Conflict over topman VSN dreigt te escaleren

UTRECHT, 15 FEBR. Het conflict over bestuursvoorzitter C.J. Nyqvist van Verenigd Streekvervoer Nederland (VSN) dreigt te escaleren, nu de centrale ondernemingsraad aan het begin van de middag negatief heeft geadviseerd over diens ontslag.

De raad van commissarissen vroeg de ondernemingsraad vorige week om advies, dat nodig is als een raad de bestuursvoorzitter wil ontslaan. De commissarissen achten Nyqvist niet langer “de juiste man op de juiste plaats”, schreven zij toen.

Secretaris P. van Vliet van de ondernemingsraad wilde aan het begin van de middag niet ingaan op de inhoud van het advies, omdat daarover nog een gesprek met de commissarissen gevoerd zou worden. President-commissaris A. Walravens zei vanmorgen dat het advies “zorgvuldig zal worden bekeken”, maar “niet doorslaggevend” is. Vorige week schaarden de directeuren van de dochterbedrijven zich al achter Nyqvist. Van Vliet zei toen te verwachten dat ook de centrale ondernemingsraad dit zou doen.

De commissarissen baseren hun wens om Nyqvist te ontslaan op een evaluatie van het reilen en zeilen van Verenigd Streekvervoer Nederland (VSN), die zij vorig jaar door een organisatieadviesbureau hebben laten uitvoeren. Op verzoek van de commissarissen is die evaluatie vorig jaar december gevolgd door een “nadere uitwerking ten aanzien van de aansturing door de top”. Hierin wordt de raad van commissarissen aangeraden “zich te beraden over de personele invulling van de raad van bestuur”. Naast voorzitter Nyqvist zijn dat J.W. Rat en R. van der Zijl.

Het vertrouwelijk behandelde evaluatierapport pakt inderdaad vernietigend uit voor de driekoppige raad van bestuur en de manier waarop de zeven jaar geleden opgerichte holding functioneert. Holland Consulting Group, die de evaluatie uitvoerde, meent dat er veel meer samenhang en sturing moet komen, wil de holding de regionale marktwerking in het openbaar vervoer aankunnen die het rijk wenst.

Volgens het bureau “is de ontwikkeling van de pioniersfase naar een goed lopend bedrijf nog niet voltooid”. “Doelen stellen, monitoren en bijsturen is nog geen zaak van alledag binnen het concern.” De holding biedt weliswaar voordelen als centraal coördinatiepunt voor het streekvervoer, maar deze worden onvoldoende benut. Er “is wantrouwen” tussen het hoofdkwartier en de dochters.

Voor de evaluatie zijn documenten bestudeerd en gesprekken gevoerd met zowel mensen van binnen als van buiten de holding, waaronder op het ministerie van verkeer en waterstaat. VSN's visie op marktwerking en Nyqvists manier van optreden hebben de relatie met het ministerie verslechterd, aldus de evaluatie. Het ministerie is enig aandeelhouder van de streekvervoerdersholding. “De als soms arrogant en drammerig aangeduide houding van de VSN-leiding heeft de relatie de laatste jaren geen goed gedaan”. VSN vindt de overheid “geen betrouwbare partner”, het rijk van zijn kant “is niet meer overtuigd van het bestaansrecht van de holding”.

In het hoofdstuk over de raad van bestuur worden drie sterke punten opgesomd: het 'neerzetten' van de holding, de ontwikkeling van een duidelijke strategie en het vermogen in te spelen op diverse eisen vanuit de omgeving. Daartegenover staan zwaktes als onvoldoende belangstelling voor de dochterbedrijven en te veel aandacht voor financiële parameters.

Opgemerkt wordt dat de raad van bestuur “niet als team” lijkt te functioneren. “Elk van de leden legt verschillende accenten bij de vertaling van beleid naar concrete acties” en het is de vraag, aldus de evaluatie, of de leiding in staat is allianties te sluiten met regionale overheden en potentiële marktpartners, wat nodig is als er concurrentie komt. “Er wordt soms rechtlijnig en arrogant naar deze partners gecommuniceerd. Hierdoor zijn standpunten verder uiteengelopen in plaats van naar elkaar toegebracht.” In de 'nadere uitwerking ten aanzien van de aansturing door de top' staat dat er een vierkoppige raad van bestuur moet komen, met daarin “concrete ervaring uit het grotere bedrijfsleven”.