Over Tribunaal valt met VS niet te marchanderen; 'Ondervraging generaal en kolonel kan hoger doel dienen'

Heeft het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië zich geleend voor een Amerikaanse diplomatieke opzet om weer rust te brengen in het Bosnische vredesproces door twee gearresteerde Bosnisch-Servische officieren naar Den Haag te laten komen? Of heeft het tribunaal vooral zelf belang bij de komst naar Den Haag van generaal Djukic en kolonel Krsmanovic - hoge, maar nauwelijks bekende militairen die niet op de lijst van meestgezochte oorlogsmisdadigers voorkomen en wier aanhouding niet door het tribunaal werd verlangd?

“De vraag stellen is hem beantwoorden”, zegt een diplomatieke bron nabij het tribunaal die anoniem wil blijven spottend. “Het tribunaal is een onafhankelijke instantie die is gericht op het berechten van oorlogsmisdadigers. Alle informatie, alle bewijzen en alle verklaringen die daartoe bijdragen, zijn welkom. Bij het tribunaal lopen alleen juristen rond, geen politici. Het tribunaal is de afgelopen maanden nogal zwart gemaakt wegens een verondersteld gebrek aan succes. Als het dus een probleem van politici kan helpen oplossen zonder daar zelf slechter van te worden, geloof ik niet dat ze daar moeilijk over doen”, aldus de bron.

Maar dat betekent volgens hem nog niet dat er “een samenzwering” zou zijn tussen het tribunaal en de internationale diplomatie over de jongste crisis in Bosnië. “Goldstone heeft misschien alleen maar een telefoontje gehad met een paar vragen hoe waardevol de officieren zijn. Wellicht zat daar ook een idee voor een oplossing aan vast.” Het antwoord op de vraag wie de oplossing voor de eerste grote crisis na Dayton in Bosnië heeft bedacht, moet volgens hem niet gezocht worden in Den Haag, maar in Washington en vooral ook in Sarajevo.

Daar maakte afgelopen weekeinde de Amerikaanse 'architect' van de Dayton-akkoorden, Richard Holbrooke, duidelijk dat hij van de partijen in het conflict in Bosnië de complete naleving van de overeenkomsten verlangde. En dat betekende volgens Holbrooke dat ook de passages waarin staat dat partijen nauw moeten samenwerken met het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden, gerespecteerd moeten worden. Die boodschap legde hij voor aan de Servische president Milosevic, nadat hij met de Bosnische president Izetbegovic had gesproken over de twee officieren die het Bosnische regeringsleger bij toeval in Sarajevo had weten op te pakken.

Izetbegovic weigerde de twee te laten gaan omdat het oorlogsmisdadigers zouden zijn. Gerechtigheid voor de moord op duizenden moslims staat hoog op de Bosnische prioriteitenlijst. “In Tuzla vragen regelmatig honderden vrouwen op luide toon om duidelijkheid over hun mannen, die ze sinds de val van Srebrenica vorig jaar juli niet meer hebben gezien”, zeggen verscheidene bronnen in en bij het tribunaal. “Zulke kwesties zetten de Bosnische regering onder zware druk.”

Maar zolang Izetbegovic de officieren vasthield, zouden de Bosnische Serviërs zich kunnen onttrekken aan het vredesproces. Voorkomen moest worden, dat partijen her en der mensen zouden arresteren met als argument de verdenking van oorlogsmisdaden. Het zou wat de Bosnisch-Servische leider Karadzic inmiddels heeft genoemd “het voortzetten van de vijandelijkheden door middel van arrestaties” betekenen, met mogelijk een aanleiding voor nieuwe agressie. De gang van Holbrooke naar Sarajevo, vlak voor zijn vertrek uit overheidsdienst, was dan ook urgent.

Holbrooke wond in Sarajevo geen doekjes om zijn bedoelingen: oorlogsmisdadigers moeten worden aangepakt. “Voor de Amerikaanse regering was deze kwestie niet onderhandelbaar vóór Dayton, niet onderhandelbaar tijdens Dayton en is deze kwestie evenmin onderhandelbaar na Dayton”, aldus Holbrooke maandag in Sarajevo. Voor onderzoek naar oorlogsmisdaden en de berechting van verdachten is maar één instantie geschikt: het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in Den Haag, met suprematie over alle nationale rechtbanken. Ook hierover mocht geen misverstand bestaan bij de partijen die het Dayton-akkoord hebben ondertekend.

Vrijlaten van de twee was voor de Bosnische regering geen optie. Uitlevering aan het tribunaal was de enige mogelijkheid om recht te doen zowel aan de internationale als de lokale belangen. En dan zou het wellicht ook handiger zijn ze niet in Sarajevo door onderzoekers van het tribunaal te laten ondervragen, maar ze over te brengen naar Den Haag. Dat zou ook het tribunaal weer eens uitgebreid in het zonnetje zetten, op een moment dat dat zeer gewenst was. Wie uiteindelijk over de 'levering' van de officieren heeft beslist, is onduidelijk. Formeel heeft in elk geval een rechter van het tribunaal op grond van internationale verdragen om uitlevering gevraagd.

De officieren werden op 30 januari gearresteerd. Het tribunaal vroeg op 7 februari aan de Bosnische regering om de officieren vast te houden voor een onderzoek. Op 8 februari werd het besluit bekendgemaakt dat Holbrooke naar Sarajevo zou reizen voor crisisberaad. Afgelopen maandagavond werden de officieren overgevlogen naar Den Haag, nadat de Amerikaanse onderhandelaar Belgrado had bezocht en in Sarajevo met Izetbegovic een nieuwe 'gedragscode' had afgedwongen: 'Sarajevo' zou een lijst met verdachten van oorlogsmisdaden ter beoordeling naar het tribunaal sturen. Alleen personen op die lijst die ook door het tribunaal als oorlogsmisdadigers worden aangemerkt, mogen voortaan door de Bosniërs worden opgepakt. Daarmee ging Izetbegovic akkoord, Servië en Kroatië moeten nog volgen.

Na de aankomst van de officieren in Den Haag meldde het tribunaal de officieren vast te zullen houden onder artikel 40 van het statuut, waarin staat dat de aanklager in geval van urgentie personen voor een aantal weken in hechtenis mag houden lopende een onderzoek. De officieren worden aangemerkt als 'verdachten'. Als ze worden aangeklaagd zullen ze worden berecht. In dat geval zullen ze aansluiten bij de tot nog toe enige aangeklaagde Bosnisch Serviër, Dusko Tadic, wiens proces naar gisteren bekend werd op 7 mei begint, als tenminste de Nederlandse advocaat mr. M. Wladimiroff er in slaagt zijn verdediging rond te krijgen. Komen beide officieren vrij, dan kunnen ze wellicht nog als getuigen dienen.

Beide mogelijkheden zijn voor het tribunaal zeer belangrijk, met name de optie dat ze getuigen. Gezien hun militaire achtergrond ligt het voor de hand dat ze getuigen tegen generaal Ratko Mladic, bevelhebber van het Bosnisch-Servische leger en de hoogste Bosnisch-Servische militair die door het tribunaal is aangeklaagd. Beide officieren zouden hem zeer goed kennen en hem van nabij hebben meegemaakt.

Dat zou zeker gelden voor generaal Djukic, van wie de Bosniërs gisteren bekendmaakten dat hij in 1948 geboren is en dat hij als expert in logistieke kwesties snel carrière maakte in het voormalige Joegoslavische leger. De afgelopen oorlogsjaren zou hij gestationeerd zijn geweest op Mladic' hoofdkwartier, een atoomvrij bunkercomplex in Han Pijesak.

De andere officier, kolonel Krsmanovic, heeft volgens de Bosnische krant Oslobodjenje, die dit gisteren meldde, deel uitgemaakt van de vierkoppige leiding van het Romanija-korps van het Bosnisch-Servische leger, dat het jarenlange beleg van Sarajevo voor zijn rekening heeft genomen.

Mladic zal op korte termijn niet naar Den Haag komen, maar het tribunaal kan wel een 'artikel 61-procedure' tegen hem beginnen, om een internationaal arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd te krijgen. Dat artikel in het statuut van het tribunaal bepaalt dat de aanklager de rechters in het openbaar bewijsmateriaal en getuigenissen kan voorleggen om ze van de noodzaak van een dergelijk arrestatiebevel te overtuigen.

Met zo'n bevel zou Mladic zich niet meer buiten de grenzen van Bosnië kunnen begeven: lidstaten van de VN zijn verplicht aan zo'n arrestatiebevel gehoor te geven. Zelfs Belgrado, waar Maldic regelmatig wordt gesignaleerd, zou verboden gebied voor hem zijn, zolang althans president Milosevic meent dat hij de Dayton-akkoorden moet naleven. Ook de advocaat van de twee aangehouden officieren, de Serviër Toma Fila, sluit niet uit dat het tribunaal erop uit is “een weefsel van spinnewebben” te leggen om Karadzic en Mladic. In dat geval dienen Djukic en Krsmanovic een hoger doel.

Maar daarmee zijn Karadzic en Mladic nog niet in Den Haag. Over hoe de twee Bosnisch-Servische leiders en de vijftig andere personen die zijn aangeklaagd uiteindelijk wel in Den Haag komen, bestaat nog geen duidelijkheid. De Amerikaanse minister van Defensie Perry kondigde gisteren aan dat IFOR-troepen nieuwe foto's zullen krijgen en volledige documentatie over oorlogsmisdadigers en zei te verwachten dat op den duur wel een aantal aanhoudingen zou worden verricht. Maar uiteindelijk zullen alleen de betrokken partijen het probleem van de loslopende oorlogsmisdadigers kunnen oplossen door ze te arresteren en uit te leveren. “Ik kan me niets anders voorstellen dan dat ze dat uitvoerig verteld zal worden komende vrijdag, op de bijeenkomst van de contactgroep in Rome”, aldus een betrokkene.

    • Z.C.A. Luyendijk