Violist Vengerov weet alle nuances uit te buiten

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. Werken van J. Wagenaar, J. Sibelius en P.I. Tsjaikovski. M.m.v. Maxim Vengerov. Gehoord: 14/2 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 15/2. Uitz.: 24/2 Radio 4.

Mocht de archiefkast met programma's van het Koninklijk Concertgebouworkest ooit eens komen om te vallen, dan is het te hopen dat het programma dat gisteren werd uitgevoerd en vanavond in reprise gaat op de juiste plank wordt teruggelegd. Op papier had dit concert namelijk evengoed driekwart eeuw geleden kunnen plaatsvinden - waarmee niet zozeer een waardeoordeel wordt gegeven, als wel een historisch kader is aangeduid. Een ouverture van Johan Wagenaar, het Vioolconcert van Sibelius en de Vierde symfonie van Tsjaikovski; het is een coherent déjà vu-programma met overwegend treurige toonaarden en orkestbehandelingen die misschien niet tot de fijnzinnigste behoren maar wel effectvol en aanstekelijk zijn.

Met de Ouverture De getemde feeks bevestigde Johan Wagenaar vooral een handig notenschrijver te zijn, een beetje een Hollandse Tsjaikovski, maar dan zonder zwaar op de hand te zijn. En ook zonder diens brille. De ouverture heeft veel vlotte en speelse toonladders en zelfs een vakkundig geschreven fugatisch moment. Maar ondanks de voorbeeldige uitvoering blijft het sleetse muziek.

Anders is het gesteld met het Vioolconcert van Sibelius. Hoeveel bezwaren men ook tegen dit concert kan uiten (in het grote eerste deel heeft de componist veel zijn kruit verschoten), het blijft een fascinerend muziekstuk, waarin Sibelius het verwachtingspatroon van de luisteraar voortdurend frustreert. En dat maakt het spannend, hoe vaak men het ook heeft gehoord. Het is deze spanning die de 21-jarige violist Maxim Vengerov perfect weet uit te buiten.

Met een veelal warme, breed gedragen toon, die met het fraaie vibrato in de dubbelgrepen soms wat aan Itzhak Perlman doet denken, weet hij de vele nuances in de solopartij prachtig uit te buiten, zonder het risico te schuwen. Bovendien bleef Vengerov steeds communiceren met het orkest. Riccardo Chailly liet zijn ensemble wendbaar volgen en pakte bijwijlen stevig uit. Dit leverde een haast op Russische leest geschoeid Sibelius op, met Massenets Méditation als toegift

De accentuering van het opzwepende, het virtuoze en het pathetische element en minder de belichting van het mistroostige, kenmerkte eveneens de vertolking van Tsjaikovski's Vierde symfonie.

Spatgelijk raasden de toonladders in de finale door het orkest, vrolijk pirouetteerden de pizzicati door het Scherzo. Het Andantino met zijn hobo- en fagotsoli vormde daarbij een aangenaam moment van bezinning.

'Tsjaikovski stopt al zijn zwaarmoedigheid in de fagot', constateerde A.F.Th. van der Heijden al eens. Inderdaad. En Chailly pompt al zijn passie in de strijkers.

    • Emile Wennekes