Ziet hoe alles hier verandert

“Als het koude water” noemen de Grieken een meisje dat ontroert door haar schoonheid. Zo mooi was deze Griekse vallei twintig jaar geleden. Zacht glooiende hellingen, door de ouden volgeplant met olijven. Tussen het zilvergroen piekten zwarte cypressen omhoog. Onder de bomen hier en daar een woning van rotssteen of van leem met een dak van Provençaalse pannen.

Vanaf het dorp op de heuvelrug daalde slingerend een smalle stofweg af naar zee en waar die zich door de vlakte bewoog lagen links en rechts akkers met maïs en wijnstok. Het riviertje, vol kikkers en schildpadden, had zelfs in de heetste zomer genoeg water om het strand te bereiken. In de vroege ochtend spoedde zich richting kust een stoet van ezels, schapen, geiten en kalkoenen, in het gareel gehouden door vrouwtjes in zwart-witte klederdracht. 's Avonds keerde de kudde weer terug met de ondergaande zon in de rug. De laatste geluiden van de dag waren het gepraat en gelach van de vrouwen bij de put die nog eenmaal hun kruiken kwamen vullen.

Niets dat er op wees dat deze idylle op breken stond. Nu ja, daar stond natuurlijk wel al die aanzet van een kapitale villa van de communist Stefanis middenin de vlakte. Goed, en ze waren bezig een klein familiehotel te bouwen bij het strand. Maar als je wilde, zag je ze niet en wat zijn nu twee vlekjes op zoveel schoonheid? Hoe had je moeten merken dat overal de revolutie broeide? Conclusies achteraf zijn altijd makkelijk te trekken. Vanzelfsprekend moet er binnenshuis, in al die keukentjes met hun mooie armoe, heel wat afgepraat zijn en gerekend en geteld. En met de enige openbare telefoon, in dat hok aan het strand bij 'oom' Nikos, zal toch menig gesprek gevoerd zijn over bouldoza en betoniera en zand en cement (Titan of Heraklis).

Al die op z'n zondags uitgedoste valleibewoners stapten heus niet alleen voor wat boodschappen in de bus naar de stad. Die gingen zaken doen: een lening sluiten, een bouwvergunning halen. Ach ja, en de jongeren kwamen terug, mét geld. Dimitroula en Nikos hadden dag en nacht gewerkt in een hotel in Athene, Stamatis en Spyros hadden de halve wereld over gevaren en Stathis had goede zaken gedaan in Amerika. En ineens was er niets meer aan te doen. Als een tank rolde de vernieuwing binnen. De ene ontwikkeling riep de ander op en ze versterkten elkaar. Oude huizen werden nieuwe. Tegenover de put verrees het kruideniers- annex bakkerscomplex van de gebroeders Morgenster. De stofweg werd geasfalteerd, vrachtwagens en auto's daalden af, ja zelfs de streekbus waagde zich nu tot hier en bracht de eerste aarzelende toeristen. Iedereen sloeg aan het bouwen, wie niet bouwde liet zich kennen als een domkop of een armoedzaaier. “We worden een stad!” riep de laatste schapenhoedster enthousiast en verwoordde daarmee ieders wens.

Ze kreeg gelijk, onstuitbaar verrees een stad aan de kust, met een heuse boulevard plus lantaarns, een jetski-plankier in de baai, coconut-bars met happy hours en fijne muziek, real Greek giftshops, echt alles wat het toeristisch universum vereist kreeg hier een plaats. Tot slot ging het oude visserskroegje tegen de vlakte en verrees Kosta's Paradise.

Dat was dat, de kust was vol. Onverzadigbaar kroop de stad nu langs de weg het land in. Toen moest ook de bron die eeuwenlang de mensen voedde wijken voor de vooruitgang: daar ging de bijl in de eerste olijfboom. Hoe oud die was kon je nu eindelijk zien, maar niemand telde de jaarringen. De graafhapper had nog een dag nodig om de enorme wortels uit de taaie grond te trekken. Ongelooflijk, wat een werk is hier verricht deze twintig jaar, een achterlijke vallei omgetoverd in een toeristenparadijs. Maar vreemd dat je de laatste schapenhoedster nooit meer blij hoort roepen over de vooruitgang. Zwijgend lijdt zij onder haar zoons die maar niet willen trouwen - wat hangen ze toch rond met die buitenlandse meiden? En hoe komt Spyros van de taveerne met authentic Greek food aan die maagzweer? En horen we daar een hunkerend gesprek op de stoep van Stamatis' Minimarket over meloenen zonder kunstmest, koel helder putwater, rust, meelevendheid tussen buren, over zingen en lachen bij de oogst? Begint de revolutie aan haar kinderen te knabbelen?

    • Wim Oudshoorn