Leeuwen van Serengeti ook slachtoffer van hondevirus

Twee jaar geleden werd een derde van de circa 3000 leeuwen in het Nationaal Park Serengeti het slachtoffer van een geheimzinnige virusepidemie. Inmiddels is aangetoond, dat de leeuwen besmet raakten door contact met hyena's, die op hun beurt weer door (tamme) honden waren besmet met het hondevirus canine distemper virus (CDV). Later verspreidde de virusziekte zich naar het noorden, naar het Maasai Mara reservaat in Kenia, waar het ook vossen, hyena's en luipaarden trof. Dat schrijven Amerikaanse pathologen in Nature (29 jan.).

Het hondevirus hoort tot de beruchte morbilli-virussen (dat ook mazelen veroorzaakt). Verwante morbillivirussen brachten eind jaren tachtig in de VS de Zwartvoetfret op het randje van uitsterven en richtten een massaslachting aan onder Europese en Canadese zeehonden en dolfijnen. De runderpest, weer een ander morbillivirus, bedreigt in Oost-Afrika niet alleen het vee, maar ook wilde antilopen. Dat alles roept de vraag op hoe men bedreigde diersoorten kan beschermen tegen virusbesmetting, afkomstig van gedomesticeerde (tamme) dieren.

Laboratoriumonderzoek wijst uit dat er in het bloedserum van al veel eerder gestorven leeuwen uit de Serengeti al antilichamen tegen het canine distemper virus aanwezig waren. Blijkbaar waren ze al in de jaren tachtig met een eerdere variant van het CDV-virus in contact geweest en hadden daar een zekere weerstand tegen opgebouwd. In de jaren '90 echter dook een nieuwe, agressievere variant van het CDV-virus op, die dodelijk bleek. Niet alleen voor leeuwen, maar ook voor gevlekte hyena's en jakhalzen.

Voor een toch al sterk bedreigde diersoort kan zo'n virusinfectie de genadeklap betekenen. Zo ook voor de Ethiopische wolf, het meest bedreigde roofdier op aarde. Eind jaren tachtig leefden op enkele afgelegen hoogvlaktes in de Bale Mountains nog zo'n 400 dieren. In 1991 brak onder dorpshonden in de omgeving een hondsdolheidsbesmetting uit. Binnen twee jaar was de helft van de Ethiopische wolven dood. Een zelfde lot trof de Blanford vos, een vederlicht vosje met enorme zwiepstaart en kale voetzolen, dat met ogenschijnlijk gemak de steilste berghellingen neemt. In Israël was deze bijzondere verschijning nog maar zelden gesignaleerd toen er een hondsdolheidsepidemie onder honden en vervolgens vossen uitbrak en men ineens her en der dode Blanford vossen aantrof. Weer een ander voorbeelden is het door huiskatten verspreide katteziektevirus dat de Florida panter en de Schotse wilde kat ziek maakt. En als de laatste hyenahonden in de Serengeti niet toevallig in 1992 al uitgestorven waren had het hondeziektevirus ze ongetwijfeld de das omgedaan. Pogingen om de laatste dieren in te enten zijn mislukt.

In andere gevallen kunnen immunisatiecampagnes onder wilde dieren misschien wel helpen. Zo worden in Europa vossen geïmmuniseerd tegen hondsdolheid door een vaccin, verstopt in aas, in de bossen uit te leggen. De Tanzaniaanse Veterinaire Dienst is samen met mensen van Project Life Lion begonnen met een inentingscampagne tegen hondsdolheid en hondenziekte onder honden in de omgeving van het Serengeti Park.

    • Marion de Boo