Neanderthalers kenden vuur, konden bouwen en hadden taal

Prehistorici hadden geen al te hoge dunk van de intellectuele capaciteiten en sociale vaardigheden van de Neanderthalers. Die mening zal waarschijnlijk moeten worden herzien na de vondst bij Bruniquel in Zuid-Frankrijk van een grot waarin Neanderthalers heel ver blijken te zijn doorgedrongen (Science, 26-1-1996). De grot, die in 1990 werd ontdekt en waarin sindsdien onderzoek is gedaan door een team van de archeologische dienst van het Franse district Midi-Pyrénées, heeft een aantal vondsten opgeleverd die erop wijzen dat de Neanderthalers goed georganiseerd opereerden.

Wie ooit in een grot is geweest die niet speciaal voor toeristen is 'geprepareerd', weet van hoe groot belang een goede organisatie is als het erop aankomt om de weg tussen alle ruwe rotswanden en kleine doorgangen terug naar het daglicht te vinden. De Neanderthalers moeten dus zowel goed georganiseerd zijn geweest als licht hebben gehad. Dat licht kan alleen afkomstig zijn geweest van meegebrachte fakkels. Tot nu toe werd aangenomen dat ze slechts op zeer simpele wijze met vuur omgingen, bijvoorbeeld na een blikseminslag.

Dat ze werkelijk vuur hebben meegebracht in de grot, en dat ze goed waren georganiseerd, blijkt onder meer uit de vondst van een nog raadselachtig, veelzijdig bouwwerk dat ze honderden meters ver van de ingang hebben opgericht. De 'muren' bestaan uit opgestapelde stukken van stalagmieten en stalactieten (druipsteen). Het is een aanwijzing dat groepen Neanderthalers op gezette tijden op deze plaats bijeenkwamen, om wat voor reden dan ook. Het ontbreken van gereedschappen en van menselijke botten wijst er eveneens op dat het bouwwerk een plaats voor speciale, tijdelijke samenkomsten is geweest.

In het bouwwerk is een stuk verbrand bot van een holenbeer aangetroffen, dat niet alleen het bewijs levert dat er vuur is meegebracht, maar dat ook een datering mogelijk maakt. Uit de datering blijkt dat de Neanderthalers ten minste 47.600 jaar geleden in de grot zijn geweest, nog voor de komst van de 'moderne' mens. Voor zover bekend bevolkten toen alleen Neanderthalers het huidige Europa. De oudst bekende rotsschilderingen, die in de Grotte Chauvet (Zuid-Frankrijk), zijn gedateerd op 31.000 jaar geleden.

De archeologen die de grot hebben onderzocht, zijn verbaasd over het feit dat in het halfduister een tamelijk gecompliceerd bouwwerk kon worden opgericht. Ze menen dat daarvoor een goede communicatie essentieel was. Dat een dergelijke communicatie onder zulke omstandigheden zou kunnen plaatsvinden zonder gesproken aanwijzingen, achten zij hoogst onwaarschijnlijk. Zij menen dan ook dat de Neanderthalers niet alleen reeds gearticuleerde geluiden konden voortbrengen, maar zelfs al een taal hadden ontwikkeld en met behulp daarvan in staat waren om gezamenlijk een opdracht uit te voeren.

    • A.J. van Loon