Moord op jurist Tomás y Valiente schokt Spanje

MADRID, 14 FEBR. “Het is of ik een familielid heb verloren”, zei de bejaarde Joaquín Ruiz-Giménez, de eerste nationale ombudsman van Spanje, terwijl twee tranen tergend langzaam een spoor over zijn wangen trokken. “We moeten trouw blijven aan zijn ideeën van tolerantie en een vreedzame samenleving”.

Er is woede, verbijstering en verdriet na de moordaanslag op Francisco Tomás y Valiente, ex-president van het Constitutionele Hof, rechtsgeleerde, humanist en een prominent voorvechter van de Spaanse democratie en burgerrechten. Tomás y Valiente (63) werd gisterochtend doodgeschoten in zijn kamer op de rechtenfaculteit van de Autonome Universiteit in Madrid. Ruim twintig getuigen hebben de 25-jarige ETA-terrorist Jon Bienzobas herkend als de dader.

Acht dagen nadat een ETA-terreurcommando de socialistische advocaat Fernando Múgica Herzog in het centrum van San Sebastián met een nekschot vermoordde sloeg de Baskische militante afscheidingsbewging gisteren opnieuw toe. Tweeënhalve week voor de parlementsverkiezingen dreigt de 'stembuscampagne' van de ETA een van de bloedigste te worden.

Het nieuws van de aanslag op Tomás y Valiente beheerste gisteren en vandaag de media vrijwel volledig. De televisie liet een lange rij aangeslagen politici en rechtsgeleerden aan het woord die wanhopig strijd leverden om hun woede en verdriet te onderdrukken. “Jullie hebben juist een van de meest uitgesproken verdedigers van de autonome regio's vermoord en een verklaard tegenstander van de doodstraf”, zei de jurist Eliseo Aja in het universtiteitsgebouw, machteloos stotterend van verdriet. “Wat willen jullie daarmee in godsnaam bereiken?”

Francisco Tomás y Valiente, afkomstig uit een republikeinse familie in Valencia, was een van de bekendste Spaanse juristen. Als professor aan de universiteit van Salamanca kwam hij regelmatig in aanvaring met regime van dictator Franco. Hij behoorde tot de selecte groep juristen die in de overgangsperiode naar de democratie in 1980 als eersten zitting namen in het Constitionele Hof, het hoogste Spaanse rechtsorgaan voor de toetsing van grondwettelijke vraagstukken.

Zes jaar lang, van 1986 tot en met 1992 was hij voorzitter van het Hof. Daarna doceerde hij rechtsgeschiedenis aan de Autonome Universiteit van Madrid. Hoewel hij met de socialistische partij van premier Felipe González sympathiseerde, behield hij een zekere afstand tot de politiek en weigerde in 1993 de post als minister van justitie, die hem werd aangeboden. Tomás y Valiente nam in zijn vele publikaties altijd radicaal stelling tegen het nationalisme als bedreiging van de Spaanse rechtsstaat en de gewelds-ideologie van de ETA. “Iedere keer dat ze iemand op straat vermoorden, vermoorden ze een stukje van ons allen”, aldus Tomás y Valiente in zijn laatste column die vandaag wordt gepubliceerd door het dagblad El País.

Niettemin had de rechtsgeleerde niet het minste vermoeden dat hij op de dodenlijst van de ETA stond. Na een afwezigheid wegens een griep kwam hij gistermorgen terug op zijn kamer in het universiteitsgebouw om examens af te nemen. “Hij was opgewekt en kalm als altijd”, zei zijn collega-hoogleraar Elias Díaz, die met hem telefoneerde op het ogenblik dat hij werd vermoord. “We wilden juist afspreken op welke kamer we elkaar zouden ontmoeten. Hij was even stil en toen hoorde een harde klap”, aldus de verbijsterde Díaz.

Vele honderden rouwenden, waaronder de volledige politieke en juridische top van Spanje, verzamelden zich gisteren in de aula van het Constitutionele Hof bij het lichaam van Tomás y Valiente. Onder de aanwezigen was ook premier González, die eerder op de dag een geëmotioneerde oproep tot eenheid had gedaan, “om een einde te maken aan deze mafia-bende.” Enrique Múgica, voormalig minister van justitie en broer van de vorige week vermoorde Fernando Múgica: “We moeten ze hard aanpakken en bestrijden met alle middelen die de wet ons geeft. Verder heb ik niets te zeggen. Woorden hebben geen nut meer.”

Herri Batasuna, de 'politieke arm' van de ETA, onthield zich gisteren en vandaag van commentaar. De gebruikelijke vergoelijking van het ETA-geweld - na de moord op Múgica liet de partij weten dat het hier een actie betrof tegen “de Spaanse strategie om het Baskische volk te elimineren” - bleef achterwege. Een video-film die de nationalistische beweging had laten maken in het kader van de verkiezingen werd gisteren op last van het openbaar ministerie in beslag genomen. Op de band waren onder meer drie gemaskerde ETA-leden te zien die het pan-Baskische gedachtengoed uitdroegen: een autonome arbeidersstaat die behalve de huidige regio Baskenland ook de regio Navarra en een deel van zuid-Frankrijk zou omvatten.

Vrijwel onmiddellijk na de moord zette de Madrileense politie gisteren tevergeefs de klopjacht in naar de dader. De aanslag van gisteren past in een nieuw scenario waarvan de autoriteiten weliswaar een vermoeden, maar waartegen zij weinig kunnen ondernemen. Jon Bienzobas, een schriele jongen met een bril en een vrolijk-intelligent gezicht, wordt beschouwd als de hoofddader van verschillende aanslagen waarbij de slachtoffers van korte afstand door hun hoofd worden geschoten. Na Tomás y Valiente te hebben doodgeschoten wist hij feilloos weg te komen door het gangenstelsel van het universiteitsgebouw. Studenten die hem probeerden tegen te houden, hield hij met zijn vuurwapen op afstand. Buiten stond een auto met lopende motor te wachten. Via de snelweg vluchtte het commando weg richting een noordelijke buitenwijk van Madrid, vijftien kilometer verderop. Daar werd de vluchtauto door het commando opgeblazen, waarschijnlijk om sporen uit te wissen.

    • Steven Adolf