Burgemeesters tegen vijf-gramsnorm hasj

ROTTERDAM, 15 FEBR, 1995. Wanneer coffeeshops vijf in plaats van dertig gram hasj mogen verkopen, zal dat leiden tot extra overlast voor omwonenden. Dat zegt de voorzitter van het Korpsbeheerdersberaad, E.M. d'Hondt in reactie op de nota 'Het Nederlands drugsbeleid: continuïteit en verandering'. In deze nota wordt voorgesteld de toegestane verkoop van softdrugs te verlagen tot vijf gram.

“De regering spant het paard achter de wagen, want àls de voorgestelde verkoopbeperking kan worden gecontroleerd door de politie, zullen klanten zes keer naar de coffeeshop moeten om aan hun gerief te komen”, zegt d'Hondt, burgemeester van Nijmegen.

De hoeveel hasj die iemand koopt is bijna niet te controleren, zeggen politie en korpsbeheerders. De politie is verder bang dat wanneer de maatregel wordt toegepast minderjarigen zullen worden geworven om als 'courier' de gewenste hoeveelheid hasj bij elkaar te kopen.

Het aantal jongeren van veertien tot achttien dat hasj gebruikt, is de laatste jaren gestegen tot 21 procent, bleek gisteren uit een onderzoek van TNO. Officieel mogen coffeeshops niet verkopen aan jongeren beneden de 18 jaar.

Politie en gemeenten zouden een half miljard gulden extra van het kabinet moeten krijgen om alle voornemens die in de drugsnota staan, uit te voeren, schrijven de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de korpschefsbeheerders in een conceptbrief aan de Tweede Kamer. Het geld zou nodig zijn voor duizend extra politiemensen, duizend extra cellen en tweeduizend extra plaatsen in de rijkswerkinrichtingen.

D'Hondt: “Als de regering de verantwoordelijkheid voor bestrijding van drugsoverlast aan gemeenten geeft, dan moet het kabinet het lokale bestuur daarvoor de mogelijkheden geven.”