Bangladesh: niemand hoeft te stemmen

TONGI, 15 FEBR. De dag van de parlementsverkiezingen in Bangladesh heeft in Tongi, een vaal industriestadje even ten noorden van de hoofdstad Dhaka alles weg van een klucht. De mannen, bijna allen gekleed in een geruite lungi, een soort lange lendedoek, hangen rond op straat, maar niemand hoeft te stemmen. Aangezien de oppositie de verkiezingen boycot, is de kandidaat van de regerende Nationale Partij van Bangladesh (BNP) vooraf al uitgeroepen tot winnaar, zonder dat hij zich ooit in deze hem niet gunstig gezinde plaats heeft durven te vertonen.

Opgewekt marcheren de aanhangers van de gevangen vroegere militaire dictator van Bangladesh generaal Hossain Mohammed Ershad op en neer langs de hoofdstraat. Ze roepen om de vrijlating van hun held, die tijdens zijn bewind veel geld naar deze streek liet vloeien. Een voormalig parlementslid uit de tijd van Ershad, die eveneens veel aan hem heeft te danken, bestempelt de dictator zelfs zonder blikken of blozen als “een goed democraat”. Dit in tegenstelling tot de huidige premier, Khaleda Zia, die door vast te houden aan deze verkiezingen volgens hem de democratie geen goede dienst bewijst.

De oppositiepartijen van Bangladesh, voorop de Awami-Liga van Sheikh Hasina Wajed, eisen al twee jaar dat Khaleda Zia aftreedt en plaatsmaakt voor een neutraal overgangsbewind dat toezicht moet houden op eerlijke verkiezingen. Die eis was aanvankelijk tamelijk absurd. Waarom zou in 1991 een democratisch gekozen regering plotseling halverwege haar termijn moeten aftreden? Naarmate de dag van de verkiezingen echter dichterbij kwam, werd hun verlangen meer gerechtvaardigd. Khaleda Zia weigerde echter af te treden met het argument dat de constitutie niet in zo'n procedure voorziet.

De oppositie besloot daarop niet alleen zelf de verkiezingen te boycotten, nadat ze dertien maanden geleden al massaal hun zetels in het parlement had opgegeven, maar ook het hele land stil te leggen. Zo zijn alle winkels en kantoren in Dhaka, Chittagong en de andere steden al sinds gistermorgen gesloten. Slechts op het platteland trok men zich van de orders van de oppositie niet veel aan en waren de meeste winkeltjes gewoon open. “Die dorpelingen begrijpen niets van politiek”, smaalt een inwoner van Tongi, “die denken alleen maar aan hun buik.”

Toch zijn ook de mensen op het platteland, waar meer dan driekwart van de 125 miljoen mensen van Bangladesh woont, bevreesd voor hun veiligheid. “Ik ben niet gaan stemmen, omdat ik bang was dat het tot ongeregeldheden zou komen”, zegt een middelbare man, die met ontbloot bovenlijf bezig is bakstenen te versjouwen bij een primitief baksteenfabriekje nabij het plaatsje Kapachia, vijftig kilometer ten noorden van Dhaka.

Zelfs in gebieden waar de BNP op veel aanhang kan rekenen en bij de vorige veel serieuzere verkiezingen won, is door die vrees de opkomst gering. In het beste geval zo'n 15 tot 20 procent. In de grote steden ligt dat percentage vermoedelijk zelfs nog lager, nadat daar bij incidenten de afgelopen dagen tientallen gewonden waren gevallen en zelfs een handvol doden.

Sommige mensen die vorige keer op de BNP stemden aarzelen dan ook om een andere reden. “Ik heb deze keer niet gestemd, omdat het zonder deelname van de oppositie geen echte verkiezingen zijn”, aldus een onderwijzer in het plaatsje Sripur.

Om de veiligheid van de kiezers te garanderen werden gisteren vooral in Dhaka enkele militaire eenheden gemobiliseerd. Sommigen in Dhaka vrezen zelfs dat in de huidige politieke crisis de strijdkrachten geneigd zullen zijn opnieuw de macht aan zich te trekken, zoals in de dagen van Ershad en zijn voorgangers.

Toch lijkt de kans op dat laatste niet groot. “Het leger is op het ogenblikzeer tevreden”, aldus ex-minister van Justitie Kamal Hossain, die zich ook heeft ontfermd over de verdediging van de controversiële schrijfster Taslima Nasrin. Inderdaad zien de militairen er in hun smetteloze uniformen zeer welvarend uit. Geen politieke partij peinst er ook over om te korten op de aanzienlijke begroting voor de militairen.

“Ze zijn de laatste tijd bovendien druk bezig met allerlei vredesoperaties van de Verenigde Naties in Cambodja, Bosnië, Mozambique en zelfs Haïti, waarmee ze veel geld verdienen”, aldus Hossain. “Ze hebben voorlopig echt geen zin om hun vingers opnieuw aan de politiek te branden.”