Nieuwe spelling gaat ieder gezond verstand te boven

Op 2 september 1997 doet zich een deerniswekkend tafereel voor bij het Eramusgebouw van de Nijmeegse universiteit. Met verbijstering ziet de te hoop gelopen massa hoe een gerespecteerde universitair hoofddocent per overvalwagen wordt afgevoerd. “Wat heeft-ie op zijn kerfstok?”, vragen de toeschouwers elkaar fluisterend. Een enkeling weet het: “Van Hooff houdt zich niet aan de tussen-n. Als onderwijsgevende is hij sinds gisteren wettelijk verplicht zich aan de Nieuwe Spelling te houden, maar hij verdomt het.”

De ingewijden wijzen elkaar gniffelend op de agente van het arrestatieteam, die voor de gelegenheid haar 'agentenuniformrokje' heeft aangetrokken, denkend aan het voorbeeld van voorwaarde 4 in de Leidraad uit het nieuwe Groene Boekje. Enkele studentes in het publiek komen rond uit voor hun studentenzwangerschap (ibidem).

Tijdens het proces zal ik mij niet bedienen van de gewone uitvlucht van het bijzonder onderwijs dat wettelijke regels, als ze slecht uitkomen, alleen gelden voor de openbare sector. Nee, als kruising van Socrates en Luther zal ik publiekelijk verklaren dat ik niet anders kan. Niet ik ben misdadig, maar de regels zijn crimineel. Hierbij kan ik verwijzen naar 'De tussen-n in het nieuwe Groene Boekje' van Harry Cohen in het nieuwe-spellingsnummer van Onze Taal: twee keer gebruikt hij de kwalificatie crime in verband met de regels en uitzonderingen.

De Nederlandse en Vlaamse ministers zijn erin geslaagd van de kwestie van de tussen-n een 'klerezooi', zonder n, te maken. Aldus besluiten Liesbeth Koenen en Rik Smits hun artikel 'Nieuwe regels tussen-n onhanteerbaar'. Ook de andere stukken in het doorgaans bedaarde blad staan vol met uitdrukkingen van meewarigheid en ontzetting: “inconsequenties”, “verwarrende verschillen”, en “onhanteerbaar gedrocht”.

Hoe heeft het zover kunnen komen? De Nederlandse Taalunie leek zo verstandig bezig. Zij liet het aan een groep taalkundigen over om enkele spellingsknopen door te hakken. Het voorstel dat de commissie-Geerts ten slotte in 1994 op tafel legde, was in vele opzichten schamel. Vooral moest menigeen de ogen uitwrijven toen hij las dat we voortaan in de regel de tussen-n gingen schrijven. Bij de geldende spelling kon alleen via middeleeuws-scholastieke redenaties worden uitgemaakt of het besse- of bessenjam was: verdient gelei van één bes al de naam jam? Geerts cum suis probeerde ons een taalkundige logica op te leggen.

Het heeft mij verbaasd dat toen niet meteen het Wereldnatuurfonds in het geweer kwam: hoeveel bomen gaan er niet aan om het extra papier te leveren dat de louter symbolische letter kost? Waarom riep Winsemius niet op tot een 'groene' spelling, een schrijfwijze waarbij iedere niet uitgesproken -n wordt weggelaten? Van mijn part geldt die ook in het meervoud. De e is genoeg als markering van de pluralis, zoals het Duits laat zien. Terwijl onderwijsmensen, zoals ik, hun schouders ophaalden over de spellingsmuis die Geerts gebaard had, begonnen Nederlandse literatoren stennis te maken. Komrij en consorten beschouwen zich nu eenmaal als het nationale taalgeweten dat moet waarschuwen tegen de barbarij van 'ginekoloog'.

Vervolgens schrokken politici van wat zij aanzagen voor de publieke opinie. Schielijk stelden zij vast dat de commissie van de Taalunie over de schreef was gegaan. Alles moest conservatiever worden. De nieuwe schrijfwijze mocht niet pijn doen aan de postmoderne oogjes. Haastig gingen ambtenaren en plukjes taalkundigen aan de slag. Het resultaat is “broddelwerk” (alweer volgens Liesbeth Koenen), vooral voor de kwestie van de tussen-n. Op het laatste moment zijn subregeltjes uitgevonden die zo subtiel zijn dat zelfs de gezaghebbende naslagwerken elkaar tegenspreken.

Het is al erg dat de Vlamingen moeten buigen voor het spellingsimperialisme van de Nederlanders. Ik heb tot het laatst toe gehoopt dat de redding uit het zuiden zou komen - zoals Vlaanderen ons misschien nog behoedt voor de hartverscheurende spoorlijn door Holland. Maar, alla, na jaren hebben we ons de woordbeelden van de bastaardwoorden wel eigen gemaakt.

Wat echter niemand ooit voor elkaar zal krijgen, is zonder naslagwerk samenstellingen correct te schrijven. En hierbij gaat het om verre van exotische woorden als kippe(n)ei en klere(n)zooi. Verwacht minister Ritzen (Onderwijs) echt dat ik voor zulke woorden telkens het woordenboek raadpleeg?

Ik weiger eenvoudig de nieuwe voorschriften te volgen. Tot nu toe heb ik als brave schoolmeester alle vergrijpen tegen de bestaande regels in de werkstukken van studenten met agressief rood aangestreept, met de opmerking: “De Nederlandse spelling is natuurlijk onzinnig, maar van een aankomend academicus mag verwacht worden dat hij volgens de regels spelt.”

De nieuwe schijnregels voor de tussen-n gaan evenwel ieder gezond verstand te boven: alleen de spellingscorrector van de computer is dom genoeg daarvoor. Maar ik wil zonder elektronische hulpstukken gangbare woorden kunnen schrijven. De regel voor de tussen-s wijst de weg naar een oplossing: in de nieuwe spelling mag ieder die naar believen plaatsen of weglaten. Vanaf 1 september 1997 houd ik me daarom aan de anarchistische lex Antonia: ieder mag zelf bepalen of hij de tussen-n schrijft of niet.