NOM ziet winst stijgen tot zes miljoen gulden

GRONINGEN, 15 FEBR. De Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM) heeft het afgelopen jaar zes miljoen gulden winst gemaakt, een miljoen gulden meer dan in 1994. Er werd in 1995 aan 19 bedrijven 33,4 miljoen gulden risicodragend vermogen verstrekt tegen 28,3 miljoen in 1994.

De NOM heeft dit gisteren bekendgemaakt. Het gaat om voorlopige cijfers, de definitieve worden in de zomer gepubliceerd. De NOM, in de jaren zeventig opgericht om de economie in Noord-Nederland te stimuleren, heeft nu 153 financieringen van in totaal 205 miljoen gulden uitstaan.

NOM-directeur F. Migchelbrink kijkt tevreden terug op afgelopen jaar. “We hebben alle doelstellingen verwezenlijkt wat betreft deelnemingen in bedrijven, behoud van werkgelegenheid en ontwikkelingsprojecten. Dat we winst hebben gemaakt is ook mooi, want dan word je serieus genomen.”

Hij wijst ook op het feit dat uit landelijke cijfers blijkt dat van de buitenlandse investeringen 15 procent in Noord-Nederland terecht is gekomen. Dit was nog nooit zo hoog. Het gaat vooral om kapitaalintensieve investeringen in de chemische industrie, wat relatief weinig werkgelegenheidsgroei tot gevolg heeft. Migchelbrink: “Dat is misschien wel jammer, maar het gaat er om dat de economie op gang wordt gebracht. Je ziet nu bijvoorbeeld dat 'callcenters' voor hotelketens in de mode zijn. Dat levert veel werk op, maar weinig investeringen. Als de telefoontikken te duur worden, zijn ze dus zo weer vertrokken.”

Volgens Migchelbrink is het bittere noodzaak dat het Noorden van de economische bloei gaat profiteren, want bijvoorbeeld de provincie Groningen is de afgelopen twintig jaar in groei dertig procent bij het landelijk gemiddelde achtergebleven. “Maar je moet niet alleen naar welvaart kijken, ook naar welzijn. En daarmee groeit het Noorden denk ik sneller dan de drukke Randstad.”