Plezierjacht (5)

In de bijlage Wetenschap en Onderwijs van 18 januari besprak Marion de Boo Argus, het Kwartaaltijdschrift van de Stichting Kritisch Faunabeheer. Enige kritische kanttekeningen bij de citaten en de manier waarop De Boo ze in haar bespreking rangschikt, zijn op zijn plaats.

Zelf valkenier werd ik onaangenaam getroffen door de passages over het houden van roofvogels. Al eeuwen lang houden mensen honden en paarden, richten deze af en lijnen ze aan. Ze houden vogels in kooien en vissen in kommen, hetgeen allerminst recht doet aan de natuurlijke situatie van het dier. Getrainde valken en haviken krijgen in ieder geval nog de kans hun natuurlijke instincten te volgen. De in de bespreking geschetste situatie van getrainde jachtvogels die hun hele leven in een kist of doos slijten, als een soort kistkalf is onbestaanbaar. Dat er slechts eenmaal of tweemaal mee gejaagd mag worden, ook. Valkenier word je niet zomaar. De opleiding, die door de verenigingen wordt gegeven neemt jaren in beslag. Ook van 'hartverscheurende gevechten' tussen de roofvogel en katten en vossen, etc. is geen sprake.

Geen enkele in Nederland gehanteerde jachtvogel zal een gevecht met dit soort dieren aangaan. De vogels zelf kiezen namelijk natuurlijke prooien uit, hetgeen impliceert dat deze ook aanzienlijk minder sterk zijn dan zijzelf. Van geënsceneerde gevechten kan om deze reden dan ook geen sprake zijn. Het is jammer dat Marion de Boo de tendentieuze, en aantoonbaar onjuiste uitspraken van Kritisch Fauna Beheer voor zoete koek heeft aangenomen en niet, het journalistieke principe van 'hoor- en wederhoor' heeft toegepast.

    • J.M.A. Fleskens