Adams na de bom: beschadigd

LONDEN, 15 FEBR. Zijn ogen waren bloeddoorlopen van vermoeidheid. Zijn stem was nog vlakker dan normaal. Dat was na de explosie in Londen die vorige week vrijdag een einde maakte aan achttien maanden staakt-het-vuren in Noord-Ierland.

Hij zei dat hij van die aanslag niets had geweten. Had hij zijn leven niet gewijd aan de vrede? Hij beloofde dat hij zijn inspanningen nog zou verdubbelen, nee verdrievoudigen.

Plichtmatig veroordeelde hij nog wel de Britse regering die met traineren van centraal overleg de vrede had gewurgd. Een aangeslagen Gerry Adams, president van Sinn Fein, de politieke vleugel van het Ierse republikeinse leger. Even voorspelbaar weigerde hij om de aanslag te verdoemen, zoals hij de IRA ook in het verleden nooit is afgevallen. Maar zijn grote teleurstelling over de hervatting van het geweld kon hij onmogelijk verhullen. Ze bleek uit zijn verkrampte schouders, de machteloze gebaren van zijn handen, meer dan uit de woorden die hij sprak.

De man die de IRA tot een staakt-het-vuren bewoog, had de beëindiging van het bestand niet kunnen voorkomen. De bom die een kantoorgebouw bij Canary Wharf vernietigde en twee werknemers van een krantenkiosk het leven kostte, verbrijzelde ook Adams' geloofwaardigheid. Of hij wist van de aanslag, heeft er zelfs mee ingestemd, en is dus onbetrouwbaar als hij zegt dat zijn partij zich volledig tot het democratische proces heeft bekeerd. Of de IRA heeft Adams gepasseerd, niet geconsulteerd, wat inhoudt dat hij geen greep meer heeft op de militaire vleugel van zijn partij.

De president van Sinn Fein heeft de laatste achttien maanden juist een bliksemcarrière gemaakt van politieke paria tot internationaal staatsman, omdat hij zowel de wil als het gezag leek te hebben om een politieke oplossing voor het Noordierse conflict binnen handbereik te brengen. “Gerry Adams, de twee meest weerzinwekkende woorden in de Engelse taal”, schreef het Britse boulevardblad The Sun nog maar een paar jaar geleden. “Satan op aarde”, noemde dominee Paisley, leider van de Democratische Ulster Unionisten, zijn grootste politieke rivaal bij herhaling.

Maar na het staakt-het-vuren werd hij al snel met Mandela en Arafat vergeleken. Als 'terroristenmaatje' mocht hij jarenlang geen voet op Britse bodem zetten. Op de Britse radio en tv mocht hij niet sprekend worden opgevoerd. Maar als 'vredesapostel' kreeg hij een ere-ontvangst van de Ierse regering. In het Witte Huis schudde hij de hand van de Amerikaanse president, Bill Clinton. Eind vorig jaar werd hij als één van de belangrijkste kandidaten voor de Nobelprijs voor de Vrede genoemd.

Een aantal vooraanstaande politici is de afgelopen jaren overtuigd geraakt van zijn oprechtheid. Dat geldt voor John Hume, leider van de Social Democratic and Labour Party, die samen met Adams de basis voor het vredesproces legde. Dat geldt ook voor de Ierse ex-premier Albert Reynolds en voor de Amerikaanse oud-senator George Mitchell. Als leider van een internationale ontwapeningscommissie verklaarde de adviseur van Clinton nog enkele weken geleden: “Ik geloof dat de partijen die dicht staan bij de paramilitairen, onvoorwaardelijk het vredesproces zijn toegedaan.” Maar Mitchell waarschuwde ook voor een dreigende splitsing in de IRA. “Het lijkt duidelijk dat niet iedereen in het republikeinse kamp achter het bestand staat. De mogelijkheid blijft aanwezig dat sommige elementen opnieuw tot gewelddadige actie overgaan.”

Ook anderhalf jaar geleden bij de beslissing tot het staakt-het-vuren was een grote minderheid binnen de IRA voor voortzetting van de gewapende strijd. Volgens de Britse geheime dienst steunden vier van de zeven commandanten in de legerraad van de IRA Adams' voorstel om de wapens neer te leggen. Hij mocht laten zien dat hij met politieke middelen meer kon bereiken dan met militaire operaties.

Zestien maanden later voelden de commandanten zich in hun vertrouwen beschaamd. Ze vonden dat Adams door de Britten aan het lijntje werd gehouden, dat van de politieke winst die hij beloofd had weinig was terechtgekomen. Hun grote doel, een socialistisch verenigd Ierland, leek verder weg dan ooit. Daarom besloot de IRA-leiding al begin vorige maand tot een beëindiging van het staakt-het-vuren. Volgens de inlichtingendienst was de stemmenverhouding opnieuw vier tegen drie. Dit keer in het nadeel van de Sinn Fein-president.

De IRA heeft zich lang slapend gehouden maar hij is al die tijd waakzaam gebleven. Het bestand heeft hij benut om de uitgedunde gelederen te versterken en nieuwe recruten te trainen. De IRA is nooit gestopt met de voorbereiding van nieuwe militaire operaties. De 300 tot 400 'vrijwilligers' van de IRA die worden gesteund door enkele duizenden sympathisanten, hebben regelmatig nep-aanslagen gepleegd en het transport van explosieven geoefend. De kunst van de terreur mocht niet worden verleerd.

De organisatie heeft het staakt-het-vuren ook gebruikt om haar uitgeputte oorlogskas weer aan te vullen. Dat was mogelijk omdat de Amerikaanse regering de beperkingen op fondswerving in de Verenigde Staten verlichtte, ondanks Britse waarschuwingen dat een deel van het geld voor de aankoop van wapens gebruikt zou kunnen worden. De IRA beschikt nog altijd over meer dan een ton aan Semtex-explosieven, een tiental SAM-7 luchtafweerraketten en minimaal 1.500 machinegeweren. Volgens de Britse veiligheidsdienst MI5 is de slagkracht van de IRA groter dan vóór het bestand.

Dat de IRA het staakt-het-vuren juist nu heeft beëindigd, heeft met de cultuur van de organisatie te maken, zegt dr. Arthur Aughey, mede-auteur van een standaardwerk over de politiek in Noord-Ierland. Volgens de Noordierse politicoloog is de IRA “zowel geworteld in zelfmeelij als in de overtuiging van het eigen gelijk”. “De cultuur van het militante republikanisme is onderhevig aan illusies”, meent Aughey, “zoals het idee dat geweld kan helpen waar argumenten falen, dat je een beetje geweld kunt gebruiken om weer versterkt te kunnen terugkeren naar het vredesproces.”

Gerry Adams weet dat de politiek niet zo werkt. Zijn medestanders in het nationalistische kamp hebben hem daaraan de afgelopen dagen nog eens herinnerd. “In een democratie kun je niet half meedoen aan een vredesproces, en half niet”, zei een teleurgestelde Ierse minister-president John Bruton. En de vice-leider van de Social Democratic and Labour Party, Seamus Mallon, stelde Sinn Fein voor de keuze: “Is ze een politieke partij die binnen het democratisch systeem functioneert en streeft naar consensus? Of is ze een gevangene van de autonome beslissingen van de IRA-legerraad.”

Voor Adams is dat een onmogelijke keuze. Kiest hij partij voor de IRA, betekent dat het einde van het vredesproces. Maar keert hij zich tegen de IRA, riskeert hij een splitsing binnen het verboden leger wat ook leidt tot een onvermijdelijke opleving van geweld. Adams zou niet de eerste Ierse republikein zijn die als 'verrader' door zijn vroegere kameraden wordt vermoord.

Daarbij ligt de eerste loyaliteit van Adams bij de IRA. Volgens de Britse geheime dienst was hij al aan het eind van de jaren zestig lid van het verboden leger. Op 23-jarige leeftijd had hij het al gebracht tot bataljonscommandant van Belfast. Daarom werd hij in 1971 door de Britten voor vijf jaar in een kamp voor IRA-sympathisanten geïnterneerd. Zelf heeft Adams altijd ontkend dat hij aangesloten bij de IRA is geweest.

De regeringen van Groot-Brittannië en Ierland hebben het contact met Adams na de aanslag onmiddellijk verbroken. Anderen, zoals de Ierse ex-premier Albert Reynolds, SDLP-leider John Hume en de Amerikaanse ambassadeur in Dublin, hebben Adams deze week nog wel de hand geschud. Zij gaan ervan uit dat zijn isolement de havikken binnen de IRA alleen maar in de kaart kan spelen. Nog altijd hebben ze hun hoop gevestigd op de koorddanser Adams. Maar als de IRA een tweede keer toeslaat, kan geen vangnet hem redden. Dan is zijn rol als vredebrenger uitgespeeld.

    • Dick Wittenberg