Goedkope stroom redt werk van 600 mensen bij Aldel

DELFZIJL, 15 FEBR. Voor zeshonderd werknemers kwam vorige week aan een tergende onzekerheid een einde. Dank zij een voordelig stroomcontract blijft aluminiumsmelter Aldel in Delfzijl de komende tien jaar in de huidige vorm bestaan. “Het is bitter dat het niet voor langer is, maar het was onvermijdelijk”, zegt PvdA-Kamerlid F. Crone. Hij wil dat de overheid zich extra inspant vervangende werkgelegenheid in het Eemsmond-gebied te vinden. “Niet alleen met bestaande middelen, maar ook door participatie in bedrijven. De overheid moet zich maximaal inzetten, zoals ook met Fokker gebeurt.”

Het voortbestaan van Hoogovens' dochteronderneming Aldel na 1998 hing tot vorige week aan een zijden draad. Onder druk van minister Wijers (Economische zaken) kwamen Hoogovens en de Samenwerkende Elektriciteits Produktiebedrijven (SEP) een voordelig stroomcontract voor tien jaar overeen. Dit biedt Hoogovens echter te weinig 'energiezekerheid' om 600 miljoen gulden in een nieuwe smelterij te investeren, zoals eerst de bedoeling was. Het bedrijf zal wel 160 miljoen gulden steken in renovatie van de verouderde smelterij zodat deze aan de milieu- en arbeidsvoorwaarden voldoet. In 2006 gaat de smelterij vrijwel zeker dicht.

Niet de werkgelegenheid van de zeshonderd mensen gaf bij het tienjarige stroomcontract de doorslag, maar het capaciteitsoverschot van elektriciteitscentrales en 'loadmanagement'. Met het wegvallen van Aldel zou het overschotprobleem voor de elektriciteitssector nog groter zijn. Loadmanagement houdt in dat Aldel de vraag naar elektriciteit aanpast aan de wensen van de producenten. Door hier afspraken over te maken kan de SEP besparen op de elektriciteitsproduktie. Zo kan Aldel bij piekvragen worden 'afgeschakeld'. Dankzij deze methode hoeft de SEP minder snel een extra elektriciteitscentrale op te starten.

Aldel is het vijfde energie-intensieve bedrijf waarmee de elektriciteitssector een langdurig contract heeft gesloten. Pechiney in Vlissingen, Budelco in Budel, Hoechst in Vlissingen en Hoogovens in IJmuiden gingen Aldel voor. Het betreft 'zakelijk beleid-contracten' van de SEP. Deze worden alleen gesloten met grootverbruikers die minimaal twintig gigawatt per uur afnemen en een bedrijfstijd hebben van ten minste 4000 uur per jaar. “In de contracten zijn de voordelen verwerkt die een bedrijf ons biedt. Ze verschillen daarom allemaal van elkaar”, aldus een woordvoerster van de SEP. Over de afgesproken energieprijzen wil de SEP geen mededelingen doen.

Aldel was tot en 1998 van lage prijs verzekerd dankzij het 'potjesgascontract', dat vooral ten voordele van noordelijke bedrijven in het leven is geroepen. Dit contract voorziet in levering van elektriciteit op basis van een minimiem gasprijs van circa drie cent per kubieke meter. Nu zal die prijs volgens directeur C. Parlevliet van het Samenwerkingsverband Industriële Grootverbruikers Energie (SIGE) nog steeds niet hoger zijn dan zeven cent. De SIGE is volgens Parlevliet tevreden met het stroomcontract voor Aldel. “Hoewel het altijd zo is dat als iemand minder betaalt, anderen meer betalen. Maar grootgebruikers krijgen nu eenmaal altijd kwantumkorting.”

De SIGE streeft er naar dat de energiesector de grootverbruikers een zodanige prijs laat betalen dat concurrentie met het buitenland mogelijk is. Hij is er van overtuigd dat Aldel niet meer via een lage energieprijs verkapte subsidie krijgt. “Aldel biedt de elektriciteitsector grote voordelen met het loadmanagement. Bovendien nemen ze circa één procent van het totale vermogen van de elektriciteitscentrales af. Dat is allemaal in het nieuwe contract tot uiting gebracht.”

De Tweede Kamerleden J. Remkes (VVD) en PvdA'er Crone vinden dat minister Wijers (Economische zaken) alles heeft gedaan wat hij voor Aldel kon doen. Volgens hen is geen sprake meer van subsidie en kan de overheid geen concurrentievervalsing worden verweten. Remkes: “Als ik goed geïnformeerd ben heeft Pechiney in Frankrijk nog een aanzienlijk gunstiger contract. Wij hoeven niet roomser te zijn dan de paus.”

Het Kamerlid M. Vos (GroenLinks) vindt dat de aluminiumsector nog wel te veel wordt gesteund. “Wijers heeft forse druk op de elektriciteitssector uitgeoefend om tot dit contract te komen. Het gebeurt dan niet direct via de overheid, maar deze industrietak wordt in ieder geval door een lage energieprijs op poten gehouden.” Dat strookt volgens haar niet met doelstellingen van energiebesparing en milieuvervuiling. “Ik begrijp het dilemma van de werkgelegenheid. Maar wij zien deze vervuilende industrie liever naar landen met meer duurzame energie zoals waterkracht vertrekken.”

De Kamerleden zeggen scherp te zullen toezien op het convenant dat is gesloten tussen Hoogovens, de rijksoverheid, de provincie Groningen, de gemeente Delfzijl en de Noordelijke ontwikkelingsmaatschappij (NOM) om aan aanvullende activiteiten voor een 'aluminiumpark' rond Aldel te zoeken.

De smelter, waar 450 van de 600 werknemers werken, gaat over tien jaar vrijwel zeker dicht. Hoogovens heeft aangekondigd de produktie van 'primair aluminium' naar goedkopere energielanden te verplaatsen, zoals IJsland, Canada of landen in het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. De gieterij (150 werknemers) zal naar verwachting alleen niet voldoende draagkracht hebben om te overleven.

Hoogovens wordt bij de naleving van het convenant met argusogen bekeken. Vooral in het Noorden wordt het concern verweten onvoldoende te hebben geïnvesteerd in modernisering van de smelterij en uitbreidingen van het aluminiumbedrijf. “Ze hebben zich nooit echt uitgesloofd, maar ik heb nu het gevoel dat ze er serieus iets van willen maken”, zegt NOM-directeur F. Migchelbrink.

Vos is ook niet over Hoogovens te spreken. “Hoogovens heeft in Delfzijl een fabriek neergezet, bijna voor nop energie gekregen en er verder geen donder aan gedaan. Hoogovens heeft daar niet zijn beste gezicht laten zien.” Ze zegt meer waardering te hebben voor Pechiney in Vlissingen, waar veel meer is geïnvesteerd in een modernere en minder vervuilende produktie.

    • Herman Staal