Hof: OM niet ontvankelijk na doorleveren cocaïne

ROTTERDAM, 15 FEBR. Het gerechtshof in Den Haag heeft gisteren het openbaar ministerie ten dele niet ontvankelijk verklaard in de vervolging van een oud-politieman uit Suriname. De man was voor het smokkelen van cocaïne door de rechtbank in Den Haag veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf.

Tijdens het onderzoek in deze zaak hebben politie en justitie ongeveer 250 kilo cocaïne doorgelaten zonder hiervan de rechtbank in kennis te stellen. De zaak maakt deel uit van het COPA-onderzoek (COcaïne-PAramaribo). “Het hof vindt dit zodanig ernstig dat gesproken kan worden van misdrijven door de Nederlandse overheid”, zo vat de advocaat van de verdachte, A. Moszkowicz, de uitspraak samen. De overheid is medeplichtig aan het plegen van een misdrijf en kan dan onmogelijk een verdachte op grond van datzelfde misdrijf veroordelen, aldus het hof.

Politie en justitie beschouwen Suriname als belangrijkste herkomstland voor de cocaïne. Vanuit Suriname worden grote partijen Colombiaanse cocaïne naar Nederland vervoerd, zowel per schip als per vliegtuig. De Haagse justitie en politie onderzoekt de mogelijke betrokkenheid van de voormalige Surinaamse legertop bij de internationale drugshandel.

Landelijk chef politie-infiltratie, R. Karstens, verklaarde - na een aanvankelijke weigering om voor de commissie-Van Traa te verschijnen - tijdens de parlementaire enquête opsporingsmethoden dat een politieteam in het westen van het land in 1994 honderd tot vijfhonderd kilo harddrugs op de criminele markt heeft toegelaten. van der Voort.