De klad in papieren wetenschap

De wetenschappelijke uitgeverijen worden bedreigd door een undergroundbeweging van onderzoekers, die hun artikelen rechtstreeks op het net zetten. Maar ook de uitgevers gaan elektronisch.

Vanaf deze maand zijn alle 31 tijdschriften van de Britse wetenschappelijke uitgever IOPP (Instititute of Physics Publishing) online op het World Wide Web beschikbaar. Titels als Classical and Quantum Gravity, Physics in Medicine and Biology, Plasma Physics and Controlled Fusion en Semiconductor Science and Technology staan voortaan op het net, soms al drie weken vóór hun papieren pendant in de bibliotheek ligt. Onderzoekers verbonden aan instituten-met-een-abonnement kunnen op hun PC zo'n elektronisch tijdschrift zonder extra kosten via een password raadplegen.

Grote uitgeverijen als Springer, Elsevier of John Wiley & Sons zijn naarstig bezig het elektronische wetenschappelijke tijdschrift te omarmen. Dat is hard nodig: er is een 'undergroundbeweging' actief die hun positie ondergraaft. 'De macht aan de auteur' - onder dat motto begon de fysicus Paul Ginsparg in 1991 zijn Los Alamos e-print archives. Dat zijn vrij toegankelijke, volautomatisch functionerende databases van wetenschappelijke artikelen, zowel pre-prints (voorlopige versies van artikelen die naar wetenschappelijke tijdschriften zijn gestuurd) als artikelen die door een redacteur voor peer review naar vakgenoten zijn gestuurd en na goedkeuring gepubliceerd.

'Het echte werk - schrijven, redigeren en beoordelen - wordt gratis door de wetenschappers gedaan', zei Ginsparg strijdvaardig tijdens een after dinner speech op de afgelopen jaarvergadering van de American Physical Society. 'Wetenschappelijke uitgeverijen die nu nog over de ruggen van instituutsbibliotheken rijk worden, zullen het in het elektronische tijdperk zwaar krijgen. Hun machtspositie danken ze aan tijdschriften van papier die lastig te produceren, lastig te distribueren en lastig te archiveren zijn. Niettemin, geen bibliotheek kon zonder, zodat de uitgevers konden vragen wat ze wilden: de afgelopen tien jaar zijn de prijzen verdubbeld. Het Internet omzeilt die moeilijkheden en maakt een efficiëntere, goedkopere uitwisseling van informatie mogelijk, ook al omdat er tegenwoordig software bestaat om wetenschappelijke artikelen professioneel op te maken en te printen.'

Invloed

De invloed van de archives is groot. De hep-th-database (high energy physics - theory) heeft duizenden gebruikers en is uitgegroeid tot hèt comminucatiemiddel voor de hoge-energiefysica. 'Ik kijk nooit in Nuclear Physics van Elsevier', zegt dr. Gert-Jan van Oldenburgh, post-doc aan het Instituut Lorentz van de Rijksuniversiteit Leiden. 'Hoogstens om te zien of mijn eigen artikel erin staat. Sinds een jaar is er een elektronische versie van Nuclear Physics, maar het zoeken gaat daarin stukken onhandiger dan in de archives. Iedereen in ons vakgebied werkt met Los Alamos, alle artikelen zijn er te vinden.'

Inmiddels heeft Ginsparg gevorderde plannen om een eigen systeem van peer review op te zetten. Mochten een paar wetenschappelijke kanonnen, gesteund door het prestige van een society, zich als redacteuren opwerpen, kan Nuclear Physics het nog knap moeilijk krijgen. Wat niet wil zeggen dat het voor de hoge energie fysicus aan betekenis inboet. Integendeel, binnen het vakgebied geniet het weekblad onverminderd hoog aanzien en beoordelaars van onderzoeksvoorstellen of leden van sollicitatiecommissies weten dat. Een beetje anarchie in de wetenschap kan geen kwaad en het is aardig als lezer van een archive-artikel elektronisch je oordeel te vellen en aan het artikel 'vast te plakken', maar tellen alle collega's wel even zwaar? Reageert iedereen doordacht? Of is peer review in opdracht van een gezaghebbende editor toch het beste? En is de continuïteit bij een gezelschap van goedwillende amateurs voldoende gewaarborgd?

Intussen overspoelen Elsevier en de andere grote wetenschappelijke uitgevers de markt met elektronische peer-reviewed tijdschriften. Huisvestte het Internet er eind vorig jaar zo'n 100, een vertienvoudiging ligt in het verschiet. In eerste instantie zijn het vooral de letters die als klonen van de papieren editie - inclusief hun tekortkomingen - op het net worden gezet. Het gaat om artikelen die de jongste onderzoeksgevens snel, kort en bondig doorgegeven, Physical Review Letters van de American Physical Society is een goed voorbeeld. Is de jaargang verstreken, komt er een cd-rom. Elektronisch abonnementsgeld innen en het beveiligen tegen ongeoorloofd kopiëren vormen voor de uitgevers een groot probleem. Wellicht bieden digitale 'watermerken' uitkomst.

Extraatjes

Maar er gebeurt veel meer. Het On-Line Journal of Plastic and Reconstructive Surgery bestaat alleen in elektronische vorm, en dit tijdschrift is niet het enige. Steeds meer extraatjes doen hun intrede. Bijvoorbeeld video: Joost Frenken van het Amsterdamse instituut voor atoom- en molecuulfysica AMOLF maakt met zijn raster tunneling microscoop tien opnames per seconden van een oppervlak van 100 bij 100 atomen, waarbij je de randen van de atoomlagen in real time ziet verspringen. Die beelden kan hij binnenkort aan zijn elektronische artikel hangen.

In de nieuwe generatie tijdschriften volstaat een klik met de muis om lawines aan informatie te genereren. De onderzoeker tikt een trefwoord in en haalt via hyperlinks referenties op of raadpleegt databases met DNA-volgordes. Wekelijks ontvangt hij automatisch die informatie over de laatste ontwikkelingen, waarom hij de uitgever in zijn wensenpakket heeft gevraagd. Gene-COMBIS, een nieuw elektronisch tijdschrift van Elsevier, heeft als mogelijkheid om in een artikel over een computerprogramma dat een probleem in de moleculaire biologie oplost, dat programma met bijbehorende inputgegevens te downloaden en zo het experiment tijdens het lezen van het artikel te reproduceren.

Er zijn uitgevers die de huidige overgangstijd benutten om hun machtsbasis te verbreden. Komend voorjaar zal Elsevier met veel tam-tam het tijdschrift New Astronomy lanceren. In het eerste nummer, aldus redacteur Michiel Kolman in Science, komt een artikel met een video-simulatie van een dubbelster. De 'lezer' ziet twee hemellichamen om elkaar heendraaien, de ene ster eet de ander op en als kosmische klap op de vuurpijl is er een supernova-explosie. Alles ter illustratie van een theoretisch model. Nooit heeft Elsevier met papieren middelen binnen de astronomie een poot aan de grond gekregen, maar wie weet helpt elektronische geschut.

Maar zitten de bibliotheken op een nieuw tijdschrift te wachten? 'Het grote probleem is geld', zegt Ronald Griessen, hoogleraar natuurkunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. 'Uitgevers zouden moeten weten dat bibliotheken blut zijn. Elk jaar moeten er abonnementen worden opgezegd, het water staat ons aan de lippen. Als ze iets nieuws willen: prachtig, maar het mag geen extra geld kosten. Anders gaan die bibliotheken failliet en met hen de uitgevers.'

    • Dirk van Delft