Informatiejunks in de maak

DELFT. “Stel, je hebt een horloge gekocht. Je loopt de winkel uit en een voorbijganger vraagt je hoe laat het is. 'Vijf over tien', zeg je. Dan tikt de horlogier je op de rug. 'Mag ik een gulden van u, want dat horloge heb ik geleverd'.” Leo Waaijers is directeur van de universiteitsbibliotheek van de TU Delft. Hij vertelt dit verhaaltje bij wijze van gelijkenis. Misschien gaat de analogie niet helemaal op, maar soms kan het geen kwaad de dingen scherp te stellen.

We bekijken het horloge uit de gelijkenis: het tijdschriftendepot van de universiteitsbibliotheek. Boekenkasten zover het oog reikt, links, rechts, achter je en voor je. Tienduizenden, honderdduizenden banden met ingebonden tijdschriften. Wat hier in stalen kasten staat, is wat we weten.

Waaijers heeft zorgen. Zijn bibliotheek heeft tienduizend abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften. Die abonnementen kosten 4,7 miljoen gulden per jaar, en dat is het grootste deel van het totale aankoopbudget, dat 6,6 miljoen bedraagt. Elk jaar worden de abonnementen tien procent duurder, maar zijn budget gaat maar 1 of 2 procent per jaar omhoog. “Het rare is”, zegt hij, “dat de stijging varieert per vakgebied. In de natuurkunde hadden we het afgelopen jaar een prijsstijging van negentien procent. In de geneeskunde is de stijging vijftien procent, maar in de sociale wetenschappen maar zes procent. Wat moet je daar uit afleiden? Dat het niet aan gestegen productiekosten ligt, maar dat het een marktkwestie is. In de exacte wetenschappen wordt meer geld verdiend dan in sociale wetenschappen, dus de uitgevers schroeven de prijs daar meer omhoog dan elders.”

We lopen een gang door en komen in een ruimte waar op een aanschouwelijke manier wordt gedemonstreerd waar deze praktijken toe leiden. Er staan vijf kopieerapparaten, en ze zijn allemaal in bedrijf. Bibliotheekmedewerkers kopiëren hier artikelen. Artikelen die besteld zijn door wetenschappers en studenten die zich geen abonnementen van duizenden guldens kunnen permitteren, maar toch graag op de hoogte blijven van de laatste resultaten van het wetenschappelijk onderzoek.

Bestellen gaat tegenwoordig gemakkelijk. Je bestelt per telefoon, per brief, per fax of met een emailtje het artikel van je keuze, en de volgende dag - of als je haast hebt, nog dezelfde dag - heb je een kopie van het bewuste artikel thuis. De meeste universiteitsbibliotheken rekenen een gulden per pagina voor deze service, en dat is kostendekkend. Zo komen we aan het tweede deel van de analogie: het ontbreekt niet aan mensen die heel graag op dit horloge willen kijken. Rest nog de inhalige horlogier.

Die kwam op het toneel toen die document-services het steeds drukker kregen. Door de stijgende abonnementsprijzen moesten instituten en bibliotheken steeds meer tijdschriften opzeggen. Steeds vaker moeten onderzoekers dus uitwijken naar andere bibliotheken.

Zo dreigde de winstmaximalisatie van de uitgevers te stranden op de onwil van de bibliotheken om elk jaar tien procent meer belastinggeld door te sluizen. Veel konden de uitgevers er niet aan doen: kopiëren voor eigen gebruik is een praktijk die al zo oud is als het kopieerapparaat, en die praktijk is door de wet toegestaan. Toch proberen ze het nu. Dat wil zeggen: er is één uitgever die de kat de bel aanbindt: Elsevier Science. Deze uitgever heeft Waaijers gesommeerd per geleverd artikel 9,5 dollar af te dragen, bijna zestien gulden.

Waaijers voelt daar weinig voor. Er gaat toch al zo veel geld naar Elsevier. De gemiddelde prijs voor een abonnement is 470 gulden, maar een Elseviertijdschrift - Waaijers heeft er 600 - is meer dan zes keer zo duur: gemiddeld 3.000 gulden. Drie voorbeelden. Voor Cancer Letters betaalt een bibliotheek jaarlijks 3.500 gulden, The Journal of Neuroimmunology doet 3.900 gulden en Hearing Research komt voor 4.700 gulden tien keer in de bus.

De andere bibliotheken zijn zeer benieuwd hoe het gaat aflopen. Erg populair is Elsevier niet. Het bedrijf geeft de beste wetenschappelijke tijdschriften ter wereld uit, maar die dominante positie wordt nogal nadrukkelijk geëxploiteerd. In bibliotheekkringen heet Reed Elsevier daarom allang Greed Elsevier. En iedereen kan je zo uitleggen waar deze strategie toe moet leiden: dat steeds meer bibliotheken hun abonnementen zullen opzeggen en dat er daarom steeds meer gekopieerd zal moeten worden. Net zo lang totdat er van elk tijdschrift nog maar een of twee exemplaren in Nederland aanwezig zijn? Waaijers: “Ja, dat is een spiraal. Maar ik zeg altijd: ik ben niet met die prijsverhogingen begonnen.”

Chris Peels, hoofd van de afdeling juridische zaken van de TU Delft wil liever niet te veel op de zaak met Elsevier ingaan. Maar hij wil er wel dit van zeggen: “Studenten, docenten en hoogleraren zijn informatiejunks. Dat is in het belang van de wetenschap en in het belang van de wetenschappelijke uitgeverijen. Wij maken de studenten hier verslaafd aan informatie, en ze zullen de rest van hun leven niet meer zonder kunnen. Uitgevers zouden zich veel meer moeten richten op datgene waar ze goed in zijn: selectie, openbaarmaking, presentatie. Dat wordt noodzakelijker naarmate de informatie chaotischer wordt en op steeds meer plaatsen ter beschikking komt, zie Internet. Maar ze moeten niet doen alsof ze de eigenaar van informatie zijn.”

Zo gaat de informatierevolutie zijn onvoorspelbare gang. Faxen en netwerken maken informatie wereldwijd beschikbaar, en de traditionele informatieverschaffers weten nog niet precies of dat nu een bedreiging of juist een opportunity is. Krampachtig proberen ze hun gedrukte media te beschermen, tegelijkertijd pogen ze greep te krijgen op de glibberige wereld van de computernetwerken. Daar kunnen ze een rol spelen: als ordende en selecterende instantie, als organisator van kritiek en redactie. Maar de functies die hen vroeger in staat stelden dominante posities in te nemen: druk- en distributiecapaciteit, tellen daar niet meer.

De kans is dus altijd aanwezig dat de academische wereld op een goed moment besluit het wetenschappelijk publiceren zelf ter hand te nemen. Waaijers: “De uitgevers kunnen hun rol blijven spelen als ze zich tevreden stellen met lagere rendementen dan de twintig tot dertig procent die ze nu halen.”

Misschien krijgen de uitgevers nog eens heimwee naar de rendementen die met een goed lopend dagblad zijn te halen.

    • Warna Oosterbaan