Opwinding over de kwakzalverij van iatrosofen is hypocriet

De verontwaardiging over de vrijspraak door de Tilburgse rechter van Haagse kwakzalver De K., selfmade grondlegger van de 'iatrosofie', is algemeen. De man, die geen enkele medische opleiding heeft, bedacht in de jaren zeventig een alternatieve geneeswijze, bestaande uit een mengeling van homeopathie, antroposofie, gepaard aan een volledig afwijzen van de reguliere geneeskunde.

Zijn patiënten moesten zich volledig, met lichaam en ziel, aan hem toevertrouwen en betaalden daarvoor aanzienlijke bedragen. Hij begon een kostbare opleiding en zijn leerlingen openden praktijken op verscheidene plaatsen in ons land. Daarnaast werden boerderijen verworven, waar zieken werden opgenomen en volgens de principes van de iatrosofie werden behandeld. De leerlingen overlegden veelvuldig met hun leermeester over de behandeling van hun patiënten en waren verplicht een deel van hun beloning aan hem over te maken. Hoewel de geneeskundige inspectie al sinds 1988 een dossier over de kwakzalver bijhield, werd hem geen strobreed in de weg gelegd. Ongelukken konden natuurlijk niet uitblijven en in 1993 kwam het nieuws over sterfgevallen en near-accidents naar buiten. Pas toen begon het justitieel apparaat te draaien.

De verontrusting was in 1993 algemeen en de huidige opwinding naar aanleiding van het Tilburgse vonnis is er slechts een reprise van. Hoe heeft het zo ver kunnen komen, dat onbevoegde en kennelijk malafide kwalzalvers zonder enige medische bevoegdheid en kennis zo lang ongestoord hun gang kunnen gaan? Waarom moet uw elektricien of loodgieter volledig beëdigd en gediplomeerd zijn voor hij naar uw leidingen mag omzien, maar staat de overheid, die zelfs vindt dat u achter het stuur van uw auto een veiligheidsgordel moet dragen, wel toe dat mensen hun gezondheid of die van hun kinderen toevertrouwen aan een charlatan?

Voor allen die nu strengere regels bepleiten volgt hier een kort historisch exposé. Thorbecke was in menig opzicht zijn tijdgenoten ver vooruit. Onder zijn leiding kwam een nieuwe Grondwet tot stand, hij zag het nut van spoor- en waterwegen, hij liberaliseerde het onderwijs, richtte de HBS op en schafte de slavernij in Oost-Indië af. Hij trok zich, anders dan de huidige generatie politici, weinig aan van modieuze denkbeelden, en populisme was hem vreemd. “Geen vernederender schouwspel op het staatsgebied dan wanneer regeering en wetgeving de gedienstige slaven worden van een volkswaan van den dag”, aldus Thorbecke. Tot zijn verdiensten behoorden ook de geneeskundige wetten, die in 1865 tot stand kwamen. En hoewel er ook toen oppositie tegen het wetsontwerp was, zag Thorbecke in dat geneeskunde het best kon worden beoefend op wetenschappelijke basis: de wet bevatte de eis dat artsen alleen mochten praktiseren na een universitaire opleiding in de geneeskunde.

In de Memorie van Toelichting bij die wet schreef Thorbecke te hopen dat de wet zou mogen strekken tot “beperking, kan het zijn tot vernietiging der kwakzalverij”. Die hoop bleek ijdel en de wet werd vanaf het begin massaal overtreden: verkopers van 'geheimmiddelen', magnetiseurs, kruidenvrouwtjes en boertjes als de Staphorster Stegeman bleven praktiseren en konden veel op nauw verholen sympathie rekenen van de rechter. De opgelegde boetes waren laag en na dergelijke veroordelingen haastte de onbevoegde genezer zich meestal snel naar zijn spreekuur, dat alweer uitliep.

Periodiek werd verzet aangetekend tegen het op de wet van Thorbecke gebaseerde 'artsenmonopolie', maar telkens werd afgezien van wetswijziging na raadplegen van medici, die wezen op het gevaar van ondeskundige medische hulp en geen waardevolle zaken konden ontdekken in de niet-wetenschappelijke geneeswijzen. Maar toen in de jaren zeventig de alternatieve geneeswijzen enorm in populariteit toenamen, werd - op basis dus van een 'volkswaan', waarvoor Thorbecke nog zo'n minachting toonde - wetswijziging onontkoombaar.

De nieuwe wet verscheen op 9 november 1993 in het Staatsblad. Geneeskunde is nu, anders dan de loodgieterij of elektrotechniek, een vrij beroep en elke handige zakenman of afgekeurde garagehouder kan, als hij zich in een weekend wat jargon eigen maakt, op maandag een bloeiende praktijk beginnen. De Nederlandse burger weet heus zelf wel waar hij zijn heil moet zoeken en de overheid legt hem en zijn genezer niets meer in de weg.

Toen medio 1993 de kwalijke feiten rond de iatrosoof aan het licht kwamen, riepen de beide regeringsfracties CDA en PvdA minister Hirsch Ballin (Justitie) op de praktijken van de iatrosofen te verbieden. Een curieuze reactie van partijen die kort tevoren de nieuwe wet hadden goedgekeurd en daarmee rechters en inspecteurs in aanzienlijke mate hadden ontwapend tegenover de kwakzalverij.

Ook alle anderen die toen hun mening gaven, zoals klassieke homeopaten, antroposofische artsen, koepel-organisaties van alternatieve genezers en het rijksgesubsidieerde voorlichtingsbureau IDAG (dat nooit waarschuwt tegen alternatieve genezers) huilden bittere tranen, maar het waren krokodillentranen. Zij allen hebben gewild en bevorderd, dat geneeskunde tot vrij beroep werd en dan moeten zij niet zeuren over een paar dodelijke slachtoffers. 'Gelijke rechten voor alle geneeswijzen' is immers zo'n groot goed, dat een aantal doden per jaar een redelijke prijs is.

Hopelijk blijven de burgers van Nederland wel uitkijken voor beunhazen, die hun leidingen goedkoop willen repareren, en doen zij netjes hun veiligheidsriemen om als zij in de auto stappen.