Sportkanaal kan voor publieke omroep heel goed uitwerken

De oprichting van een sportzender sluit aan op de internationale trend naar gespecialiseerde 'doelgroep'-zenders. Het initiatief biedt de publieke omroep volgens Tom Rooduijn een uitgelezen kans zich eindelijk te concentreren op datgene waarvoor zij is bedoeld: informatie, educatie en beschaafd divertissement.

We zullen er alles aan doen om dit plan op te blazen, beloofde NOS-voorzitter André van der Louw na de aankondiging van het nieuwe sportnet-consortium. Bij die activiteit heeft de NOS, die opnieuw over de rechten wil onderhandelen, inmiddels steun gevonden bij het Commissariaat voor de Media. Dit college wijst op het wetsartikel in de Mediawet, dat de NOS voorkeursrecht geeft bij de uitzending van - ondermeer - Nederlandse voetbalwedstrijden.

De publieke omroep heeft zich in de afgelopen decennia steeds meer aan de krachten van de vrije markt onderworpen. In plaats van zich daar principeel tegen te verzetten, heeft de politiek toegestaan dat publieke omroep in Nederland nauwelijks meer van de commerciële zenders valt te onderscheiden - en heeft daardoor de legitimiteit van de omroepbijdrage ondergraven. Nu staan politici en omroepbestuurders ineens briesend langs de zijlijn als de vrije markt het waagt zich te ontrekken aan het NOS-belang - dat gemakshalve wordt gelijkgesteld aan het algemeen belang.

Als de rechten alsnog zouden gaan naar de 'strategische alliantie' van de NOS, Filmnet en de Holland Media Groep (HMG, waar ondermeer RTL, VNU en Veronica in deelnemen), waarmee een bedrag van 945 miljoen gulden is gemoeid, zijn de rechtstreekse uitzendingen van topwedstrijden in de Nederlandse voetbalcompetitie hoofdzakelijk te zien op het sportkanaal van Filmnet, SuperSport. Veel schiet de voetbalkijker daar niet mee op. Een abonnement op SuperSport kost 37,95 gulden per maand; de twee gulden per maand die de kijker extra voor het nieuwe sportnet zou moeten betalen, steken daarbij gunstig af.

Aangetoond is dat het door de publieke omroep aangaan van een bondgenootschap met commerciële tv-ondernemingen heilloos is. De verontwaardiging van Van der Louw komt naïef over, temeer daar hij zich al eens eerder op een 'strategische alliantie' heeft verkeken. In 1994 kwam Endemol, dat toen samen met Veronica tot de oprichting van een tv-zender had besloten, met de NOS een 'afnamegarantie' van 70 miljoen gulden per jaar overeen, daarnaast zouden programma-gegevens worden uitgewisseld en zou Endemol/Veronica een aandeel van 25 procent in sportrechten verwerven.

Eind '94 verbrak Endemol plotseling het verbond en ging het bedrijf met Veronica en RTL over tot de oprichting van de HMG-groep. Voor Endemol is ook dat avontuur alweer ten einde; het sportnet biedt voor de tv-producent een uitgelezen kans om alsnog in een zender deel te nemen. En duidelijk is dat daarop niet alleen voetbal, maar ook allerhande spel, drama en ander - ongetwijfeld door Endemol te verzorgen - amusement te zien zal zijn.

Niets is zo onzeker als een samenwerkingsverband in de huidige omroepverhoudingen. Bovendien is duidelijk dat de publieke omroep voor de commerciële tv-grootmachten allang geen serieuze onderhandelingspartner meer is, maar een partij om uit elkaar te spelen. De KNVB heeft zijn voorkeur uitgesproken voor een nieuwe, puur 'Nederlandse' zender. Of die nu in het basis- of in het 'plus'-pakket komt, het moment is aangebroken dat de publieke omroep zich op haar werkelijke taken gaat bezinnen.

De commissie-Ververs, die voor 1 april aan staatssecretaris Nuis rapporteert over hoe het verder moet met de publieke omroep, wacht rumoerige vergaderingen. Want de optie om het publieke bestel, met steun van de veelbekeken voetbalwedstrijden en met drie deels 'breed' geprogrammeerde zenders te laten voortbestaan, wordt minder aannemelijk.

Als de commissie een advies voorbereidt voor een bestel dat zich op haar publieke taken concentreert, dan komt het sportnet als geroepen. De term 'waterscheiding', waarvoor tegenstanders van de eerste strategische alliantie al pleitten, is weer actueel. Zeker is dat met het verdwijnen van de rechtstreeks uitgezonden voetbalwedstrijden de kijkdichtheid en daarmee de reclame-inkomsten van de publieke omroep teruglopen.

Moet dat worden gecompenseerd met show-, soap- en amusementsprogramma's, waarvoor nog meer een beroep moet worden gedaan op Endemol? Dat lijkt onwaarschijnlijk. In 1989 was deelname door Joop van den Ende aan de commerciële zender TV10 voor publieke omroepen reden om de samenwerking met deze producent op te zeggen. Nu de strijd om de kijkcijfers waarschijnlijk wordt beslecht in het voordeel van de commerciële zenders, zal de publieke omroep zich gedwongen zien de nadruk te leggen op datgene waarvoor zij in eerste instantie is bedoeld: informatie, cultuur, educatie en beschaafd divertissement.

De grote vrees in publieke-omroepkringen is, dat het tweede net, waarop nu de meeste sportprogramma's zijn te zien, moet worden opgeofferd. Dat heeft weer consequenties voor Nederland 1 en 3, waarop de wettelijk vereiste samensmelting tot één net van respectievelijk AVRO, KRO en NCRV en VARA, VPRO, NPS en RVU langzamerhand gestalte krijgt. Of de EO nu op 3 en de TROS op 1, of andersom zouden worden ondergebracht, het zou de moeizaam tot stand gekomen samenwerking op de beide netten en het streven naar een 'net-identiteit' verstoren. Winst zou zijn, dat een einde komt aan de lijdensweg van strategische allianties en aan het moeizame bijbenen van vernuftige constructies waarop de commerciële televisie het patent heeft.

De oprichting van een sportzender sluit aan op de internationale trend naar gespecialiseerde ('doelgroep')-zenders, die meer en meer zullen gaan afrekenen naar wat de kijker erop heeft gezien - tot aan een afrekening per wedstrijd of film aan toe. Ook de kabelmaatschappijen hebben hun commerciële mogelijkheden ontdekt, en zijn door staatssecretaris Nuis (Media) in staat gesteld die te benutten. Ze spelen als distributeur èn zakelijk partner in de tv-business een steeds belangrijker rol en zullen niet alleen meer tv-kanalen gaan aanbieden, maar ook telefoon-, Internet-, boodschap- en filmdiensten.

Het ligt voor de hand dat in dit klimaat het populaire 'product' voetbal steeds meer in uiteenlopende samenwerkingsverbanden met commerciële tv-stations, producenten, kabelmaatschappijen en het bedrijfsleven wordt uitgebaat. In Duitsland bijvoorbeeld zijn de kosten van de voetbalrechten de afgelopen dertig jaar 300 keer zo hoog geworden: de commerciële zender Sat-1 betaalt er dit seizoen 180 miljoen D-mark voor, en verdient er wat aan terug door sub-licensies aan onder meer de publieke omroepen.

NOS-voorzitter Van der Louw voelde zich door de KNVB 'misleid'. Maar veel misleidender is het mobiliseren van verontwaardiging over het sportkanaal, alsof de sportliefhebber daar de dupe van zou worden. De sportzender zal streven naar dramatischer, spectaculairder uitzendingen, en wil daarvoor boter bij de vis. Maar de zender zal differentiëren en hoogtepunten verkopen - aan RTL, maar ook aan de publieke omroep.

Beter kan de publieke omroep zich nu concentreren op de vraag hoe ze zich kan onderscheiden van de commerciële overvloed. En op het waarborgen van onafhankelijke journalistiek voor derden bij KNVB-wedstrijden.