Compromis paarse fracties; Volksstemming na 600.000 handtekeningen

De VVD wilde aanvankelijk dat een referendum pas kan worden gehouden nadat 1,1 miljoen, tien procent van de kiezers, zijn opgehaald. Die drempel vonden PvdA en D66 veel te hoog. Het vastleggen van het minimumaantal handtekeningen in de grondwet was een voorwaarde die VVD'er Te Veldhuis had gesteld. Te Veldhuis zei in de Tweede Kamer dat de VVD de eisen voor het houden van een referendum “niet uit handen wil geven aan een onzekere toekomstige wetgever. We willen nu precies weten hoe het referendum wordt ingevuld.” Een wijziging van de grondwet betekent dat het parlement pas na de eerstvolgende verkiezingen een besluit kan nemen. Daarbij moet een meerderheid van tweederde worden gehaald.

D66 en PvdA hadden bezwaren tegen het vastleggen van de drempel in de grondwet. Scheltema (D66) was bang dat de drempel van 600.000 te hoog zal blijken te zijn. Een wijziging van die drempel zou weer een nieuwe, langdurige procedure vereisen. Toch legden D66 en PvdA zich gisteren bij de eis van de VVD neer. Het 'paarse' compromis, dat werd bereikt vlak voor het Kamerdebat, was volgens Rehwinkel voor alle drie de coalitiegenoten “met een heleboel pijn” tot stand gekomen.

Volgens minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) zal de eis van de drie fracties niet tot onoverkomelijke problemen leiden in het kabinet. Hij had de VVD-fractie eerder laten weten dat hij de grens van 1,1 miljoen handtekeningen buiten proporties vond.

Het correctief wetgevingsreferendum houdt in dat burgers een door het parlement aangenomen wet kunnen terugdraaien. Eerst moet er een inleidend verzoek om een referendum komen. Daarvoor zijn 40.000 handtekeningen nodig. Vervolgens moeten nog eens 600.000 handtekeningen worden gezet op de gemeentehuizen. Een wet komt te vervallen als dertig procent van alle kiezers, zo'n 3,45 miljoen mensen, tegenstemt.

Het kabinet wil een aantal onderwerpen uitzonderen. Het gaat daarbij om besluiten over het Koninklijk Huis, de Rijksbegroting en wetten voor de uitvoering van internationale verdragen. Als over een door het parlement geratificeerd verdrag geen referendum is gehouden, is de uitvoering van het verdrag niet meer referendabel.

Over de eventuele uitsluiting van planologische kernbeslissingen, grote infrastructurele projecten als de hoge-snelheidslijn of de Betuwelijn, heeft het kabinet nog geen beslissing genomen.