Rusland neemt moeizaam afscheid van strijdgas

De Verenigde Staten hebben beloofd dat hun voorraden chemische wapens voor 2004 zijn vernietigd. Rusland zegt hetzelfde, maar daarover bestaat in het Westen scepsis.

De grote voorraden chemische wapens van de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet-Unie behoren tot de erfenissen van de Koude oorlog. Beide voormalige vijanden hielden tienduizenden tonnen verstikkende, blaartrekkende en zenuwgassen achter de hand - voor het geval de tegenstander deze zou inzetten. De VS beschikken over 31.000 ton, de Russen over 40.000 ton. Zowel Rusland als de VS hebben al herhaaldelijk de wil uitgesproken om ze te vernietigen. Nog op 22 januari jongstleden herhaalde de Amerikaanse minister van defensie William Perry dat alle Amerikaanse chemische wapens in 2004 vernietigd zullen zijn. In de VS zijn hiervoor inmiddels twee vernietigings-installaties in gebruik genomen, maar in Rusland staan de economische malaise en de trage politieke besluitvorming destructie nog in de weg.

De VS, Duitsland, Zweden en mogelijk Nederland bieden Rusland financiële en technische hulp bij het vernietigen van de voorraden. De VS hebben al 55 miljoen dollar uitgegeven of gereserveerd ten behoeve van technische studies, veld-laboratoria en de bouw van proef-installaties. Nederland overweegt te assisteren bij de vernietiging van de voorraad Lewisiet, een blaartrekkende arseen-verbinding ontwikkeld kort na de Eerste Wereldoorlog. Een Nederlandse delegatie van TNO's Prins Maurits Laboratorium, het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken bezocht ter voorbereiding hiervan een opslagplaats in het winterse Kambarka, in de autonome republiek Oetmoertië, 1.000 kilometer ten oosten van Moskou.

Directeur dr.ir. M. van Zelm van het Prins Maurits Laboratorium maakte deel uit van de afvaardiging: “Op het terrein bij Kambarka, in vijf bakstenen gebouwtjes met een houten dak, ligt sinds 1951 al 6.400 ton Lewisiet in tanks opgeslagen. Sommige zijn vol, andere zijn praktisch leeg. En er zit ook een beetje in een tankwagen op een spoor dat naar de opslag leidt. Militairen bewaken het gebied.”

Hoe weinig geruststellend dit ook klinkt, volgens Van Zelm dreigt geen direct gevaar voor lekkage, omdat de soldaten met diktemeters nagaan of zich van binnenuit corrosie voordoet. Dikke lagen verf zorgen ervoor dat ook de buitenkant niet roest. Eigenlijk zijn alleen terroristen en neerstortende vliegtuigen een risicofactor van belang. “Hoe dan ook, de Russen willen ervan af. President Jeltsin heeft zelfs zijn veiligheidsadviseur Joeri Batoerin belast met de destructie. Alleen, ze hebben daarvoor een andere aanpak voor ogen dan het Westen.”

Westerse chemische strijdmiddelen-deskundigen hebben geprobeerd om Rusland duidelijk te maken dat verbranding van de Arseen-verbinding tot een relatief ongevaarlijk eindprodukt leidt. Volgens het procédé ontstaat eerst As0 in de vorm van een aërosol, dat daarna wordt afgevangen en met ijzer reageert tot het redelijk onschuldige ijzerarsenaat, FeAs0. “Je stopt dit in oliedrums en laat het vervolgens tot het einde der tijden diep onderin een zoutmijn staan”, aldus Van Zelm.

Verbrandingsinstallatie

Rusland voelt er daarentegen niets voor om 6400 ton potentiële grondstof door een dure molen te halen om die vervolgens in de grond te stoppen. “Aangezien het Lewisiet voor bijna eenderde uit arseen bestaat”, zegt Van Zelm, “vertegenwoordigt de 6.400 ton strijdmiddel theoretisch zo'n 2.300 maal de marktwaarde per ton. Met de opbrengst willen ze de destructie-kosten gedeeltelijk bekostigen, want goedkoop is dat niet - een verbrandingsinstallatie kost al zo'n 100 miljoen gulden. Het Westen is dan ook zeker niet van plan om het hele proces voor Rusland te gaan betalen.”

Ook over de marktwaarde lopen de meningen uiteen. Arseen is een belangrijk bestanddeel van sommige bestrijdings- en houtconserveringsmiddelen, maar de trend in het gebruik van arseen is neergaand. Het enige lichtpuntje voor de marktwaarde van arseen is de toepassing in materiaal voor halfgeleiders. Maar het element is hiervoor alleen in uiterst zuivere vorm geschikt.

Van Zelm zet dan ook grote vraagtekens bij de aanpak van de Russen: “De Amerikanen hebben het ze uitgelegd, de Duitsers hebben het geprobeerd, dus voor ons had het niet veel zin om het ook nog eens duidelijk te maken dat verbranding een snelle en goedkopere methode is om van dat Lewisiet af te komen.”

Ondanks de Westerse tegenwerpingen blijft Rusland zijn hoop vestigen op een destructie-methode die het arseen van de rest van de verbinding scheidt. Generaal Petrov, hoofd van de Chemische en Biologische Protectietroepen heeft de Nederlandse delegatie gezegd twee procédés te willen testen om het pure arseen uit het Lewisiet terug te winnen. De eerste methode is een hydrolyse met loog, gevolgd door elektrolyse, de tweede is een ammonolyse bij hoge temperatuur.

De overeengekomen technische planning ziet er nu als volgt uit. Tot 1998 zullen Russische deskundigen de twee voorgestelde technieken vergelijken. In 1999 zal een ontwerp worden gemaakt voor een operationele installatie, waarna in 2001 een begin zal worden gemaakt met de daadwerkelijke destructie. Nederland zou haar expertise op het gebied van procestechnologie, milieu en veiligheid aan de Russen ter beschikking kunnen stellen.

Alles wijst er echter op dat dit Russische werkschema een best case scenario, zo niet een al te rooskleurige voorstelling van zaken is. Van Zelm hierover: “We hebben het hier over eventuele hulp bij eventuele vernietiging.” Hoeveel Nederlands geld hiermee gemoeid zal zijn, is nog niet bij benadering te zeggen.

En zelfs als technische, financiële en bureaucratische barricades op tijd worden geslecht en de vernietigingsinstallatie in Kambarka in 2001 kan worden begonnen, dan is er nog een factor waarmee de Russische overheid rekening zal moeten houden: de plaatselijke bevolking. De bewoners van Kambarka hebben zich tegenover de Nederlandse afvaardiging al kritisch uitgelaten over de staat, die al meer dan vijftig jaar in het geniep een chemische tijdbom in hun voortuin heeft gehandhaafd. En dan zouden de erfgenamen van het Sovjet-bewind nu ook nog op dezelfde plek een gevaarlijke vernietigingsinstallatie willen bouwen.

Het bezwaar van inwoners van Kambarka is geen bluf; al eerder wisten elders in Rusland omwonenden van een verbrandingsinstallatie voor zenuwgas de ingebruikneming hiervan tegen te houden. De omwonenden eisen als tegenprestatie de verbetering van openbare nutswerken of de aanleg van riolering. Hoewel dat ook dure investeringen vergt, lijkt de Russische overheid geneigd de eisen van de burgers te accepteren. Er is zelfs begrip voor. Van Zelm: “Zoals Petrov zei: er zijn veel arme dorpen zonder ziekenhuis of waterzuivering, maar er zijn maar heel weinig dorpen met het geluk een chemische wapenopslagplaats in de buurt te hebben.”