v.d. Nieuwenhuyzen somber over industrie

NIJMEGEN, 14 FEBR. De belangrijkste gave waarover een succesvol ondernemer moet beschikken is goed communiceren, sprak Joep van den Nieuwenhuyzen gisteren voor een bomvolle collegezaal in het gebouw der medische wetenschappen van de universiteit in Nijmegen. Dat de door justitie geplaagde 'entrepeneur' juist op dat punt niet misdeeld is, liet hij ter plekke blijken.

De man die vorige week te kennen gaf het industriële concern Begemann te verlaten en opnieuw wil beginnen met onderzeebootbouwer en werf RDM hield een lezing voor ruim 200 studenten, daartoe uitgenodigd door de studievereniging voor bedrijfswetenschappen, Synergy. “Nederland: industrieland?”, luidde zijn onderwerp. Van den Nieuwenhuyzen is niet optimistisch. Niet dat het de ondernemers aan durf of kwaliteit ontbreekt, nee, de overheid zou zich loyaler moeten opstellen. Maar ook de overheid valt in feite niet eens zoveel te verwijten. Het is in de ogen van Van den Nieuwenhuyzen veeleer De Nederlandsche Bank die het ministerie van financiën in de greep houdt en zodoende een belemmering vormt voor ondernemers om zich op de buitenlandse markt te wagen. En - anders dan politici - is die dekselse bank nauwelijks te benaderen, laat staan om te praten.

“Kijk naar Fokker, kijk naar het verleden van DAF. Het zijn goede ondernemingen met fraaie produkten, maar het probleem komt altijd weer neer op de financiering. Je hebt tegenwoordig grote lease-partners nodig en een overheid die achter je staat. Daar ontbreekt het nogal eens aan”, aldus Van den Nieuwenhuyzen. De ondernemer pleit voor een bundeling van de grote industrieën, de BV Nederland, die bij de overheid door haar omvang die steun kan afdwingen. “Dan bedoel ik niet eens het Duitse model van leningen over veertig jaar tegen een rente van een half procent, met wat minder nemen we heus ook wel genoegen.”

De druk in hemdsmouwen betogende industrieel wilde ook wel iets kwijt over de HCS-affaire: “Het was duidelijk dat het beursbestuur mij moest hebben. Er waren twintig voorbeelden van gevallen van voorkennis die veel evidenter waren, maar wij hadden in tegenstelling tot de anderen de dekking niet. Dus was het hakken maar. Het beursbestuur zou er een feest van maken en dat is in twee procedurele instanties ook zo gebleken. Maar gelukkig had ik één medestander - en niet de geringste - de maker van de wet, prof. Van den Grinten. De arme man heeft zich op zijn 90ste nog met zuurstofflessen en al in de auto door Amsterdam laten slepen om duidelijk te maken dat hij de wet niet voor dit geval had gemaakt. Volgende maand zal blijken dat Nederland nog een echte rechtsstaat is, al valt dat in het buitenland haast niet meer uit te leggen”, aldus Van den Nieuwenhuyzen.