Utrechts Psalter

In NRC HANDELSBLAD van 9 februari ('Utrechts Psalter op muziekfestival') wordt gesuggereerd dat dit psalmenboek uit de tijd van Karel de Grote betrekking heeft op Utrecht. Het psalmenboek, afkomstig uit een Franse abdij (volgens sommigen Hautvillers bij Reims, volgens anderen Saint-Riquier = Centula bij Abbeville) is zeker niet in of voor Utrecht gemaakt. Het boek dook voor het eerst op in Engeland. Omstreeks het jaar 1000 bevond het zich te Canterbury. Het Psalter is daarna in particuliere handen gekomen.

De laatste particuliere eigenaar was Willem de Ridder, commies militaire zaken der Staten van Utrecht, die het in 1716 schonk aan de Utrechtse universiteit. 'Het Psalterium van Canterbury', zoals het psalmenboek eigenlijk genoemd moet worden, is dus slechts door toeval in het bezit gekomen van de Utrechtse universiteit.

De naam 'Utrechts Psalterium' is dus onjuist en zeker misleidend. Na 'Willibrord' heeft het Utrechtse museum Catharijneconvent deze zomer opnieuw een 'trekpleister', waarvan de historische context met Utrecht volledig ontbreekt.