Gewassen voor de industrie

Genetische modificatie richt zich op opbrengst, bloemkleur, stress-bestendigheid en herbicide-resistentie. Deze doelen zijn niet nieuw. Ook het klassieke kruisen, nog steeds de belangrijkste veredelingsmethode, heeft hierin veel bereikt. Met de technieken om DNA rechtstreeks in te brengen, hebben veredelaars er alleen extra mogelijkheden bij.

Ook de beperkingen van de gemodificeerde gewassen zijn niet nieuw. Zoals alle moderne gewassen passen ze bij een hoog produktieve landbouw waar het management zwaar steunt op monoculturen, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Resistentie tegen bepaalde belagers, ook al is dit verkregen via DNA-technieken, kan altijd maar een deel van de chemische toevoegingen overbodig maken.

Wel nieuw is de trend gewassen te veredelen voor de verwerkende industrie, die uit planten oliën en koolhydraten voor voedingsmiddelen, cosmetica en zepen haalt. In Nederland heeft de Adviescommissie Warenwet zich onlangs positief uitgelaten over aardappelen met veranderde zetmeelsamenstelling. Als straks ook de EU toestemming geeft, kan producent AVEBE de gemodificeerde aardappel verwerken.

Biotechnologen kunnen nu soorteigen genen blokkeren, veranderen of vermeerderen. En precies dat maakt het aanpassen van koolhydraten- of oliesamenstelling commercieel aantrekkelijk. De plant maakt specifieke enzymen meer of minder aan, waardoor de produktsamenstelling verandert. Aardappelen bijvoorbeeld, bevatten twee typen zetmeel: amylose en amylopectine. Alleen amylopectine is geschikt voor het binden van soepen, sauzen en puddings. Met de amylose-vrije aardappelen van AVEBE hoeft de industrie het zetmeel niet meer te scheiden.

Vooral oliën zijn een item. In Amerika brengt het biotechnologie-bedrijf Calgene raapzaad op de markt waaruit laureaat-olie is te persen. Nu halen olieverwerkers laureaat nog uit de duurdere kokospalmen. Calgene heeft ook een patent gekregen op een bacterie-gen voor het dure myristaat, dat wordt gebruikt in cosmetica. Volgens het Produktschap Margarine, Vetten en oliën, verkrijgt het bedrijf raapzaad waarbij het oliezuur voor veertig procent bestaat uit myristaat, een oliezuur die de plant van zichzelf mist. Andere Amerikanen maken katoenplanten met zaden die het natuurlijke insecticide gossypol missen. De katoenplant houdt zijn verdedigingsmechanisme, maar de olieverwerker hoeft het gif niet meer uit het zaad te halen.

Daarmee veranderen de relaties in de voedings- en landbouwsector: de verwerkende industrie en de veredelingsbedrijven hebben elkaar meer te bieden, chemie-concerns en gespecialiseerde biotechnologie-bedrijven versterken hun positie met patenten op genen en DNA-technieken. De vraag is nog in hoeverre andere verhoudingen in de toeleverende sectoren, de primaire landbouw beïnvloeden.

    • Marianne Heselmans