Van stands- tot welstandsverschil

Sabrina. Regie: Sydney Pollack. Met: Harrison Ford, Julia Ormond, Greg Kinnear, Angie Dickinson, Fanny Ardant, Patrick Bruel. In 14 theaters.

Was het kortzichtigheid of overmoed die regisseur Sydney Pollack aanzette tot een remake van de jaren-vijftigkomedie Sabrina Fair? Een mengeling van beide, zo bleek vorige week zaterdag, toen niet alleen Pollacks versie te zien was (als officieel slot van het Film Festival Rotterdam), maar ook bij toeval het origineel van Billy Wilder (als middagfilm op de BBC-televisie).

Wilders Sabrina, gebaseerd op een toneelstuk van Samuel Taylor, is een even geestig als romantisch sprookje over een chauffeursdochter die twee puissant rijke broers het hoofd op hol brengt. De charme van het scenario wordt alleen overtroffen door die van de hoofdrolspelers: Audrey Hepburn, William Holden en Humphrey Bogart maken de film tot een voorbeeldige romantic comedy die veertig jaar na dato niets aan sprankeling verloren heeft.

Hepburn werd Julia Ormond, de Engelse actrice die koningin Guinevere speelde in First Knight; Holden werd Greg Kinnear, een gladde Amerikaanse talkshowhost; en Bogart werd Harrison Ford, de enige die zich in uitstraling met zijn voorbeeld uit 1954 kan meten. Ook het verhaal van Sabrina Fair werd door Pollacks scenarioschrijvers geactualiseerd: de Larrabees verdienen hun geld met glasvezels en communicatie, Sabrina gaat in Parijs niet naar de kookschool maar loopt stage bij Vogue, en de plot draait niet langer om standsverschil maar - veel minder ouderwets - om welstandsverschil. De herhaalde uitspraak van Sabrina's vader dat 'sommige mensen thuishoren op de voorbank en andere op de achterbank' komt in Sabrina dan ook niet meer voor.

Pollacks Sabrina is minder sprookjesachtig dan het origineel, al begint de film nog steeds met het 'Er was eens' van Sabrina's voice-over. Alle losse eindjes uit de Wilderfilm zijn vastgeknoopt, alle onwaarschijnlijke, lachwekkende plotwendingen zijn gladgestreken, en de karakters van Ford en Ormond zijn zorgvuldig geworteld in de realiteit van de jaren negentig. Verspilde moeite, want, zo bewees Sabrina Fair, een goede komedie kan de werkelijkheid missen als kiespijn.

Niet dat Pollacks Sabrina helemaal waardeloos is: er bleef genoeg van het originele scenario over om de kijker - zeker in het begin - te boeien, en Harrison Ford is aandoenlijk als de langzaam ontdooiende workaholische zakenman. Maar wat vooral opvalt aan Sabrina, en wat gaandeweg gaat irriteren, is het lage tempo. Je zou verwachten dat de versie van veertig jaar geleden in timing bij de remake achterblijft. Integendeel: het is alsof Pollack de prik uit Wilders champagne heeft gehaald.

    • Pieter Steinz