Homeopathische potentie

Ondanks jaren van onderzoeksinspanningen en regelmatig uitkomende reguliere 'wondermedicijnen' heeft de op de natuurwetenschappen gebaseerde geneeskunde nauwelijks oplossingen voor veel voorkomende aandoeningen, zoals luchtweginfecties, reumatische klachten en hoofdpijn. Steeds meer mensen zoeken juist voor die 'moeilijke' klachten homeopathische hulp, hiertoe aangezet door gunstige ervaringen van familie en bekenden. Dit is ook de huisartsen opgevallen en eind jaren tachtig had 60 procent van hen een positief oordeel over homeopathie. Tegelijkertijd groeide de ongerustheid over ondeskundige behandelaars, die de risico's van de geneeskunde zwaar onderschatten en medicaliserend te werk gingen, bijvoorbeeld met iriscopische diagnoses over onvindbare leverkwalen.

Dit heeft ertoe geleid dat een snel groeiend aantal huisartsen zich ging verdiepen in homeopathie, gedeeltelijk om hun patiënten te beschermen tegen ondeskundigheid, gedeeltelijk uit nieuwsgierigheid, maar zonder uitzondering aanvankelijk met veel scepsis. Het strijdpunt in de discussie over homeopathie is het potentiëren. Het idee, dat bij het verdwijnen van de oorspronkelijke stof het oplosmiddel zou veranderen, past niet in een geaccepteerde natuurwetenschappelijke theorie. Geneeskunde blijft echter een weerbarstige materie, het levend organisme volgt vaak niet de wetten die op het onderzoek van dode materie zijn gebaseerd. Het zelfherstellend vermogen en de relatie tussen lichaam en geest zijn nauwelijks ontgonnen gebieden voor de natuurwetenschap. Deze ontoegankelijkheid leidt tot een zekere minachting door de 'echte' geneeskunde van het 'placebo-fenomeen'.

Over het placebo is het laatste woord nog lang niet gesproken. Veel huisartsen hebben met homeopathie geëxperimenteerd vanuit de gedachte dat een goed placebo zijn plaats mag hebben in de geneeskunde. Tijdens deze experimenten zijn zij toch onder de indruk gekomen van het effect van homeopathische geneesmiddelen. Opvallende en blijvende verbeteringen die met reguliere therapie, inclusief het placebo-effect van de attente dokter, bij chronische klachten sporadisch gezien worden, zie je met homeopathie veel vaker. Hierdoor groeit de twijfel over de aanvankelijke overtuiging dat dergelijke verdunningen niet kunnen werken.

De gevestigde orde wil dat de homeopathische artsen hun gelijk bewijzen met de instrumenten die regulier geaccepteerd zijn. Dit is een onredelijke eis omdat met deze instrumenten alleen reguliere stellingen bewezen kunnen worden. In de tijd dat de gevestigde wetenschap meende dat de aarde plat was en het centrum van het heelal, waren de gangbare instrumenten en argumenten ook niet in staat iets anders te bewijzen. Hierdoor lopen de emoties hoog op; degenen die ervaringen hebben die strijdig lijken met de gevestigde theorie kunnen niet anders dan anderen uitnodigen hun ervaring te delen bij gebrek aan argumenten die door de gevestigde orde geaccepteerd worden. Wanneer de gevestigde orde, weer op theoretische gronden, weigert om het experiment aan te gaan ontstaat een patstelling die alleen voordelen biedt aan de gevestigde orde, niet aan de wetenschap.

Een ander probleem is dat de infrastructuur die nodig is voor het verrichten van beter onderzoek steeds complexer en kostbaarder wordt. In de geneeskunde ontstaat een steeds groter verschil tussen de eerstelijn en de topklinische academische onderzoekscentra. Hoe hoger het onderzoekscentrum des te natuurwetenschappelijker wordt er gedacht en des te meer afkeer wordt er gevoeld ten aanzien van andere inzichten. Het overleg tussen de alternatieve artsen en de reguliere onderzoekers verloopt dan ook uiterst moeizaam. Het heeft de Gezondheidsraad tien jaar gekost om een advies voor onderzoek samen te stellen. Dit advies is pas in 1993 gepubliceerd.

Inmiddels vertrouwen 5 miljoen Nederlanders op homeopathische middelen. Desondanks wordt het verzet aangewakkerd door een kleine maar fanatieke groep, die zich afzet juist tegen artsen die homeopathie beoefenen. Er wordt hardnekkig getracht de definitie van kwakzalverij te herzien als alles wat niet op natuurwetenschappelijke basis berust. Regelgeving in de niet-conventionele geneeskunde blijft achter omdat de overheid geen kwaliteitsverschillen wil zien. De overheid verliest het contact met de patiënt die ervaart dat de wereld anders in elkaar zit.

Hierdoor wordt steeds onduidelijker wat nu echt kwakzalverij is. Ieder incident wordt aangegrepen om te trachten de patiënt terug te drijven naar de reguliere geneeskunde. De echte malafide beroepsbeoefenaars kunnen de onredelijkheid van deze opstelling gemakkelijk uitbuiten bij patiënten die teleurgesteld zijn in de medische wereld. En stel nu eens dat homeopathie werkt en een hoogmoedswaanzinnige de mogelijkheid biedt om regulier uitbehandelde patiënten te genezen?

De ruimte om gedetailleerd de halve waarheden en onwaarheden over homeopathie in de stukken van Borst te bespreken ontbreekt hier. Het zijn er heel wat omdat ze een bloemlezing geven van de vooroordelen waarmee de Stichting Skepsis de omvangrijke literatuur benadert. Iedereen die zich in de bronnen wil verdiepen kan terecht bij de homeopathische artsen (VHAN, postbus 223, 6700 AE Wageningen). Reeds beschikbare onderzoeksgegevens:

- Homeopathie wordt voornamelijk toegepast bij chronische klachten (CBS, NIPO'95).

- 'Op grond van de beschikbare resultaten zou een reguliere methode worden erkend', naar aanleiding van een evaluatie van 105 dubbelblind onderzoeken (British Medical Journal, '91).

- 'Homeopathie werkt of het dubbelblind onderzoek werkt niet', naar aanleiding van een drie maal gereproduceerd onderzoek (Lancet '94).

- '50-70 procent van de patiënten verbetert', naar aanleiding van een onderzoek in huisartspraktijken (NIVEL).

- '70 procent van de onderzoeken laat positief effecten zien', naar aanleiding van een analyse van ruim 100 experimenteel toxicologische studies (Human & Experimental toxicology, 1994).

Uitbreiding van dit onderzoek kan alleen bij een betere infrastructuur en dit vereist erkenning. Sinds 1991 proberen de homeopathische artsen aan antwoord te krijgen op de vraag: 'Welke geneeskundige methode is op grond van wetenschappelijk onderzoek erkend en op grond van hoeveel onderzoek?' Op deze vraag hebben wij in vijf jaar nog geen antwoord gekregen!