middelharnis. Ondergronds ligt dat anders, want aardlagen houden alles vast en feiten blijven daar langer waar. Maar voor veel mensen is de bodem een ondoorzichtige stapel ijstijden en overstromingen. De Rijks Geologische Dienst (RGD) ontsluit met het nieuwe Ondergronds Gemeentelijk Informatie Systeem (OGIS) eindelijk deze terra incognita.

Dat was hard nodig, want hoewel de RGD Nederland bijna lek geprikt heeft met 400.000 boringen, vooral in het Westen van het land, waren ze in dorpen niet altijd bruikbaar. De aaneengesloten bebouwing vereist dat bij wijze van spreken iedere vierkante meter ondergrond daar bekend is. In Amsterdam bleken in de jaren zeventig twee scheuren in een woonblok veroorzaakt door een verdwenen en vergeten doorbraak van de toenmalige Zuiderzee: het verzakte huis lag precies in het stroomgat.

De rechtstreekse aanleiding voor de RGD om het project te beginnen is het groeiende belang van de onderkant van Nederland voor gemeentes, waterschappen en nutsbedrijven bij het aanleggen van vuilstortplaatsen, nieuwbouwwijken en verhoogde rivierdijken. Ook bedrijven kunnen er baat bij hebben, bijvoorbeeld bij aankoop van misschien vervuilde bedrijfsterreinen. Al die boringen en metingen liggen in vele gevallen weliswaar reeds in de archieven, maar zijn ontoegankelijk, moeilijk vergelijkbaar en niet altijd aan elkaar gekoppeld. Voor een aantal gemeenten bestaan er reeds digitale Grootschalige Basiskaarten 1:10.000 en dito kadaster- en rioleringkaarten, maar daarop staan alleen de openbare leidingen, olie- en gasboringen en concessies. Geheime NAVO-leidingen worden niet vermeld en zorgen soms voor onprettige verrassingen. Ook de ondergrond staat er niet in en wanneer men wil weten waar precies huizenblokken en rioleringen kunnen verzakken, waar men het goedkoopst kan funderen en waar de kans op bodem- en grondwatervervuiling het grootst is, blijven de beeldschermen zwart. Archeologische vindplaatsen staan er evenmin op en daardoor lopen gemeentes risico, want in het Verdrag van Malta, dat Nederland gaat ratificeren, staat dat de verstoorder van cultureel erfgoed aansprakelijk is.

Door automatisering kunnen dergelijke gegevens veel sneller dan voorheen worden opgeroepen, drie-dimensionaal afgebeeld en verwerkt in kaarten, doordat ook de eigenschappen van de aardlagen zijn verwerkt. Zoals de hoedanigheid van zand, klei of veen op verschillende dieptes, de mate van doorlatendheid en de draagkracht van deze lagen voor huizen, flats, fabrieken, tunnels en parkeergarages. Wie ooit heeft gezien hoe een heipaal voor een groot bouwwerk onder het gewicht van het heiblok, zonder één enkele klap, vele meters de grond in schoot, zal het belang beseffen. Misschien had het immers met meer en betere gegevens op een gunstiger plaats neergezet kunnen worden.

Met OGIS kunnen ook boringen worden geselecteerd zoals alle RGD-monsters tot twintig meter in de ondergrond. Omdat de dienst een van de modernste geochemische laboratoria van Europa bezit, kan hij bovendien advies geven over mogelijke bodemverontreinigingen. Wanneer gemeentebesturen vroeger meer rekening hadden gehouden met de geologie ter plaatse, zouden vele steden en dorpen er nu anders uitzien met hoogbouw op andere plaatsen dan thans, concludeert ir. J. Gosselink uit Den Bosch, die betrokken was bij de voorbereiding van OGIS.

In de loop van 1996 kan het programma bij belangstellenden geïnstalleerd worden, hetzij in verbinding met de RGD, hetzij in de eigen gemeentelijke database. Het bestaat allereerst uit een bestand, waarin alle gegevens van de stedelijke ondergrond zoals boringen, sonderingen en laboratoriumgegevens kunnen worden opgenomen. In de tweede plaats is er een mogelijkheid om gegevens op uniforme wijze te interpreteren en weer te geven op bijvoorbeeld kaarten met funderingsdiepten. Als de gemeente dat wil kan ook het systeem worden aangekoppeld dat de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek ROB heeft ontwikkeld in samenwerking met enkele universiteiten om archeologische vindplaatsen en monumenten zichtbaar te maken, zij het niet allemaal. Gemeentes met bijvoorbeeld een Romeinse vlootbasis onder de grond of een middeleeuws centrum onder en boven de aarde kunnen dus daarmee hun verleden karteren en de archeologen tijdig inschakelen bij dreigende afbraak, nieuwbouw en nieuwbraak.

OGIS moet overigens naadloos aansluiten op de databases met het stedelijke oppervlak en de kabels, leidingen, rioleringen, vastgoed en dergelijke. Dank zij een Geografisch Informatie Systeem GIS kunnen dan kaarten digitaal over elkaar heen gelegd en gecombineerd worden.

Er is dus in principe niet veel nieuws onder de grond, behalve wanneer u in een NAVO-buis gaat graven. Wel kan men nu de gegevens over de plaatselijke ondergrond sneller raadplegen en vergelijken en eventueel nader onderzoek door geologen goedkoper doen uitvoeren.

    • Robert van der Veen