Irma Laplasse wel landverraadster

BRUSSEL, 15 FEBR. Het Militair Gerechtshof in Brussel heeft gisteren een in 1945 geëxecuteerde vrouw, Irma Laplasse, schuldig bevonden aan landverraad en verklikking. De vrouw verdiende daarvoor een levenslange gevangenissstraf en niet de doodstraf, zo oordeelt het Hof. De zaak-Laplasse is na de oorlog uitgegroeid tot één van de gevoeligste twistpunten in de Vlaamse discussie over de omstreden behandeling van collaborateurs. Sommige groeperingen hoopten dat vrijspraak voor Laplasse zouden kunnen bijdragen aan algemeen eerherstel voor mensen die na de Tweede Wereldoorlog werden veroordeeld en aan wie nog steeds bepaalde burgerrechten worden ontzegd. Oud-verzetstrijders reageerden opgelucht.

In de nadagen van de oorlog waarschuwde Irma Laplasse, een boerin uit Oostduinkerke, een Duitse wachtpost dat een groep Vlaamse verzetstrijders een aantal Duitse soldaten en collaborateurs, onder wie haar zoon, gevangen hield in een school. Kort daarna raakte de groep in vuurgevecht met een Duitse partrouille. Drie verzetstrijders sneuvelden daarbij, de overige vier werden door de Duitsers standrechtelijk geëxecuteerd. Volgens het Militaire Gerechtshof staat het vast dat Laplasse de aanwezigheid van de verzetstrijders heeft verklikt. Maar het staat volgens de rechtbank niet onomstreden vast dat er oorzakelijk verband is tussen het waarschuwen van een Duitse soldaat en de dood van de zeven verzetslieden. Daarom werd de doodstraf omgezet in levenslang.